Opinie

Wopke Hoekstra is een progressieve, inclusieve staatsman

Een van de eerste dingen die ik als Tweede Kamerlid voor GroenLinks deed was het toespreken van een grote groep stakende distributiemedewerkers van Albert Heijn.

Na jaren stagnerende koopkracht en flexibilisering waren deze mensen terecht boos. Toch waren ze niet geïnteresseerd in wat ik te zeggen had. „Jij bent een aardige vent, maar je verspilt je tijd”, zeiden ze. „We hebben altijd links gestemd, maar dat doen we nooit meer. Wij gaan voor Thierry.” Tot mijn verbazing was dat ook het sentiment bij de meeste stakers met een migratieachtergrond.

Uitleggen dat mijn partij nooit heeft meegeregeerd, of dat Baudet wel erg vaak met de VVD meestemt, was zinloos. Met argumenten als ‘jouw baas zit ook in de zak van Ahold’ en ‘dan weet Baudet iets wat wij niet weten’, pareerden ze mijn pogingen om hen te overtuigen.

Ik dacht: Hoe dom kun je zijn om zo tegen je eigen belang in te gaan? Inmiddels weet ik beter. Niet de stakers, maar ikzelf was dom. Het punt is juist dat ze eerder steeds tegen hun eigen belangen hadden gestemd.

De afgelopen twintig jaar is bijna nergens in West-Europa de verzorgingsstaat zo hard wegbezuinigd of geprivatiseerd als in Nederland, mét (gedoog)steun van PvdA en GroenLinks. Inmiddels is de kloof tussen de wensen van de meerderheid van de Nederlandse bevolking en het daadwerkelijke beleid zo groot dat „rijke burgers die niet stemmen beter vertegenwoordigd zijn dan arme burgers die wel stemmen”, zoals UvA-wetenschapper Wouter Schakel het formuleert in zijn zeer schokkende bevindingen uit zijn onderzoek naar ‘democratische vertegenwoordiging’ in Nederland.

Neem die stakende distributiemedewerkers het dan nog maar eens kwalijk dat ze voor Baudet gaan. Als je keer op keer niks terugkrijgt van mainstreampartijen wordt het tijd om in de stembus je middelvinger uit te steken. En die ruikt in Nederland momenteel naar lavendel. Baudet is uiteindelijk een symptoom, geen oorzaak. Als de gevestigde politieke orde niet razendsnel haar extreem neoliberale toewijding loslaat, zal de kiezer – zeer begrijpelijk – een steeds grotere middelvinger opsteken. We hebben in het Verenigd Koninkrijk gezien waartoe dat kan leiden.

Dat brengt mij op de H.J. Schoolezing van Wopke Hoekstra. De vrijwel unaniem negatieve reacties in de grote kranten begrijp ik niet. Wellicht zijn ze gestoeld op dezelfde vooringenomenheid die ik had bij de AH-stakers.

Want als je leest wat Hoekstra echt schrijft, zie je twee lagen. Ten eerste de interne machtsstrijd om het CDA-leiderschap. Mona Keijzer sloeg vorige week een slimme piketpaal in het AD met een interview over „haantjesgedoe rondom het toekomstig CDA-leiderschap”.

Hoekstra sloeg in zijn H.J. Schoolezing net zo slim terug met een origineel en inclusief vergezicht over de Nederlandse identiteit. Maar omdat een CDA’er die over de Nederlandse identiteit praat kennelijk als een rode lap werkt, hebben de weldenkende critici de inhoud gemist.

Waar we achtereenvolgens premiers hebben gehad die de Nederlandse identiteit reduceerden tot „VOC-mentaliteit… toch?” en „Pleur op”, ontstijgt Hoekstra als een echte progressieve staatsman die benepen platheid met een pleidooi tegen „hyperindividualisme” en voor „wederkerigheid”: „Kies jij voor Nederland, dan kiest Nederland ook voor jou.”

De tweede laag in Hoekstra’s lezing is net zo progressief en inclusief. Met dezelfde overkoepelende term ‘wederkerigheid’ neemt Hoekstra afscheid van het neoliberale juk dat ons land zo lang geteisterd heeft dat we in Nederland armoede weer kunnen aflezen aan de staat van iemands gebit.

De grote vraag is of het allemaal bij woorden blijft. We zullen het zien, maar het zou misschien verstandig zijn als wij van de weldenkende bubbel onze oogkleppen afdoen en de progressieve, inclusieve hoop die Hoekstra uitstraalt een beetje waarderen.

Zihni Özdil schrijft vanaf vandaag wekelijks een column op deze plaats.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.