Momentum voor vrouwenquotum

Vrouwen aan de top Komt er een vrouwenquotum voor Nederlandse bedrijven? In Noorwegen werkt dat goed.

Met de komst van Dominique Leroy bij KPN zijn er drie vrouwelijke bestuursvoorzitters bij Nederlandse beursgenoteerde bedrijven: naast (m) Leroy zijn dat (l) Herna Verhagen (PostNL) en (r) Nancy McKinstry (Wolters Kluwer).
Met de komst van Dominique Leroy bij KPN zijn er drie vrouwelijke bestuursvoorzitters bij Nederlandse beursgenoteerde bedrijven: naast (m) Leroy zijn dat (l) Herna Verhagen (PostNL) en (r) Nancy McKinstry (Wolters Kluwer). Foto’s (van links naar rechts): Robin van Lonkhuijsen/ANP, Alex Vanhee, Jeroen Jumelet

Het gaat ineens harder met de benoeming van vrouwen in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen. In een jaar tijd schoot hun aantal omhoog: bij een kwart van de benoemingen werd gekozen voor een vrouw. Donderdag werd bekend dat telecombedrijf KPN volgend jaar een vrouw krijgt als nieuwe bestuursvoorzitter.

Maar zal het kabinet dat genoeg vinden? Of zullen bedrijven in Nederland straks toch – net als in bijvoorbeeld Noorwegen, België, Duitsland en Frankrijk – erop worden afgerekend als ze niet genoeg vrouwen in de top benoemen?

De achterstand van vrouwen in de top van het bedrijfsleven blijft groot, ondanks de zeven vrouwen die er sinds september vorig jaar bij kwamen. Er vertrokken ook twee vrouwelijke bestuurders. Het totale percentage vrouwen in de raden van bestuur komt daarmee uit op 8,5 procent. Nog lang niet de 30 procent waar het kabinet sinds 2013 naar streeft. Tot nu toe heeft het kabinet steeds afgewacht of bedrijven zelf in actie komen, zonder dat er sancties dreigen.

Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) zei in juli dat ze „niet vrolijk” wordt van de cijfers. Ze heeft er „een heel hard hoofd in dat het vanzelf goed komt”. Misschien is „een verder pakket maatregelen nodig”, zei ze. Maar eerst wil ze het advies van de Sociaal-Economische Raad afwachten, dat later deze maand komt. Of ze dan wél kiest voor het invoeren van sancties, is nog de vraag. Een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen een afdwingbaar quotum. Coalitiepartijen VVD, CDA, ChristenUnie en D66 zijn tegen, al wordt die laatste wel ongeduldig, bleek tijdens het laatste debat. De grootste oppositiepartij, PVV, is ook tegen. Alleen PvdA en GroenLinks zijn voor.

Na jaren stilstand iets meer vrouwen aan de top

Europese druk

Misschien dat het uiteindelijk onder druk van Europa toch tot een vrouwenquotum komt. Al sinds 2012 ligt er een voorstel voor een Europese richtlijn om meer vrouwen aan de top te krijgen. De toenmalige Europese Commissie wilde dat minimaal 40 procent van de toezichthoudende bestuursfuncties bij grote bedrijven vervuld wordt door vrouwen.

Dat is geen ‘soft’ plan, anders dan het woord ‘richtlijn’ doet vermoeden, zegt Linda Senden, hoogleraar Europees Recht aan de Universiteit Utrecht. In opdracht van de Europese Commissie onderzocht zij wat de 28 lidstaten plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein doen om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen aan de top van het bedrijfsleven te bevorderen. Een Europese richtlijn is bindend. Wordt het voorstel aangenomen, dan moeten alle lidstaten de richtlijn omzetten in nationale wetgeving.

Het Europees Parlement stemde al in 2013 in. Maar verschillende landen, waaronder Nederland, vinden dat zij zelf gaan over quota en ander sociaal beleid. Maar de nieuwe Commissievoorzitter, Ursula von der Leyen, wil het voorstel opnieuw op de agenda zetten, zo maakte ze duidelijk bij haar benoeming. Senden: „En als Duitsland vóór stemt, verschuiven de verhoudingen.” Met het vertrek van de Britten uit de EU verliezen de tegenstemmers bovendien een medestander.

Een quotum werkt

Dát een bindend quotum werkt, blijkt steeds uit onderzoek. Zelfs de dreiging van sancties leidt al tot een snelle stijging van het percentage vrouwen aan de top. Dat bleek in Zweden, waar het kabinet in 2006 vergevorderde plannen had, maar viel voor het dat kon invoeren.

Noorwegen was het eerste land dat een bindend quotum invoerde. In 2002 lag het percentage vrouwen aan de top daar op 6 procent. Het jaar erop werd er een streefcijfer ingevoerd zonder sancties, maar dat werkte matig, net als in Nederland. Vanaf 2006 moesten alle nieuwe bedrijven op de beurs 40 procent vrouwen in hun raden van bestuur en raden van commissarissen hebben. Vanaf 2008 gold die regel ook voor alle andere beursgenoteerde bedrijven. Bedrijven die hier niet aan voldeden, konden onder meer worden uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat werkte: het percentage vrouwen aan de top nam in razend tempo toe, tot ruim 40 procent.

Tegenstanders van het quotum in Noorwegen vreesden dat bedrijven minder winstgevend zouden worden met al die nieuwe, ‘onervaren’ vrouwen in de leiding. De eerste onderzoeken leken hen gelijk te geven. SCP en CPB deden hier voor Van Engelshoven verder onderzoek naar, omdat dit economische argument een rol zou kunnen gaan spelen in de politieke discussie. Ze vergeleken alle internationale studies. Daaruit bleek dat er ook landen waren, zoals Italië, waar het aanstellen van meer vrouwen aan de top juist een positief effect leek te hebben. Maar ook landen waar geen enkel effect te zien was. De conclusie van hun rapport: er valt niks zinnigs te zeggen.

Lees ook het interview met Elske Doets, Zakenvrouw van het Jaar 2017: ‘Meisjes durven hun ambitie niet uit te spreken’

In navolging van Noorwegen voerden meer Europese landen een quotum in, zoals Frankrijk, Italië, Duitsland en België. De precieze voorwaarden verschillen per land: welk percentage vrouwen bedrijven moeten halen, welke bedrijven zich eraan moeten houden en of het quotum voor bestuurders én commissarissen geldt. Ook de sancties verschillen. Dat kan een boete zijn, het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van een bedrijf, het tegenhouden van benoemingen van mannen, of het openlaten van een bestuursfunctie. Maar het effect was overal hetzelfde: in alle landen steeg het percentage topvrouwen.

Toch is de werking van quota beperkt. Zo gelden ze vaak alleen voor grote bedrijven. In Duitsland zelfs alleen voor commissarissen, en zo’n honderd beursgenoteerde bedrijven. Andere Duitse bedrijven zijn wel verplicht een streefcijfer te hebben en zich daar ook aan te houden. Dat werkt soms averechts: bedrijven met weinig vrouwen in het bestuur zetten het streefcijfer doodleuk op nul.

Toen het quotum in Noorwegen ingevoerd werd, was de verwachting dat ook het percentage vrouwen in lagere managementlagen snel zou toenemen. Dat viel tegen. Ook in andere quotumlanden was van zo'n trickle down-effect geen sprake. Toch is het debat over bindende quota nog niet van tafel. Politici die vóór sancties zijn, zeggen: als de overheid niet harder ingrijpt, is er pas over twintig jaar een balans. „#MeToo heeft de discussie over gelijkheid tussen mannen en vrouwen een zetje gegeven”, zegt Lara Wolters, Europarlementariër voor de PvdA. Von der Leyen moet dat momentum volgens haar grijpen. „De wind waait nu gunstig.”

De Commissievoorzitter lijkt dat ook zeker van plan. In haar ‘Agenda voor Europa’ schrijft Von der Leyen: „Om het glazen plafond te doorbreken, moeten we quota instellen voor de genderbalans in de top van bedrijven. Net zoals ik deed als minister in Duitsland, zal ik proberen een meerderheid te vormen om de blokkade tegen de richtlijn over vrouwen aan de top van het bedrijfsleven op te heffen.” Von der Leyen geeft zelf het goede voorbeeld: zij wil een Commissie vormen die fiftyfifty uit mannen en vrouwen bestaat. Ook in de ambtelijke laag daaronder moet „volledige gendergelijkheid” komen. „Ik accepteer niets minder.” Dinsdag presenteert ze haar nieuwe team. Het ziet ernaar uit dat het haar gaat lukken.