Het Westen moet van China leren, meent Beijing. Niet andersom

Protesten Hongkong Voor China zijn macht en economische voorspoed belangrijk, niet democratie. De strijd met Hongkong gaat over welke waarden voor de toekomst leidend zullen worden. Voor de wereld.

Studenten geneeskunde vormen een keten bij een demonstratie in Hongkong, donderdag.
Studenten geneeskunde vormen een keten bij een demonstratie in Hongkong, donderdag. Foto Anushree Fadnavis/Reuters

De naam Hongkong betekent letterlijk Geurige Haven, maar door het financiële centrum van Azië waait nu al maanden de zure lucht van traangas. Lieve, sociale en beleefde jongeren zijn deze zomer veranderd in geharde actievoerders die met gasmaskers en gele helmen op een stadsguerrilla voeren tegen de oproerpolitie.

Die deinst er niet voor terug om de demonstranten met knuppels, traangas en niet-dodelijke munitie aan te vallen. Ondertussen komt Carrie Lam, de hoogste leider van Hongkong, met een compromis als het intrekken van de uitleveringswet die de aanleiding voor de demonstraties was. Een compromis dat de demonstranten „te weinig, te laat” noemen, dat Lam heel lang niet heeft gesloten, en van Beijing misschien ook niet mocht sluiten.

Hongkong was altijd een baken van redelijkheid, neutraliteit, transparantie en rechtsbescherming. Hier kon iedereen ongehinderd zaken doen, ongeacht politieke kleur. Nu wordt op dit kleine stukje Chinees grondgebied een van de meest principiële conflicten van onze tijd uitgevochten.

Het gaat er uiteindelijk over welke waarden voor de toekomst leidend zullen worden – niet alleen voor Hongkong, maar in wezen ook voor de wereld. Zijn dat die van een liberaal, democratisch Westen dat op zijn retour lijkt? Of toch die van het opkomende, autocratische China dat vindt dat stabiliteit en eenheid de wereld meer opleveren dan individuele vrijheden?

Joshua Wong, prominent actievoerder in Hongkong, omschreef de strijd tegen China in een recent opiniestuk zo: „De demonstranten in de frontlinie van deze betogingen, zij die eropuit gaan in de straten van de stad, doen niets minder dan het opnemen tegen dat ongelooflijk machtige communistische- en fascistische regime.”

Lees ook een interview van Garrie van Pinxteren met Joshua Wong

Als je dat leest, dan begrijp je ook waarom China zo’n afkeer kan hebben van actievoerders als Wong. China gelooft niet dat Wong namens zichzelf spreekt. Beijing is er ten diepste van overtuigd dat het Westen, en vooral Amerika, er op de achtergrond op uit is om China te infiltreren en te verscheuren. Daarvoor zouden activisten als Wong zich laten misbruiken.

Hoe kan de patstelling in Hongkong nog worden doorbroken nu het conflict voor beide kanten zo principieel is geworden? En hoe zal Hongkong eruit zien als de demonstraties op een gegeven moment tot een einde zijn gekomen?

„Uiteindelijk trekken we toch aan het kortste eind”, zegt Shirley Yam terwijl ze zich buigt over een kom dampende noedels in het centrum van Hongkong. Yam is een oudere, door de wol geverfde Hongkongse journaliste die een belangrijke rol speelt in de Journalistenvereniging van Hongkong. Ze volgt de politieke en economische ontwikkelingen al decennia.

„Op deze hete zomer volgt straks een ijskoude winter”, voorspelt ze. Jongeren in Hongkong hebben volgens haar nog geen idee welke verfijnde en minder verfijnde middelen Beijing kan inzetten om Hongkong uiteindelijk zijn wil op te leggen.

Yam verwacht dat Beijing zijn greep op het bestuur zal vergroten. Ze verwacht dat plaatselijke bestuurders meer en meer plaats moeten maken voor mensen van het vasteland van China, of voor pro-Chinese Hongkongers die direct door China worden aangestuurd.

Te verwachten is dat ook de druk op zakenmensen zal toenemen. Nu al worden die door Beijing aangespoord om toch vooral aan pro-Chinese demonstraties mee te doen. Zo niet, dan komen hun zakenbelangen in China in gevaar.

De druk op gewone Hongkongers zal deels gaan lopen via hun werkgevers. Dat blijkt uit het geval van de Hongkongse luchtvaartmaatschappij Cathay Pacific. De Chinese instantie die verantwoordelijk is voor de veiligheid van de luchtvaart dreigde: als Cathay niet zou zorgen dat het vliegend personeel ophield met demonstreren tegen China, dan zouden de vluchten van Cathay niet langer aangemerkt worden als veilig. Dan zou de maatschappij dus niet meer mogen vliegen op China.

Cathay wist niet hoe snel het aan de Chinese eisen moest voldoen. De vliegmaatschappij eiste van haar personeel dat iedereen zich voortaan zou onthouden van onwettige protesten.

Sympathie voor demonstranten

Yam legt uit hoe het komt dat zo weinig mensen in Hongkong die sympathie hebben voor de demonstranten, het geweld van die demonstranten veroordelen. „Wij ouderen voelen ons schuldig dat onze jongeren nu in een moeilijke situatie zitten”, zegt Yam. „Wij hebben vooral geprofiteerd van de economische opkomst van Hongkong, maar we hebben te weinig gedaan om ook een goede toekomst voor jongeren te scheppen.”

In beeld: Hongkongers demonstreren tegen Chinese invloed

Ze doelt op de economische moeilijkheden die jongeren ondervinden, bijvoorbeeld bij het vinden van een betaalbare woning of een goede baan. Maar het gaat ook om het kiesstelsel en de manier waarop Hongkong wordt bestuurd. Verschillende beroepsgroepen hebben in het parlement recht op hun eigen zetels. Dat heeft ertoe geleid dat vertegenwoordigers van die groepen ook alleen voor de belangen van de eigen, specifieke groep opkomen. Er is geen enkele noodzaak om ook het algemeen belang te behartigen.

Er hangt een zekere heroïek rondom de meestal jonge jongens die hun helmen, gasmaskers en gezichtsbedekking met trots dragen. Het zijn verreweg de coolste demonstranten. „Ik heb geen gasmasker en geen helm”, vertelde een jongen een paar weken terug toen hij bij een demonstratie in een park stond toe te kijken. „Ik ga alleen naar vreedzame bijeenkomsten, want ik ben bang voor geweld,” zei hij. „Maar ik wil op mijn manier toch de mensen steunen die wel in de voorhoede strijden.”

Demonstratie van geneeskundestudenten Anushree Fadnavis/Reuters

Geheime organisatie

Voor de gematigde ex-politica Christine Loh is een toenemende invloed van China op Hongkong geen uitgemaakte zaak. Zij is verbonden aan de Universiteit van Hongkong, en schreef een geschiedenis van de activiteiten van de CPC, de Chinese communistische partij, in Hongkong.

Daarin laat ze zien dat de CPC zich daar lange tijd gedroeg als een geheime, ondergrondse organisatie die zich met succes richtte op het winnen van de sympathie van de economische elite van Hongkong. De CPC zag die tycoons als de sleutel om Hongkong voor China te winnen. Ze stelt ook dat de CPC na 1997 een stuk zichtbaarder en sturender is geworden.

Toch heeft ze nog steeds hoop dat China de relatieve vrijheid van Hongkong zal blijven respecteren, ook na de onlusten, en zelfs na 2047, als Hongkong in theorie onder volledig Chinees bestuur kan gaan vallen. Daarvoor is het wel een vereiste dat de bevolking accepteert dat Hongkong deel van China is. Van streven naar onafhankelijkheid kan geen sprake zijn, dat zal Beijing onder geen voorwaarde accepteren.

In antwoord op vragen per mail stelt Christine Loh: „Deng Xiaoping (China’s leider ten tijde van de overdracht in 1997, red.) heeft gezegd dat ‘één land twee systemen’ niet hoefde te eindigen na 2047. Beijing ziet het zo: als het goed werkt, dan kunnen het beleid en de afspraken gewoon worden voortgezet.”

Maar wat gebeurt er als Beijing concludeert dat het niet werkt? De kans dat Beijing dat inmiddels vindt, is door alle onlusten behoorlijk toegenomen.

De crux bij China’s afwegingen is de nationale veiligheid. Vormt Hongkong daar een bedreiging voor? Dat kan China om twee redenen zo zien. De eerste is als de roep om afscheiding van China te luid klinkt. Dan komt de soevereiniteit van het Chinese grondgebied in gevaar, wat absoluut onacceptabel is voor Beijing.

Als Hongkongers de Chinese vlag in het water gooien of het nationale embleem van China besmeuren, als ze, zoals afgelopen weken gebeurde, met Amerikaanse vlaggen door de stad lopen, dan roept dat in China ook onder de bevolking grote woede en afkeer op: dan gaat Hongkong te ver.

De andere reden is als de stabiliteit op het vasteland van China wordt ondermijnd. Als de opstanden in Hongkong dreigen over te slaan op andere delen van China dan is ook dat absoluut onacceptabel. Daarvan is overigens voorlopig geen sprake, maar China is daar wel heel bang voor.

Chinese overheidswoordvoerders spreken van een potentiële „kleurenrevolutie” in Hongkong, daarmee verwijzend naar de opstanden van de Baltische staten tegen de voormalige Sovjet-Unie van begin deze eeuw. De demonstranten tartten de regering in Beijing door juist die opstanden onlangs met een lange menselijke keten te herdenken.

Hoe meer China het idee heeft dat Hongkong de nationale veiligheid in gevaar brengt, hoe minder speelruimte het krijgt. En het is China dat uiteindelijk bepaalt hoe vrij Hongkong straks nog is.

Nieuwe welvaart

Het China dat in 1997 Hongkong overnam van de Britten, is een heel ander China dan het China van nu. Deng Xiaoping durfde het aan om China’s ramen naar de buitenwereld open te gooien. Hij wilde graag dat China zou leren van het kapitalisme. Hij moest ook wel, want China zat na de Culturele Revolutie (1966-1976) economisch volledig aan de grond. Zonder nieuwe welvaart zou ook het politieke systeem het waarschijnlijk niet overleven.

Dat is inmiddels totaal anders. China groeide in no time uit tot de tweede economie ter wereld. China’s zelfvertrouwen en arrogantie groeiden navenant. China’s huidige leider Xi Jinping is totaal anders dan Deng.

Xi gelooft niet meer dat China veel kan leren van het Westen. Zijn houding is eerder omgekeerd: het Westen mag leren van de Chinese successen.

Het probleem is alleen dat Hongkong helemaal niet wíl leren van China. Veel Hongkongers vonden het aanvankelijk oké of zelfs wel aantrekkelijk om onder China te vallen in plaats van een kolonie te zijn onder de Britten. Zeker toen ze aanvankelijk gewoon hun vrijheden en levensstijl behielden.

Maar naarmate de Chinese invloed in Hongkong toenam, namen ook het ongemak en het verzet toe. Jongeren gingen zich explicieter manifesteren als Hongkonger, niet als Chinees. Ze zagen steeds minder toekomst in een Hongkong waar China de lakens uitdeelt.

Volgens een peiling van de Universiteit van Hongkong in juni van dit jaar ziet inmiddels maar liefst 79 procent van de Hongkongse jongeren tussen de 18 en de 29 jaar zich vooral als Hongkonger. Bij de machtsoverdracht aan China in 1997 was dat nog maar 45 procent.

De Hongkongse identiteit is deels gebaseerd op de erfenis van de Britten: een geïnternaliseerde vanzelfsprekendheid van de vrijheid van meningsuiting en van informatie en de bescherming die een onafhankelijk rechtssysteem biedt. Veel moderne, op het Westen gerichte jongeren willen dat voor geen goud missen. Ze zitten niet te wachten op de censuur en het gebrek aan rechtsbescherming van het onvrije en totalitaire China, hoe rijk en machtig dat ook is.

Lees ook: Blijft Hongkong een veilige zakelijke haven?

China’s zwakte is dat veel van zijn regeringsleiders zich dat domweg niet kunnen of willen voorstellen. Tevredenheid en ontevredenheid zijn in hun ogen uitsluitend gestoeld op economische welvaart of het gebrek daaraan. Ze willen, en kúnnen misschien niet eens begrijpen dat de relatief rijke jongeren van Hongkong bereid zijn om voor niet-materiële waarden de straat op gaan.

Maar waarschijnlijk zal die zwakte Beijing toch niet de das om doen. Ook zonder het leger in te zetten kan Beijing op de langere duur immers geleidelijk aan afdwingen dat de Hongkongers zich naar de wil van Beijing schikken.

Dat weten de demonstranten in Hongkong ook. Ze denken ook helemaal niet dat ze dit echt kunnen winnen. Ze weten alleen dat ze nu uit volle kracht tegen Beijing moeten ageren, omdat het nu nog kan. Misschien wel voor de allerlaatste keer.