Recensie

Recensie

Kaaskopmier woont niet in Nederland

Recensie De veldgids Mieren van Europa wakkert de speurzin aan.

Zwarte mieren, rode mieren, gele mieren, bruine mieren. Van vrijwel kaal tot ruig behaard, van zeldzaam tot heel algemeen: wat vooral opvalt in de Veldgids Mieren van Europa is de enorme verscheidenheid in mierensoorten. Sommige bouwen grote koepelvormige nesten van aarde, andere wonen in kleine nederzettingen onder de grond. Ruim 400 West-Europese soorten worden in de gids beschreven, van de wollige zaadmier tot het spookdraaigatje en de kaaskopmier. Stuk voor stuk worden ze met grote kleurenfoto’s in beeld gebracht.

De gids is wat droog-wetenschappelijk van toon, en door het vele jargon lijkt de tekst in eerste instantie gericht op experts. Gelukkig worden de meeste termen helder toegelicht: zo blijkt de ‘petiolus’ het dunne verbindingsstuk tussen de diverse delen van het achterlijf te zijn. Ook staat in de inleiding een uitgebreide uitleg over het leven van mieren. Zo zijn er bijvoorbeeld mieren die aan ‘xenobiose’ doen: ze leven in het nest van een andere soort, maar brengen hun nageslacht wel zelfstandig groot en bemoeien zich verder niet echt met de mieren bij wie ze te gast zijn.

Écht makkelijk is het alsnog niet om mieren te determineren met deze gids: wie geen mierenexpert is, loopt algauw vast in de gedetailleerde determinatiesleutels (Is deze antenne 11- of 12-ledig? Heeft het kopschild een inkeping of niet?). Maar alsnog wakkert de gids de speurzin aan, dankzij handige verspreidingskaartjes en het kader ‘Waar te zoeken’ bij elke soort. Wie in de Alpen op vakantie is, zou bijvoorbeeld de bergrenmier kunnen tegenkomen, met nesten ‘tussen lagen leisteen, onder schors, onder mos, in dood hout’. En in Oost-Europa wonen de satermieren, in ‘kleine koepels van 5-30 cm hoog, bestaande uit fijne plantenresten, takjes en soms kleine steentjes’. In Nederland leeft de gele weidemier in ‘een met gras en kruiden begroeide aardheuvel’.

De eerder genoemde kaaskopmier woont overigens juist níét in Nederland. Wie wil weten hoe de mier dan toch aan zijn naam gekomen is, hoeft alleen maar te kijken naar de foto van de knalgele mierenkop.