Opinie

Gekruid voetbal

Hugo Camps

Ronald Koeman vond Hamburg een lieflijke, mooie stad. Ook het Volksparkstadion droeg zijn goedkeuring weg: intiem, gezellig, indrukwekkend. Dat zou Willem van Hanegem nooit gezegd hebben. En Hans van Breukelen ook niet. Hardliners in moffenhaat. Maar algemener is wraak nu ingeruild voor rivaliteit tussen buren. Het oorlogstrauma is geparkeerd in de kelder van het geheugen.

Het EK van ’88 stond nog in het teken van de verloren WK-finale in 1974. Rituele vijandigheid met de Duitsers was nog niet uitgewoed. Koeman veegde na de wedstrijd zijn kont af met het shirt van Olaf Thon. De schaamte kwam pas later. Voor de huidige internationals is de oorlog geen thema meer. Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong kennen geen oorlogstrauma. Zelfs de metafoor van gestolen fietsen zegt hen niets. Zij staan blanco in de geschiedenis. Duitsers zijn nu normale buren.

Nog worden de onderlinge wedstrijden op het scherp van de snee gespeeld, maar de afrekeningswoede is weggevallen. Shirts worden nu gewisseld alsof het souvenirs zijn. De vijandigheid tussen Ajax en PSV is groter dan die tussen Oranje en de Mannschaft. Het kadert in de omslag van de hele samenleving, die benepen nationalisme heeft ingeruild voor Europese camaraderie. Nou ja, dat is toch de bedoeling. Zeeland wordt overspoeld door Duitse vakantiegangers en in Berlijn komen Nederlanders massaal aan de bron van de naoorlogse geschiedenis drinken. De grenzen tussen beide landen worden bewaakt door een veldwachter zonder wapen.

Lees ook: Oranje: kanttekeningen bij een ploeg in opmars

Voetbal maakt deel uit van het krakkemikkige eenwordingsproces van Europa.

Ook de oude generatie van 1988 is verzoend. De Bundesliga wordt met bewondering gevolgd en transfers voor clubs van beide landen worden niet meer opgehouden door een grens van afkeer. Louis van Gaal werd coach van Bayern München in het hart van gelaarsd Beieren. Arjen Robben heeft een decade lang voor de Duitse kampioensploeg gespeeld, en voelde zich helemaal thuis in München. Wat heet, gelukkig zelfs.

Ik herinner me de tijd van Jan Wouters bij Bayern. Toen hij terugkeerde naar Nederland om zijn ouders bij te staan in hun ziekbed, was hij even diep ongelukkig. Hij miste de barbecue van de buren en het hoogstaande elan van de Duitse competitie. Een herboren Ajacied in het diepste van zijn wezen is hij niet meer geworden.

Het Duitse voetbal is ontdaan van potstampers, zoals Oranje ontdaan is van haatdragende geniepigheid. De confrontaties zijn heftig, maar verlopen zonder smeerlapperij. Ook op de tribunes wordt niet meer geroepen om een slachtpartij. Feest muss sein.

Voor Koeman is deze Duitsland-Nederland geen sleutelwedstrijd. Zei hij. Wat niet wil zeggen dat het er tussen de krijtlijnen gemoedelijk aan toegaat. Maar het gif van de haat is uit de punt van de schoen weggezogen. Mark van Bommel was in zijn tijd bij Bayern meer Duitser dan Lothar Matthäus. Altijd ging hij tot het gaatje. Dat type ontbreekt in Oranje nu.

Duitsland-Nederland blijft wel een prestigeduel, maar dat is Oranje tegen de Rode Duivels ook. Waar landen elkaar raken ontstaat een verhevigd nationalisme. Oranje en de Mannschaft zullen nooit een demonstratiewedstrijd spelen. Zelfs niet ter ere van Johan Cruijff. Het recept blijft strijd tot het bittere einde. Nu dan met aftrek van doodschoppen. Althans niet meer dan tegen Portugal of Frankrijk.

Stevig gekruid voetbal is de limiet.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.