Die fietsen: nog extremer dan gedacht

De Toerist Steeds meer buitenlandse toeristen bezoeken Nederland, in 2018 ruim 19 miljoen. Wie zijn het?

Armin Kohlweis uit Oostenrijk
Armin Kohlweis uit Oostenrijk

De bergen, dat maakt Oostenrijk voor Armin Kohlweis (58) anders dan alle andere Europese landen. Twee jaar lang werkte hij als leraar Duits in Finland. Toen hij terugkeerde en de witte toppen voor het eerst weer zag, schoten de tranen in zijn ogen. „Dat ik de bergen zo miste, daar kwam ik pas achter toen ik ze weer zag. Ze bleken belangrijker voor me dan ik me tot dan toe had gerealiseerd.”

Met zijn vrouw en dochter van rond de twintig bezoekt hij Nederland, een van de vlakste landen ter wereld. Vanuit hun appartement aan de Spiegelstraat in Amsterdam lopen ze onder de bogen van het Rijksmuseum naar het Van Gogh. Geen bergen, niet eens een heuveltje hier in Amsterdam. Wel veel water, fietsen en koffietentjes.

Jaarlijks neemt hij zijn gezin mee op stedentrip naar een hoofdstad in Europa. Dit jaar zou zijn dochter eigenlijk niet meegaan, maar de verleiding van Amsterdam kon ze niet weerstaan. „Op den duur houdt dat natuurlijk een keer op. Hoewel ze zich wel aan ons ergert op dat soort reizen. Na een dag in de stad kruipt ze in een hoekje van het appartement. Dan is ze ons even zat.”

Na vijf dagen in Amsterdam valt hem vooral de hoeveelheid fietsen op. „Het is nog extremer dan ik me had voorgesteld. Bij ons zie je steeds vaker elektrische fietsen bij ouderen, voor hen is het te zwaar om de heuvels op te trappen. Soms word ik zelfs door ze ingehaald.”

Als ik één ding mee naar huis zou willen nemen, zijn het de Amsterdamse koffietentjes

Als hij één ding mee naar huis zou willen nemen, zijn het de Amsterdamse koffietentjes. Die hebben hun weg naar het zuiden van Oostenrijk nog niet gevonden. „In Wenen is het in opkomst, maar in Amsterdam is er zoveel keus dat we elke ochtend een andere barista proberen.”

Morgen is het hun laatste dag. Hij kan niet wachten tot het moment dat de Oostenrijkse bergen weer door het vliegtuigraampje te zien zijn. „De dag nadat ik terug ben, pak ik mijn klimspullen. Dan rijd ik naar de Grossklockner – de hoogste berg van ons land – en hike ik tot een hoogte van 2.500 meter. Dat doe ik altijd na een vakantie, om te voelen dat ik weer thuis ben.”