Kamer wil ict-waakhond behouden en beschermen

Rijksoverheid Het BIT, dat slechte ict-projecten moet voorkomen bij de overheid, mag wat de Kamer betreft nog lang niet worden opgeheven.

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het Bureau Ict-Toetsing (BIT) blijft bestaan en betere bescherming krijgt. Dat blijkt uit een rondgang langs Kamerleden naar aanleiding van onderzoek van NRC over een conflict van de ict-waakhond met het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Onder meer coalitiepartijen D66, CDA en VVD en oppositiepartij PvdA willen dat het BIT, een tijdelijke organisatie die in principe eind volgend jaar wordt opgeheven, op zijn minst nog vijf tot tien jaar blijft bestaan. Of zelfs permanent wordt.

Ook moet de onafhankelijkheid van het BIT beter gewaarborgd worden, bijvoorbeeld door het niet bij een ministerie maar elders onder te brengen. Later dit najaar komt staatssecretaris Raymond Knops (Binnenlandse Zaken, CDA) met scenario’s voor de toekomst van het BIT.

Uit het onderzoek van NRC bleek dat ambtenaren hadden geprobeerd een onafhankelijke, positieve evaluatie over het werk van het BIT te beïnvloeden, omdat ze meer kritiek in het rapport wilden. Door het conflict dat daarna ontstond, vertrokken BIT-manager Cokky Hilhorst en een toezichthouder op het BIT. Gevolg was dat het BIT nu „onderbemand” was en haar werk niet voldoende kon doen, aldus Knops.

„De Kamer moet pal voor het BIT gaan staan”, zegt Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66). Coalitiegenoot Harry van der Molen (CDA): „Stoppen met het BIT en topambtenaren meer macht geven over ict-projecten is voor ons een onbegaanbare weg.” VVD’er Jan Middendorp: „De onzekerheid over het BIT moet weg. Dat kan alleen door snel de onafhankelijkheid te versterken en de termijn te verlengen.” Op zijn initiatief debatteert de Kamer binnenkort over de kwestie.

Maar hoe kan het beter? Dezelfde evaluatie die topambtenaren van BZK niet kritisch genoeg vonden, schetst alternatieven. Zo zou het BIT weggehaald kunnen worden bij BZK, maar bij welk ministerie zou het dan ondergebracht moeten worden? Het BIT zou onderdeel kunnen worden van de Algemene Rekenkamer, dat de overheidsuitgaven controleert.

Maar dat vergt volgens de evaluatie een „majeure wetswijziging”. En als het BIT dan binnen BZK blijft, zou het onder directe eindverantwoordelijkheid kunnen komen van de secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar. Maar juist hij, Maarten Schurink, is nu spil in het conflict tussen BIT en BZK. Schurink wilde het rapport laten aanpassen en was ook betrokken bij het vertrek van bureaumanager Cokky Hilhorst.

Het idee van de commissie-Elias, die ict-falen bij het Rijk onderzocht, was dat het BIT zichzelf uiteindelijk overbodig zou maken. Na vijf jaar zou de cultuur zó veranderd zijn, dat ministeries zelf slechte ict-projecten zouden stoppen. Vooral de Chief Information Officers (CIO’s), binnen ministeries verantwoordelijk voor ict-projecten, moesten dat kritische bewustzijn aanzwengelen.

Dat was althans de hoop. Vier jaar later is de realiteit dat er bijvoorbeeld alsnog een kritisch rapport van het BIT voor nodig was voordat minister Carola Schouten (Landbouw, ChristenUnie) de ict-vernieuwing bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) stopzette. Te duur, te weinig vooruitgang: elke CIO kon het zien, maar pas toen het BIT het opschreef greep Schouten in. Van der Molen: „De gewenste cultuurverandering is er niet gekomen.”

Bovendien bleek uit de evaluatie dat ministeries ict-projecten soms niet aanmelden voor doorlichting bij het BIT – ondanks een verplichting. Om uiteenlopende redenen volgens de onderzoekers: „Van onbekendheid met het BIT tot de wens om vertraging te voorkomen, tot een intrinsieke afkeer van ‘pottenkijkers’.”