Geen dure koffie, wel dure boeken

Leenstelsel Het leenstelsel heeft waarschijnlijk zijn langste tijd gehad. Studenten in Groningen praten over het leven met een lening.

Studenten Sonson Lyklama en Divano van der Schaar.
Studenten Sonson Lyklama en Divano van der Schaar. Foto Kees van de Veen

Lisanne Rietman (21) kijkt verschrikt naar haar telefoon als ze haar studieschuld checkt. „Wow, zoveel”, zegt ze als ze inlogt op de site van DUO. Al jaren leent ze tussen de 250 en 500 euro per maand, maar de hoogte van haar schuld weet ze niet. Tot nu. Bijna 30.000 euro. Als ze verder kijkt, valt het mee. „Ongeveer 12.000 euro aan leningen”, zegt ze. De rest valt onder het oude ‘prestatie-stelsel’ en hoeft ze dus niet terug te betalen als ze binnen tien jaar afstudeert. Alleen moet ze nog vier jaar studeren en dus vier jaar lenen.

Afgelopen week nam de PvdA afstand van het leenstelsel, dat er mede dankzij die partij vier jaar geleden kwam. Daardoor is een meerderheid van de Tweede Kamer nu voor afschaffing van het huidige leenstelsel. Sinds 2015 krijgt niemand meer een prestatiebeurs, maar moeten studenten lenen. Alleen als ouders niet of nauwelijks financieel kunnen bijdragen, krijgen studenten een aanvullende beurs van maximaal vierhonderd euro per maand.

Rietman noemt het leenstelsel „frustrerend”. Ze begon aan een bachelor rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) onder het oude stelsel, maar met haar bachelor psychologie valt ze onder het leenstelsel. Tussendoor deed ze nog een bestuursjaar bij de Gereformeerde Studenten Vereniging, oftewel „een jaar studievertraging”. Dan krijg je toch een bestuursbeurs? „Dat is slechts genoeg voor het collegeld.”

Ze let op haar centen: uit eten gaat ze één keer per maand en dan altijd via een kortingsactie, of anders neemt ze de daghap. En bij de Starbucks, die onder het dak van de universiteitsbibliotheek zit, koopt ze niks. Koffie drinkt ze uit de automaat. „Voor 40 cent, prima.”

Bernies Stob (24) drinkt wel rustig een Starbucks-koffie. Ze begint deze week aan haar master rechten aan de RUG, nadat ze negen jaar geleden op het MBO begon. Een model-student, zonder studieschuld. „Maar”, zegt ze, „mijn ouders betalen alles, anders was ik nooit van HBO naar de universiteit gegaan.”

Ze woont nog thuis vanwege de financiën en werkt drie dagen in de week bij een Chinees-Indisch restaurant. Toch maakt ze kosten. Elke dag gaat ze met de auto op en neer vanuit Franeker naar Groningen, omdat ze na vijf jaar studie geen recht meer had op een ov-studentenkaart.

In Drachten pikt ze Marieke Wijngaarden (23) op. Ze doet dezelfde studie en komt ook van het MBO. Alleen leent zij sinds haar derde studiejaar maximaal bij, zo’n 1.100 euro per maand. „Ik moet namelijk alles zelf betalen”, zegt ze.

Studenten Bernies Stob, Marieke Wijngaarden en Moniek Sikkes.

Foto Kees van de Veen

Zoals deze week het collegegeld van bijna 2.100 euro en de boeken voor het eerste blok. „Zeven boeken, voor 400 euro.” En hoewel ze niet weet of ze advocaat wil worden, moet ze deze maand wel beslissen of ze extra vakken wil volgen om haar ‘civiel effect’ te halen – een aantekening op haar diploma dat toegang geeft tot togaberoepen, zoals dat van advocaat. „Dat is nog eens 500 euro.”

Aan de lening heeft ze niet genoeg. „Al ben ik er blij mee”, zegt Wijngaarden. „Anders had ik helemaal niet kunnen studeren.” Ze werkt nog twee avonden in een supermarkt en woont bij haar ouders in Gorredijk.

Wijngaarden valt tussen alle stelsels in. Ze was te jong voor de prestatiebeurs en kwam meteen in het leenstelsel. Ze was te oud om korting te krijgen voor haar HBO – sinds vorig jaar betalen alle eerstejaars studenten de helft collegegeld. En ze is al afgestudeerd als er een nieuw stelsel komt. Inmiddels heeft ze 12.000 euro studieschuld.

Mieke Sikkes (22) zit in hetzelfde schuitje. „Afgelopen maand kreeg ik een voucher van DUO”, zegt Sikkes. Ze mag ter compensatie 2.000 euro besteden aan een opleiding. Want net als Wijngaarden viel Sikkes overal tussenin. „Alleen gaat die voucher pas in 2023 in en dan ben ik al afgestudeerd.”

Op een bankje zit Sonson Lyklama (19) uitgezakt een kop koffie te drinken van de Starbucks, die tussen 3 en 5 euro kost. Het is zijn eerste studiedag van de komende vier jaar aan de Hanzehogeschool – hij doet een commerciële studie. De studiekosten betaalt hij met spaargeld. Hij wil niet lenen en weinig uitgeven. „Deze koffie doe ik alleen vandaag.”

Lees ook: ‘Meer praten mét jongeren voordat je over hen praat’

Daar moet Divano van der Schaar (25) om lachen. „Dat zei ik ook, net als veel beginnende studenten”, zegt hij. „In het begin leven studenten zuinig, naarmate je langer studeert ga je meer uitgeven. Stappen. Pilsen. Je denkt: dat betaal ik over twintig jaar wel af.” Deze week levert hij zijn scriptie in voor zijn studie tot docent economie. Aan dat diploma hangt een schuld van 20.000 euro.

Over een compensatiemaatregel heeft hij al nagedacht. „Het is eerlijk als de basisbeurs, die we de afgelopen jaren maand na maand zijn misgelopen, wordt afgetrokken van onze studieschuld”, zegt Van der Schaar. En de nieuw in te voeren prestatiebeurs? „Tegenover een prestatiebeurs moet een echte prestatie komen, zoals een bepaald aantal punten dat je moet halen”, zegt hij. „Dan gaan lanterfantende studenten zoals ik de beurs als een beloning zien.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.