Waarom kan het op buienradar soms spookregenen?

Durf te vragen Soms toont Buienradar een bui, maar valt er geen regen uit de lucht. Hoe kan dat?

Regenwolken in de zomer.
Regenwolken in de zomer. Foto iStock

Het is lunchwandeltijd op de NRC-redactie. Een collega aarzelt. De regen komt met bakken uit de lucht vallen – op zijn telefoon althans. „Op Buienradar regent het!” Maar buiten oogt het droog. Hoe komt het dat het op neerslagapps soms spookregent?

De sectie ‘veelgestelde vragen’ op de website van Buienradar komt met een beknopte uitleg. Een weerradar meet neerslag die vanaf grote hoogte naar beneden valt. Bij een lage luchtvochtigheid zijn de onderste luchtlagen erg droog, en daardoor kunnen regendruppels verdampen voordat ze het aardoppervlak bereiken.

„De meeste neerslag die valt, verdampt al ver boven de grond”, zegt Herman Russchenberg, hoogleraar atmospheric remote sensing aan de TU Delft. „Maar dat is niet de enige oorzaak. Ook laaghangende wolken kunnen het in de computermodellen ten onrechte laten regenen.”

Een grote witte bol

Buienradar en andere neerslagapps gebruiken voor hun modellen de gegevens van twee KNMI-weerradars, en die van weerradars uit buurlanden. Russchenberg: „Zo’n radar is een ronddraaiende schijf in een grote witte bol, die de schijf beschermt tegen heftige weersinvloeden. De weerradar zendt radiogolven uit van een bepaalde sterkte, en meet met een antenne hoeveel er terugkomt. Hij meet dus niet de daadwerkelijke neerslag, maar de reflectiviteit van de regendruppels. Hoe sterker het signaal, des te harder het regent.”

Alleen: zo’n radar is niet feilloos. De radars van het KNMI staan bij Den Helder en Herwijnen. Allebei kunnen ze radiogolven (‘pulsen’) uitzenden tot een straal van zo’n 150 kilometer, en samen brengen ze de neerslag boven Nederland (en een groot deel van de Noordzee) in kaart. De gegevens worden over een grotere afstand en lager bij de grond minder betrouwbaar, want daar zijn ook veel ándere objecten die de reflectiviteit kunnen vergroten, zoals laaghangende wolken waar geen neerslag uitvalt.

„Ook vliegtuigen, schepen en zelfs windturbines kunnen voor de terugkaatsing van radargolven zorgen”, vertelt Hidde Leijnse, weerradaronderzoeker bij het KNMI. „Vooral in het voor- en najaar kunnen die verstorend werken. Dan is er vaak sprake van temperatuurinversies, waarbij er opeens een warme, vochtige laag hoog in de lucht aanwezig is.” Die zorgt voor afbuiging van radargolven richting het aardoppervlak, waardoor ze meer kans hebben om bewegende objecten te raken.

Misleidende reflecties

„Natuurlijk proberen we zulke misleidende reflecties eruit te filteren. Bijvoorbeeld door te meten hoe snel het reflecterende voorwerp beweegt. Gebouwen bewegen niet, dus die haal je er zo al tussenuit.

Ook verschilt van app tot app het algoritme, waarmee ze de radardata interpreteren. Daardoor geeft Buienradar bijvoorbeeld een ander neerslagbeeld dan Buienalarm. Leijnse: „De een gebruikt een simpeler algoritme, de andere een complexer algoritme. Dat veroorzaakt verschillen.”

Soms regent het volgens een neerslagapp ook juist níet, terwijl er wél neerslag valt. Dat is vaak het geval bij motregen of sneeuw: kleine druppels en vlokken zijn minder effectief in het weerkaatsen van radargolven. En soms is er volgens de app sprake van een licht buitje, terwijl het stortregent. Leijnse: „Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij heftige neerslag op de witte bol. Daardoor wordt het signaal zwakker waargenomen.” Even naar buiten kijken voor de lunchwandeling blijft dus wenselijk.

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag.