Vissen naar een Russische rampraket

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: het raadselachtige raketongeluk in de Witte Zee.

De Boerevestnik-kruisraket wordt aangedreven met de hitte van een kleine kernreactor.
De Boerevestnik-kruisraket wordt aangedreven met de hitte van een kleine kernreactor.

Het was geen test maar een berging. Bij het nucleaire ongeluk in de Witte Zee op 8 augustus hebben de Russen niet geprobeerd een Boerevestnik-kruisraket te lanceren maar was het doel een Boerevestnik die eerder was afgeschoten weer van de zeebodem op te vissen. Dat bewijst indrukwekkend onderzoek van Radio Svoboda dat op 29 augustus is gepubliceerd. Amerikaanse inlichtingendiensten trekken dezelfde conclusie, maakte CNBC bekend: een berging, geen test.

Radio Svoboda (Radio Liberty, RFERL) heeft er later nog details aan toegevoegd en vond zelfs een getuige van de explosie. Die zag vanaf het strand ’s ochtends rond 9 uur ver op zee een waterfontein wel 100 meter de lucht in gaan.

Dit is het grote nieuws: de explosie was onderzees. Het verklaart waarom hij niet in het nabijgelegen dorpje Njonoksa is gehoord. Onderwater-explosies dragen hun geluid niet makkelijk aan de lucht over, zegt TNO-onderzoeker Mark Prior. Alleen geluid van heel lage frequentie – infrageluid – dringt door, maar dat nemen mensen niet waar. Dat de explosie onder water plaatsvond maakt ook begrijpelijker waarom er geen rook is gezien. Het kan bovendien invloed hebben gehad op de samenstelling van de radioactieve stoffen die in het benedenwinds gelegen Severodvinsk zijn aangetroffen.

Een satellietopname van Planet Labs, een paar uur na de explosie gemaakt, laat voor de kust van Njonoksa een ponton en een paar schepen zien. Eén ervan is later aan zijn zware kranen en helikopterplatform herkend als het bergingsvaartuig Zvezdochka. Al eerder identificeerde men de Serebrjanka, een schip dat voor transport van splijtstof en radioactief afval wordt gebruikt. De Serebrjanka lag van 7 tot 9 augustus op 10 km uit de kust voor anker. Waarschijnlijk was dit de plaats van de bergingsoperatie.

De bewaker is vertrokken

Svoboda ontdekte dat voor de berging twee pontons waren ingezet. Eén zwaar beschadigd ponton spoelde op 9 augustus aan bij Njonoksa, het andere is vijf dagen later door sleepboten op het strand gezet. De Russen zetten er een wacht bij, maar die vertrok toen hij ontdekte dat de platforms radioactief besmet waren. Ze liggen nu onbeheerd. Journalisten hebben er metingen gedaan en stelden vast dat het stralingsniveau op 150 meter afstand tussen de 0,7 en 1,54 microsievert per uur lag: 7 tot 10 keer de normale achtergrondstraling.

Svoboda concentreerde zich op de hardware: waar de pontons en de containers op de pontons vandaan kwamen, dat er een vat was voor de opslag van radioactief afval en dat ook op één van de pontons een zware kraan stond. Men signaleerde een trap waarlangs duikers konden klimmen.

Een berging dus, en geen test. Dat het luchtruim op 8 augustus niet was gesloten en dat de bevolking van Njonoksa niet was geëvacueerd (zoals gangbaar bij raketlanceringen vanaf het naburig marineterrein) wijst daar ook op. Maar wat er nu precies misging blijft onduidelijk.

Op 26 augustus maakte de meteorologische dienst Rosgidromet bekend dat radioactief strontium-91, barium-139, barium-140 en lanthaan-140 waren gevonden in Severodvinsk. Het zijn vervalproducten van de radioactieve edelgassen krypton-91, xenon-139 en xenon-140 die zelf weer splijtingsproducten zijn. Vanaf dat moment staat praktisch vast dat een kernreactor bij het ongeluk betrokken was en niet een ‘nucleaire batterij’ (een zogenoemde RTG) zoals de Russen suggereerden. Een RTG produceert elektriciteit uit de warmte die vrijkomt bij vervalreacties (dat zijn geen splijtingsreacties). De kruisraket Boerevestnik wordt inderdaad aangedreven met de hitte van een kleine kernreactor. Maar hij wordt eerst met een conventionele raketmotor op snelheid gebracht.

Omgekomen wetenschappers

Belangrijk: de aanwezigheid van barium, strontium en lanthaan uit radioactief xenon en krypton bewijst dat de splijtingsreacties nog gaande waren op het moment van het ongeluk, aldus stralingsdeskundige Lars Roobol van het RIVM. Krypton-91, xenon-139 en xenon-140 vervallen zó snel dat ze feitelijk maar een paar minuten bestaan. En nog een belangrijk gegeven: de vijf omgekomen Russische wetenschappers liepen kennelijk zó’n hoge dosis straling op dat ze binnen twee dagen bezweken. Heel ongewoon, volgens Roobol. „Meestal gaan er weken of maanden overheen.”

Samen met de waterfontein en de afwezigheid van rook zijn dit de gegevens die voor de oplossing van het raadsel ter beschikking staan. Misschien wordt nog achterhaald waaruit de radioactieve besmetting van de pontons bestaat.

Eén scenario wil dat de kruisraket met kernreactor tijdens het optakelen een beveiligingsonderdeel verloor waarna de reactor kritisch werd. Toen hij boven water kwam stonden omstanders bloot aan neutronen en gammastraling. De reactor werd gloeiend heet en viel uit de takels terug in zee (of werd gedropt). Daar wekte hij een stoomexplosie op. Uit beschadigingen ontweken later (onder water) de radioactieve edelgassen xenon en krypton. Maar niet heel veel meer, want de zee is niet zwaar radioactief vervuild: vissers hebben hun vangst laten doormeten.

Volgens een ander scenario is de conventionele raketmotor ontploft en werd daardoor de kernreactor kritisch. Maar in dat geval zou er wel rook te zien zijn geweest (maar misschien was die er ook wel). Het staat iedereen vrij mee te puzzelen. Kan dat wel, zo’n krachtige stoomexplosie?