Aysel Erbudak

Roger Cremers

Oud-baas Slotervaartziekenhuis: ‘Die schulden ga ik niet betalen’

Aysel Erbudak Aysel Erbudak was de baas van het Slotervaartziekenhuis. Vanaf maandag staat ze terecht voor verduistering en valsheid in geschrifte. „Ik heb het niet gedaan.”

Met de zwarte capuchon van zijn trui over zijn oren getrokken loopt een jongen de voordeur uit van de woning aan de Amsterdamse Keizersgracht. Hij groet vriendelijk, de voordeur blijft open. Voorbij de hal, aan het keukenblok verwisselt Aysel Erbudak haar rode slippers voor indrukwekkend hoge hakken („Zal ik deze aandoen, of deze?”). Hij woont hier tijdelijk, zegt ze over de jongen; de zoon van een kennis van een vriend van haar vriend. „Noem het Turkse en Arubaanse gastvrijheid.”

Na een jarenlang verblijf in het buitenland is Aysel Erbudak terug. In dit huis van vijf verdiepingen en een dakterras woont zij met haar vriend – voormalig Arubaans minister van Volksgezondheid en Sport Richard Visser – haar jongste zoon en een zoon van hem. Regelmatig blijven de andere, inmiddels uit huis wonende, kinderen en hun vrienden over. „Dan komen we eigenlijk ruimte te kort.” Achter haar staat een wit polyester designpaard op ware grootte, met een lampenkap op het hoofd.

Erbudak vertrok in 2015 uit Nederland nadat ze een taaie strijd met het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis had verloren. Van 2006 tot 2013 was zij het boegbeeld van dat ziekenhuis, daarna werd ze als bestuursvoorzitter ontslagen, als aandeelhouder buitenspel gezet en vervolgens persoonlijk failliet verklaard – toen ze de 4 miljoen euro niet betaalde die het ziekenhuis en anderen volgens de rechter nog van haar tegoed hadden.

Daar kwam een strafzaak bij. Het Openbaar Ministerie vermoedt dat Erbudak geld van het ziekenhuis stal en daarbij valsheid in geschrifte pleegde. Zij ziet dat anders, daarover gaat een deel van het gesprek. NRC zag documenten van het strafdossier in. Maandag staat Erbudak voor de rechter. Haar advocaat Cees Korvinus schuift aan en ook haar vriend en ondernemer Richard Visser, in sportieve trui, mengt zich zo nu en dan in het gesprek.

In 2018 gingen het Slotervaartziekenhuis en de IJsselmeerziekenhuizen failliet. Jeroen Wester en Joris Kooiman maakten een reconstructie: Het geld lekte aan alle kanten weg

Wat heeft u de afgelopen jaren gedaan?

„Ik wist al snel: het heeft geen zin een nieuwe betrekking te zoeken. Mijn naam was zo beschadigd dat ik me overal zou moeten verdedigen. Ik wilde niet de zielige mevrouw uithangen. Ik was al geïnteresseerd in e-health, in technologie en software die medische hulp vergemakkelijkt. Dat bracht Richard en mij samen. We hebben veel gereisd – Aruba, de Verenigde Staten, Scandinavië, Turkije, Rwanda, Zuid-Afrika. We bespraken met vertegenwoordigers van 150 landen de problemen in hun land en hoe we chronisch zieken beter toegang kunnen geven tot zorg. Richard is nu met een bedrijf bezig dat concept [een platform dat patiënten en artsen bijeenbrengt, red.] uit te bouwen.”

Is dat e-healthbedrijf van u beiden?

„Het is van onze kinderen. Ik heb al sinds eind jaren negentig geen eigen bedrijf. Het voelt prettig als ik geen bezittingen heb. Ik denk vrijer als iets niet van mij is. Bovendien is het fiscaal aantrekkelijk. De kinderen hoeven zo later geen erfbelasting te betalen.”

Reisde uw jongste zoon van nu 14 met u mee?

„Ja. Op Aruba en in Zuid-Afrika ging hij als gastleerling naar school en ook als we in Nederland waren ging hij naar school. Tussendoor gaf ik hem thuisonderwijs. Soms waren we maanden in het buitenland. Ik had negatieve emoties bij Nederland. Ik wilde geen haatgevoelens krijgen. Ik dacht: was me dit ook overkomen als ik oorspronkelijk blond haar en blauwe ogen had gehad?”

U denkt dat discriminatie een rol speelde in uw ondergang?

„Dat heeft absoluut meegespeeld.”

Waar blijkt dat uit?

Erbudak laat een stilte vallen. „Oké”, zegt ze en gaat verzitten. „Ik ben altijd ver gebleven van claims dat ik gediscrimineerd ben. Maar toen mijn zakenpartner Jan Schram overleed, viel zijn bescherming weg. Ik had het gevoel alsof een gewaad om me heen wegviel. Daar stond ik dan in mijn naakte allochtoonheid.”

„Ik woon al meer dan veertig jaar in dit land, mijn Turks is supergebrekkig, met een zwaar Nederlands accent. En toch was ik steeds ‘die Turkse mevrouw van het Slotervaartziekenhuis’. Dat Turkse kleefde altijd aan mij. Ik voel me niet Turks, meer een West-Europeaan, een kosmopoliet.”

„Mensen deden niet eens moeite mijn naam te onthouden. Ik stond in de rechtszaken tegenover witte professoren. Ik heb niet gestudeerd, geen medische achtergrond. Of het terecht is of niet, ik voelde me minder gehoord dan zij. Bij de rechter zei een bestuurder van het ziekenhuis over een investeerder die ik aantrok: ‘Ik denk niet dat het een serieuze bieder is, het is een of andere Turkse partij’.”

Dat u een andere afkomst en stijl heeft, leverde u en het ziekenhuis ook veel positieve aandacht op.

„Heel even maar. Bij mijn aantreden moest ik eerst door veel negatieve publiciteit heen breken. Ik heb mijn verleden ook niet mee.”

Erbudak doelt op haar strafrechtelijk verleden dat vlak na haar aantreden in 2006 in de landelijke pers kwam. Ze bleek veroordeeld voor het arrangeren van schijnhuwelijken (1996) en voor belastingfraude (2000).

Erbudak: „Bij die negatieve publiciteit vroegen buitenstaanders zich af hoe lang ik het vol zou houden. Na een jaar kwam ik met goede resultaten en was de vraag of daar niet mee gesjoemeld was. Het beeld kantelde pas toen ik vocht voor het bestaan van de grieppoli, toen ik me in het politiek en maatschappelijk debat mengde en een beeld ontstond van een mevrouw die de taal van de patiënt sprak.”

Erbudak en Visser betrokken dit jaar het grachtenpand toen zijn zoon in Amsterdam wilde gaan studeren. Erbudak: „Ik moet er soms aan wennen weer een normale persoon te zijn. Ik had altijd wel ergens een positie.”

Komende week buigt de Amsterdamse rechtbank zich over Erbudaks zaak. Zij gaf als bestuursvoorzitter opdracht tot betalingen van in totaal 1,2 miljoen euro. Dat geld kwam niet ten gunste van het ziekenhuis, zij profiteerde ervan, stelt justitie. Het ging daarbij om een mislukt vastgoedproject in Turkije waarbij 1 miljoen euro in 2008 via een bouwbedrijf uit het zicht verdween. De omschrijvingen op de facturen klopten niet. Valsheid in geschrifte, zo luidt de aanklacht.

En een tweede kwestie: een paar jaar later maakte het Slotervaartziekenhuis in opdracht van Erbudak twee ton over voor een participatie in een Rotterdams bedrijf. De aandelen gingen niet naar het ziekenhuis, maar naar een bedrijf van Erbudak. Verduistering, zegt de aanklager.

Een misverstand, zegt Erbudak. Rechercheurs hebben nooit „naar het hele plaatje” gekeken van het ziekenhuis: hoe zij in 2006, samen met zakenpartner Schram, zonder enige overeenkomst 26 miljoen euro betaalde om het ziekenhuis te redden. Ofwel: hoe zij en Schram altijd zaken deden op basis van vertrouwen, met weinig op papier.

Waarom wil u vooraf over uw rechtszaak praten?

„Ik hoop dat er na al die jaren een beeld ontstaat dat dichter bij de waarheid komt. De Ondernemingskamer vond dat ik ‘ontwrichtend’ was voor het ziekenhuis. Ik denk: als het Slotervaart één succesperiode heeft gekend, dan is dat onder mij. In de jaren voor én na mij heeft het ziekenhuis nooit succes gekend.”

Onder uw bewind liepen zakelijke, publieke en privé-geldstromen steeds door elkaar. Waarom?

„In de zestien jaar dat ik zaken deed met Jan Schram kreeg ik geen loon uitbetaald, maar maakte ik voor alles gebruik van een rekening courant. In een rubriek in de boekhouding stond wat ik schuldig was aan het bedrijf en wat ik tegoed had. Dat wil niet zeggen dat privé en zakelijk door elkaar liepen.”

Maar dat verantwoorden gebeurde altijd pas later, achteraf.

„Als er sprake is van goed vertrouwen, dan maakt het niet uit op welk moment je iets boekt.”

Met een creditcard van het ziekenhuis betaalde u luxe privé-aankopen – juwelen, tassen, een bezoek aan een kliniek in Hollywood.

„En ik deed er zakelijke uitgaven mee. Alle privé-uitgaven heb ik netjes in de boekhouding verantwoord. Kijk, deze werkwijze is geen advies van mij aan bedrijven. Natuurlijk is het achteraf beter om een salaris af te spreken en te betalen. Het had gewoon niet mijn aandacht. Jan had een obsessie voor zo min mogelijk belasting betalen. Daar kwamen die constructies ook vandaan. Maar wij werkten dus altijd in vertrouwen. Zoals bij de redding van het ziekenhuis. Achteraf bedachten we een structuur voor de transacties. Al dat vertrouwen is na zijn overlijden op een lelijke manier uitgelegd.

„Aan zijn sterfbed worstelde ik met een enorm dilemma. Moest ik nu nog de zakelijke afwikkeling ter sprake brengen? Hij dacht dat hij het eeuwige leven had. Als ik over de afhandeling zou beginnen, zou hij weten dat het niet zo was. Ik dacht: wat er ook gebeurt, dat ga ik niet doen. Heeft het veel geld gekost? Heel veel. Heeft het veel ellende opgeleverd? Absoluut. Heb ik vrede met mezelf? Zeker weten.”

U zou een miljoen euro aan het ziekenhuis hebben onttrokken, voor het project in Turkije. Waarom?

Ze legt haar armen gestrekt naar voren op tafel, hoofd schuin. „Ik ben moe van het praten”, zegt ze. Ze kijkt, voor het eerst tijdens het gesprek, naar haar advocaat.

Korvinus somt vlot op: „Jij hebt die twee transacties geboekt onder de ‘rekening courant directie’. Zo zou jij het verrekenen met het bedrijf van Jan Schram, daar ging jij van uit. Het was dus geen kostenpost voor het ziekenhuis. Maar de boekhouder heeft dat later op eigen gezag anders geboekt. Dat heeft hij bevestigd. Jij wist daar niet van.”

Ze knikt en neemt weer het woord. „Er was niks geheimzinnigs aan. Alles gebeurde open en bloot. Jaarlijks ging 100 miljoen euro door mijn handen. Als ik kwaad wilde, had ik elk jaar een veelvoud van die 1,2 miljoen naar me toe kunnen trekken.”

Een van haar belangrijkste schuldeisers bestaat niet meer: het Slotervaartziekenhuis. Het werd na Erbudaks vertrek eind 2013 door Loek Winter en Willem de Boer overgenomen. Eind vorig jaar ging het failliet. Over de oorzaak is ze stellig: „Hebzucht van de eigenaren.”

Ze mag hem niet, Loek Winter, dat is duidelijk. Volgens Erbudak bracht Winter extra managers en consultants binnen waar hij zelf aan verdiende, en bezuinigde hij op de zorg. „Je hebt bestuurders die willen saneren en bestuurders die willen groeien.” Zij rekent zichzelf tot de laatste categorie. „Ik ben geen bezuiniger. Als je in de zorg werkt, heb je extra verantwoordelijkheid omdat mensen hulp nodig hebben. Ik vond ook dat je patiënten de beste en veiligste omgeving moest bieden. Voor iedereen die dat in de weg stond, was ik genadeloos.”

Lees ook: NRC en Het Parool deden in 2018 onderzoek naar het Slotervaart-ziekenhuis, dat ten onder dreigde te gaan aan geldgebrek, interne ruzies, belangenverstrengeling en een onvoorspelbare eigenaar

.

U weigerde schuldsanering waardoor u nog steeds onder curatele staat en in een persoonlijk faillissement zit. Waarom?

„Ik heb vier à vijf schuldeisers, waaronder het Slotervaart, mijn voormalige callcenter dat ik zelf heb opgezet, de Belastingdienst en de Rabobank die mijn huis heeft moeten veilen. Die schulden zijn grotendeels ten onrechte ontstaan en ik ga ze nooit van mijn leven betalen. Uit principe. Ik mag het niet zeggen, maar het zijn toch allemaal zakelijke crediteuren, geen personen.”

Hoe heeft u last van dat faillissement?

„Geen. Ik heb er weinig last van”, zegt ze.

Echt niet?

„Kijk, fijn is het niet. Het heeft veel ellende gecreëerd. De kinderen hebben moeten verhuizen.”

En wat betekent het strafrechtelijk onderzoek voor u?

„Ik heb lang stil moeten zitten. Het liefste was ik naar buiten getreden, met business, met dingen waar ik goed in ben. Gewoon een ziekenhuis runnen. Leuke dingen doen in de gezondheidszorg. Dat vind ik jammer.”

Ze denkt even na. „Misschien komt het ook daardoor dat ik veel relaties heb gehad. Ik vond het in relaties ook nooit leuk mezelf te moeten verdedigen. Ik houd er niet van me te moeten verantwoorden voor dingen die ik niet heb gedaan. Dat speelt in de strafzaak ook. Ik heb het niet gedaan, en zeker niet zo bedoeld.”

Erbudak en Visser zijn nog niet getrouwd, zeggen ze. Maar ze zijn het wel van plan. Als „alles voorbij is”.

Erbudak: „Ik ben een gevaar voor mensen op dit moment. Zo werkt het. Je bent in opspraak. Waarom zou je mensen die hard gewerkt hebben om in een bepaalde positie te komen in diskrediet brengen? Je bent toch die foute mevrouw. Als je naar mijn Wikipedia kijkt, dat liegt er niet om. Zo iemand wil je toch niet spreken?”

Ze moet naar een afspraak, samen met haar zoon. In de grijze Porsche Panamera 4 van Visser rijdt ze weg, tegen het verkeer in.