Is een stiekem spuitje ‘moord’?

Euthanasie bij dementie Een arts die ‘naar eer en geweten’ een demente vrouw euthanasie gaf kan volgende week veroordeeld worden voor moord.

Het Expertisecentrum Euthanasie in Den Haag, voorheen de Levenseindekliniek, ontvangt dit jaar gemiddeld 250 verzoeken per maand.
Het Expertisecentrum Euthanasie in Den Haag, voorheen de Levenseindekliniek, ontvangt dit jaar gemiddeld 250 verzoeken per maand. Foto David van Dam

Het komt steeds vaker voor: ouderen die net hebben gehoord dat ze aan beginnende dementie lijden, zeggen: als ik straks écht dement ben, en mijn familie niet meer herken, dan wil ik euthanasie. Ze bespreken het met de kinderen en de huisarts en schrijven het op. Maar dan. Zijn ze eenmaal dement, weigert de huisarts of verpleeghuis-arts euthanasie toe te passen. Want de patiënt voldoet niet meer aan de voorwaarden. Ze lijden misschien wel ondraaglijk en uitzichtloos maar een actueel ‘vrijwillig en weloverwogen verzoek’ om te sterven is er niet meer. Wilt u dood? vraagt de dokter. „Hè? Ik wil vla.”

Een ervaren verpleeghuisarts in Den Haag deed het toch, in april 2016. Zij handelde „naar eer en geweten” zeggen collega’s en familie van de patiënt. Ze wilde een diep demente, ongelukkige vrouw uit haar lijden verlossen. Zoals de vrouw een paar jaar eerder, nog gezond en wilsbekwaam, had opgeschreven in een wilsverklaring.

Woensdag hoort die arts of ze wordt veroordeeld voor moord. Volgens de Haagse officier van justitie Thijs Berger had de arts beter moeten onderzoeken of de patiënt nog steeds dood wilde toen ze eenmaal was opgenomen in het verpleeghuis, bleek tijdens de zitting vorige week. Op de vraag of ze dood wilde, had de demente vrouw op sommige momenten gezegd dat het daarvoor nog „te vroeg” was. Op andere dagen riep ze wel tien keer dat ze geen moment langer wilde leven. Ze was verward, incontinent, kreeg conflicten met medebewoners en personeel.

Lees ook: Ze besefte niet dat ze euthanasie kreeg

Ze dacht ook dat ze weer kleuterleidster was. De arts: „Ze wist niks meer van haar eigen euthanasieverklaring.”

De arts besloot euthanasie door te zetten, omdat familie en huisarts zeiden dat de vrouw echt niet zo had willen leven. Maar de euthanasie zelf besprak de arts niet met de patiënt, wat wel had gemoeten volgens het OM. De arts deed, op 22 april 2016, een slaapmiddel in haar koffie om haar rustig te maken. Daarna diende ze een spierverslapper toe, die de dood veroorzaakt. Volgens de arts had een gesprek vooraf geen zin, omdat de vrouw er stress van zou krijgen én het meteen alweer vergeten zou zijn.

Waarschuwing

De regionale toetsingscommissie, die alle euthanasiegevallen beoordeelt, en de tuchtrechter vonden dat de arts beter had moeten navragen bij de patiënt of ze, eenmaal opgenomen in het verpleeghuis, nog steeds dood wilde. De arts kreeg een berisping, later afgezwakt tot een waarschuwing. Het OM besloot de zaak eind vorig jaar aan de rechter voor te leggen.

Een demente patiënt moet kunnen afzien van euthanasie, vindt officier van justitie Thijs Berger. Hij zei het zo: „Wie heeft het laatste woord? De wilsbekwame vrouw, in haar schriftelijke verklaring? Of de wilsonbekwame patiënt later, die zegt niet dood te willen?” Het antwoord, volgens hem: de laatste.

Uniek is deze euthanasie niet. Steeds meer demente patiënten krijgen wel degelijk euthanasie. Twaalf in 2009, 147 vorig jaar.

Een ‘diep demente’ vrouw werd bijvoorbeeld op dezelfde manier als in de strafzaak onder zeil gebracht voordat ze euthanasie kreeg, blijkt uit het jaarverslag 2018 van de RTE. De patiënt kreeg ’s ochtends een slaappil, drie kwartier later een pijnstiller en een half uur daarna de spier-verslapper. Uit niets blijkt dat de vrouw werd verteld dat ze straks een fatale spuit zou krijgen. Maar díe euthanasie beoordeelde de RTE als ‘zorgvuldig’. „De arts heeft voor de uitvoering van de levensbeëindiging gebruik gemaakt van pre-medicatie. Reden was dat de vrouw in de laatste periode voor het overlijden in een permanente staat van onrust en angst verkeerde waarbij een reële kans bestond dat een ongecompliceerde uitvoering van de euthanasie in het geding zou komen door een mogelijke schrikreactie.”

Moet je echt bij een weerloze vrouw die vraagt „wat doet u met die spuit?” alsnog een fatale dosis inspuiten? Piet van Leeuwen vindt van niet. Hij is specialist ouderengeneeskunde en werkte de laatste achttien jaar in een hospice. Sinds zijn pensionering, in 2017, doet hij zestig keer per jaar een ‘wilsbekwaamheidstoets’ bij ouderen, meestal voor een notaris. Van Leeuwen: „Ik vind het goed dat het OM de dreigende ontsporing van de euthanasiepraktijk onder de loep legt”. Hij is niet principieel tégen euthanasie, zegt Van Leeuwen, maar hij kan het zelf niet. „Ik kan het niet eens bij een huisdier.”

Van Leeuwen was betrokken bij de actie ‘niet stiekem bij dementie’ in 2017. 450 artsen plaatsten toen een hartenkreet in landelijke dagbladen. Ze verzetten zich tegen de „toenemende politieke en publieke druk om een wilsverklaring (op papier) niet meer te beschouwen als een gespreksdocument, maar als een geuite wens waar gehoor aan moet worden gegeven. Een dodelijke injectie geven aan een patiënt met vergevorderde dementie op grond van een wilsverklaring? Aan iemand die niet kan bevestigen dat hij dood wil? Nee, dat gaan wij niet doen”, schreven zij.

Grenzen stellen

Het Openbaar Ministerie wil nu in elk geval grenzen stellen binnen de Euthanasiewet. De afgelopen tien jaar verdubbelde het aantal gevallen van euthanasie ruim. Van 2.636, in 2009, tot 6.126 vorig jaar. Vrijwel constant is het aandeel patiënten met uitbehandelde kanker: ongeveer tweederde. Dat is niet omstreden. Het lijden dat hen te wachten staat, is zo ondraaglijk en uitzichtloos dat vrijwel iedereen vindt dat zij euthanasie moeten kunnen krijgen.

Bij dementie is het wel omstreden. Artsenorganisatie KNMG werkt aan een visie over dit onderwerp, die volgend jaar moet verschijnen. Daarvoor spreekt ze voor- en tegenstanders. Artsen, naasten én patiënten. De uitspraak van de rechter, woensdag, zal van invloed zijn op de visievorming, zegt een woordvoerder.

Tot nu toe werd de controle op de euthanasiepraktijk aan het medische veld overgelaten. De arts moet vooraf een second opinion vragen én elke euthanasie achteraf melden bij de RTE. Daar beoordelen een arts, een jurist en een ethicus de zaak, op papier. Zaken die onzorgvuldig op hen overkomen, geven ze dat stempel. Dat zijn er maar ongeveer zes per jaar. Die geven ze standaard door aan justitie.

Lees ook: Hoe duidelijk moet een wilsverklaring zijn om euthanasie door te laten gaan?

De schrik zit er bij artsen in, door de veranderde houding van het OM, zegt Steven Pleiter, directeur van het Expertisecentrum Euthanasie. Zijn teams (73 in totaal) passen euthanasie toe wanneer de huisarts van een patiënt dat zelf niet wil doen. Ze krijgen dit jaar meer verzoeken dan vorig jaar: 250 per maand, tegen 210 vorig jaar. In juli zelfs 308. „We horen dat artsen terughoudender worden. Je wilt echt niet dat je je best doet voor een patiënt, naar eer en geweten, en vervolgens hoort dat je iemand hebt vermoord.”

Zijn advies aan mensen die net de diagnose ‘beginnende dementie’ hebben gekregen en die euthanasie willen, is om goed na te denken. „Het beste kun je meteen euthanasie met de dokter bespreken, want je bent nog wilsbekwaam. Lijdt de patiënt dan al ‘ondraaglijk en uitzichtloos’ zoals de wet voorschrijft? Pleiter: „Ja, het vooruitzicht dat je alleen nog zult aftakelen, valt onder de categorie ‘uitzichtloos’. Als je te lang wacht, en het verzoek niet steeds actualiseert, is de kans groot dat je geen euthanasie meer krijgt.”