Oranje in Hamburg op z’n doeltreffendst

EK-kwalificatie Nederland scoorde in de tweede helft vier keer tegen Duitsland. Oranje zette met de 2-4 winst een grote stap richting kwalificatie voor het EK.

Spelers van Oranje vieren de 1-1 tegen Duitsland, gescoord door Frenkie de Jong (links). Foto Maurice van Steen/VI/ANP
Spelers van Oranje vieren de 1-1 tegen Duitsland, gescoord door Frenkie de Jong (links).

Foto Maurice van Steen/VI/ANP

Na een fascinerend, wonderlijk gevecht, heeft het Nederlands elftal een belangrijke stap gezet op weg naar het EK van 2020. Nederland wint, in Duitsland, met 2-4.

Oranje toont de vereiste veerkracht, in wat lang een vervelende, hoekige, ja, saaie wedstrijd was. Een onmachtig Nederland was 58 minuten zoekende, maar het wist uiteindelijk de gaten te vinden in het Duitse blok. Nederland staat nu na drie wedstrijden op zes punten, maandag wacht Estland-uit.

Vier keer in één helft scoren tegen Duitsland – het is deze dagen aan de statistici om uit te zoeken hoe lang dat geleden voor het laatst gebeurde. Een slap fluitconcert klinkt, even na half elf na het laatste signaal in Hamburg; een beetje gedwee onderging het publiek het allemaal.

‘Bier vom Fass’

Klassieke wedstrijdsjaaltjes à 13 euro – Deutschland vs. Holland – sieren de stalletjes met fanspullen aan de Volksparkstraße, op de looproute naar het stadion. De Biergarten loopt langzaam vol, ‘Bier vom Fass’, 3 euro. De lange kronkelende weg door het groen van het Altona Volkspark voert langs een industriegebied, en opeens doemt het op: het Volksparkstadion.

Duitsland-Nederland, Nederland-Duitsland. Zoveel verhalen zijn gemaakt, zijn geschreven. Rafael van der Vaart, oud-speler van de lokale HSV en tegenwoordig commentator bij de NOS, probeert voor de aftrap een poster op te hangen van 60 jaar Studio Sport met de legendarische uitspraak van Evert ten Napel – „Het Volksparkstadion is van Oranje”.

1988 en Hamburg, je kon er niet omheen de afgelopen dagen. De diagonale schuiver van Marco van Basten, Ronald Koeman die met het shirt van de Duitser Olaf Thon zijn achterwerk afveegde, het gevoel van de bevrijding van een trauma, 14 jaar na 1974 (verlies tegen West-Duitsland), bovenop de oorlogssentimenten.

Ze hebben hier hun plekje gekregen, de groten uit het verleden, in Hamburg, met de gevallen topclub HSV en cultclub FC St. Pauli. Ze sieren de wanden in de mediaruimte, Johan Cruijff, Rinus Michels. „Iedereen weet dat de wedstrijd tegen Duitsland de echte finale was. Dit zullen we nooit, nooit, nooit vergeten.” En Ernst Happel: „Ein tag ohne Fußball ist ein verlorener Tag.”

In witte, dikke letters op een zwart scherm ter hoogte van de middenlijn staat ‘Die Mannschaft’. Bijna als statement. Ploeg van macht, power, snelheid, weer opgestaan na het mislukte WK 2018, waarna de verjonging werd ingezet, zo hard nodig. De 2.200 Nederlanders in een hoek, met vlaggen van plaatsen van herkomst. Dalen, in rode koeienletters. Epe. Stadskanaal, bijna altijd van de partij. Odoorn, Drenthe.

Explosie na rust

Enerverende wedstrijden waren het, de afgelopen drie edities tussen Duitsland en Nederland in minder dan een jaar tijd. Nu explodeerde het pas na rust. Oranje opende het duel, in balbezit, in een soort 3-5-2, met Ryan Babel en Memphis Depay als spitsenduo, in plaats van het gebruikelijke 4-3-3.

De rechterkant was in de eerste helft ineffectief met middenvelder Marten de Roon en Denzel Dumfries als back. Dumfries stond als een valse rechtsbuiten opgesteld, maar kon in die rol weinig creëren, door zijn gebrek aan finesse, handigheid, balgevoel – ofwel kwaliteit.

Binnen tien minuten gaat het mis, op links weliswaar. Lukas Klostermann sprint weg uit de rug van Quincy Promes, na een heerlijke steekpass van Joshua Kimmich, Jasper Cillessen keert eerst nog, maar Serge Gnabry scoort in de rebound: 1-0.

De twijfel is zichtbaar, hoorbaar. Ronald Koeman, eerst in gesprek met Blind, daarna met Wijnaldum. Armgebaren, geschreeuw. Duitsland heeft het onder controle, zij hoefde niet zo nodig, Nederland kon niet, toen nog niet.

Het is eerst overleven, na rust. Gevaarlijke situaties stapelen zich op, de wanorde wordt groter. Maar dan is er toch weer dat weerstandsvermogen in dit Oranje, dat er ook was in de uitwedstrijd tegen Duitsland november vorig jaar in de Nations League, waar Nederland in extremis een 2-0 achterstand repareerde. De wedstrijd van het briefje van Koeman, al kwam het van de assistent.

Wissels

Het haperende duo Dumfries en De Roon wordt na tien minuten in de tweede helft gewisseld voor Davy Pröpper en Donyell Malen. En plotsklaps gebeurt er van alles. Oranje is gevaarlijk, Duitsland deinst angstig terug, is het opeens kwijt. De wissels van Koeman, weer maken ze het verschil.

De 1-1 door Frenkie de Jong. Lichtvoetig als hij is, werkt hij zich langs de klungelende Nico Schulz en rondt hij beheerst af. Dan kort erop, gerommel na een hoekschop van Nederland. Het leidt tot een eigen doelpunt van Jonathan Tah: 1-2.

Het is opeens een gevecht geworden, in die vijftien vreemde minuten. Duitsland komt terug, na ongelukkig hands van Matthijs de Ligt. Strafschop, Toni Kroos: 2-2.

Lees ook: De bondscoach weet hoe Matthijs de Ligt zich voelt

Toen moest het beste nog komen. Nederland deed het opnieuw, onverwacht, vanuit de verdrukking.

Die laatste twee goals van Oranje. Schitterende aanvallen, op tempo, op klasse, in de combinatie. De 2-3: Daley Blind op Memphis Depay, die diep passt op Georginio Wijnaldum, die over een Duits been chipt op debutant Donyell Malen, die prima afmaakt. Het vernieuwde Oranje in volle glorie, hier in Hamburg.

De 2-4, in de omschakeling, zo snel en geraffineerd uitgevoerd. Wijnaldum zet zelf rond de middenlijn op, passt op Depay, waarna de middenvelder van Liverpool een enorme sprint trekt en afrondt. Oranje op zijn dodelijkst, zoals ze het ook vorig najaar uitvoerden in Amsterdam (3-0).

Correctie (zaterdag 7 september 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Lukas Klostermann wegsprintte na een steekpass van Toni Kroos. Dat moest Joshua Kimmich zijn en is aangepast.