Recensie

Recensie Boeken

Mummiebruin, spijkerbroekblauw, avondrood en worteltjesoranje

Kunstboek Kleur is een eigenschap van licht. Maar het nieuwe kinderboek van Ted van Lieshout gaat niet over natuurkunde. Hij gidst je aanstekelijk langs beeldende kunst, met kleur als uitgangspunt.

Illustratie Ted van Lieshout uit besproken boek

Wat hebben de lievelingsspijkerbroek van Ted van Lieshout en het San Zaccaria-altaarstuk van schilder Giovanni Bellini (1430-1516) met elkaar gemeen? Wie weet dat beide afbeeldingen in Van Lieshouts nieuwe non-fictieboek Kleuren staan, zou misschien kunnen verzinnen dat het iets met ‘blauw’ te maken heeft – op Bellini’s religieuze schilderij draagt Maria een blauw kleed, en van Lieshouts ‘denim blue jeans’ is geverfd met indigo – maar anders heb je echt geen flauw idee.

Bovenstaande tekent de speelse manier waarop Van Lieshout – geïnspireerd door Kassia St Clairs Het geheime leven van kleuren – je mee op sleeptouw neemt door zijn papieren ‘tentoonstelling over kleur & kunst’. In die zin is het fraai ogende Kleuren een filiaal, zou je kunnen zeggen, van Van Lieshouts veelgeprezen driedelige Papieren museum. Net als in die boeken gidst hij je met verstand van zaken, een eigenzinnige kijk en gevoel voor humor langs een aantal kunstwerken, waarbij kleur als leidraad dient.

Vanzelfsprekende kleuren

Dat is een goed bedacht, maar ook moeilijk thema. We vinden het meer dan vanzelfsprekend dat we kleuren kunnen waarnemen. En dat we ons zelfs kleuren kunnen voorstellen, zoals Van Lieshout treffend illustreert middels een titelloos gedicht en motto ‘De zon is door de stad gezakt’. Maar wat ziet de ik-persoon nu eigenlijk als hij voor het slapengaan naar het avondrood kijkt? En waarom vinden we het logisch dat het kleurpotlood waarover hij heeft gedroomd en waarmee hij in de morgen de lucht licht kleurt, lichtblauw is? Kortom: wat is kleur?

Van Lieshout opent zijn boek doeltreffend met een zwarte en witte pagina, waarna hij vanuit het woord ‘niets’ een aantal prikkelende, filosofisch getinte vragen stelt. ‘Is niets wit, als een vel papier waar nog niets op geschreven staat? Of is niets zwart, als alle lichten uit zijn en je geen hand voor ogen kunt zien? Is niets misschien blauw, als een lege lucht zonder vogels, wolken en vliegtuigen erin?’ Behalve dat hij zich zo effectief onder zijn lezers schaart en direct hun aandacht aanwakkert, laat de weldoordachte, dubbelzinnige formulering van deze openingszinnen zien dat kleuren beschrijven geen sinecure is. Alleen al, zo maakt Van Lieshout je gaandeweg zijn kleurenexposé knap duidelijk, omdat net als bij taal, de context en interpretatie bepalend voor onze kleurervaring zijn.

Malevitsj en Van Gogh

Geholpen door rake voorbeelden uit de kunstwereld zoals het schilderij ‘Zwart vierkant’ van Kazimir Malevitsj (1879-1935), en de letterlijk en figuurlijk kleurrijke, slimme vormgeving, komt Van Lieshout echter een heel eind. ‘Licht is wit, zwart is de afwezigheid van licht’, concludeert hij helder. Vervolgens beschrijft hij kleur, met hulp van de regenboog, als eigenschap van het licht. Dat klinkt ingewikkeld, maar goedbeschouwd is het natuurkundige antwoord op de vraag wat licht is (een elektromagnetische golf) behoorlijk eenduidig.

Maar dit is geen natuurkundeboek. Van Lieshout vertelt geanimeerd over ‘mummiebruin’, Van Goghs zonnebloemengeel, vorstelijk worteltjesoranje, en hoe al die kleuren door de eeuwen heen zijn gemaakt en in de beeldende kunst gebruikt. Hij wekt verwondering, welk gevoel wordt versterkt door de talrijke levendige anekdotes waarmee Kleuren is gelardeerd. Wonderbaarlijk is bijvoorbeeld hoe textiel in een bad van groene mede, wede of wouw – de plantennamen klinken als poëzie – rood, blauw of geel kleurt. Of het lot van de hexaplex trunculus, ‘de slak die sneuvelde voor de kleur paars’.

Zo’n persoonlijke aanpak maakt dat Kleuren niet uitputtend is. Maar erg is dat niet: juist Van Lieshouts eigenheid kleurt deze genietbare tentoonstelling.