Recensie

Recensie Boeken

Onafhankelijkheidsverklaring was een wassen neus

Catalonië Het streven naar autonomie wordt er breed gedragen. Een onderhoudend boek geeft uitleg en peilt de meningen van de Catalanen.

De grondwet van Spanje is 40 jaar geworden maar het is geen feest. De spanningen rond Catalonië, die de Spaanse politiek al jarenlang verlammen, zullen binnenkort weer oplopen als de straffen tegen de gevangen politici bekend worden. Die zullen naar verwachting niet mals zijn. Een garantie voor hernieuwde onrust.

De crisis is deels terug te voeren op weeffouten in de grondwet van 1978. De semi-federale opzet van Spanje, met gebrekkige overlegstructuren tussen de centrale regering en de regio’s, heeft in de loop der jaren geleid tot veel politiek gesjacher en een wirwar van afspraken die voor elke regio weer anders zijn.

De kiem voor de problemen ligt in een Catalaans initiatief uit 2003 voor een meer federaal autonomiestatuut. Na langdurige koehandel kwam er een eindvoorstel dat werd goedgekeurd door de parlementen in Barcelona en Madrid en de Catalaanse bevolking. Maar de grondwet bood de conservatieve Partido Popular, die gruwt van elke vorm van decentralisatie, de mogelijkheid het Constitutioneel Hof in te zetten om een politieke nederlaag alsnog in winst om te zetten. Dat lukte. Het nieuwe statuut, dat in 2006 in werking trad, werd in 2010 getorpedeerd. De maatschappelijke steun voor onafhankelijkheid explodeerde.

In 2015 ging de Catalaanse kwestie richting kookpunt toen de regio-regering een routekaart naar een zelfstandige republiek presenteerde. Een onverantwoorde, niet goed doordachte vlucht naar voren.

In datzelfde jaar werd Koen Greven correspondent voor NRC in Madrid. Vier bewogen jaren later komt hij met een boek over het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven. Verscheurd Catalonië is een weerslag van de vaak kleurrijke stukken die hij voor deze krant heeft geschreven. Greven was overal bij. Hij laat politieke hoofdrolspelers aan het woord, maar ook gewone Catalanen. Het aardigst zijn de gesprekken met mensen die geen belang hebben bij het een of andere standpunt in het gepolariseerde debat.

Lezers die de gebeurtenissen willen doorgronden komen met Grevens onderhoudende hoofdstukken minder aan hun trekken. Aan analyse waagt hij zich maar mondjesmaat. De stelling die aan de titel ten grondslag ligt, dat de crisis Catalonië ‘verscheurd’ heeft, is een populair frame onder fanatieke tegenstanders van onafhankelijkheid. Inderdaad zijn niet alle Catalanen voor afscheiding en al helemaal niet op de manier waarop de politiek dat heeft aangepakt. Maar om de Catalaanse samenleving op te splitsen in ‘separatisten’ en ‘unionisten’, zoals Greven consequent doet, is een simplistische voorstelling van zaken. Zo wordt het idee dat de Catalanen het recht hebben zelf over hun toekomst te beslissen, breed gedragen. Niet alleen door independentistes maar ook door mensen die een federale staat voorstaan.

Ook de onafhankelijkheidsbeweging zelf is veel minder eenduidig dan de term ‘separatist’ suggereert. Het is een heterogene, soms ludieke volksbeweging die niet in eerste instantie identitair is en loopt van de conservatieve elite tot progressieve jongeren.

Een andere essentiële scheidslijn die in dit boek niet uit de verf komt, is die tussen deze maatschappelijke ontwikkelingen en het politieke spel. De onafhankelijkheidsverklaring van oktober 2017 bleek achteraf niet meer dan een politiek statement tegen de centrale overheid. Een wassen neus. Het resultaat: de hoofdrolspelers worden juridisch vervolgd en een echte politieke oplossing, een grondwetsherziening, is verder uit zicht dan ooit.