Opinie

De centrale banken kunnen het niet langer alleen

Negatieve rentes

Commentaar

Het zeer ruimhartige monetaire beleid dat westerse centrale banken al tien jaar over de economie uitstrooien begint door te dringen tot burgers en bedrijven. Waar het tot voor kort vooral de overheden waren die voordeel ondervonden van negatieve rentes, profiteert inmiddels ook het bedrijfsleven op grote schaal van ‘gratis geld’. Ondernemingen met een goede reputatie kunnen van beleggers soms al lenen tegen negatieve rentes, waarbij zij in wezen geld toe krijgen als zij lenen. De kans is groot dat dit verschijnsel zich uitbreidt.

Volgende week vergadert de Europese Centrale Bank (ECB) over het monetaire beleid. De verwachting is dat de rentes dan opnieuw omlaag gaan. Nu al is het noodtarief waartegen banken hun geld bij de ECB kwijt kunnen -0,4 procent. Dat kan nog lager worden. Op de obligatiemarkt, waar leningen worden verhandeld door beleggers, zijn de effectieve rentes op staatsleningen vaak al door het nulpunt gezakt. Tweederde van de leningen van overheden in de eurozone heeft nu een negatieve rente. Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) krijgt op een tienjarige staatslening nu 0,45 procent rente toe.

De ECB wil met een nieuwe verruiming van het monetaire beleid het risico op een nieuwe economische recessie verminderen, of de gevolgen daarvan op voorhand mitigeren. Naast nóg negatievere rentes kan de centrale bank, in de nadagen van topman Mario Draghi kiezen voor een herstart van het programma waarbij de ECB voor miljarden aan staatsleningen, andere leningen en misschien ook andere financiële activa opkoopt.

Hoe absurd het hele idee nog maar een paar jaar geleden leek, negatieve rentes zijn inmiddels normaal. Maar hoewel bedrijven en later misschien ook burgers er in de naaste toekomst van kunnen profiteren, zijn er ook grote nadelen. Spaarders lijden onder de extreem lage rentes. De Nederlandse pensioensector zucht en kraakt nu al. Dat kan in de toekomst nog veel erger worden.

In dat licht was het eerste optreden van Christine Lagarde als beoogd opvolger van Draghi als ECB-president woensdag in het Europees Parlement interessant. Lagarde onderstreepte dat centrale banken niet de enige zijn die maatregelen zouden moeten nemen. De lage rentes staan overheden toe om een expansiever begrotingsbeleid te voeren. Twee landen waar dat volgens de internationale consensus zonder meer mogelijk en zelfs ook wenselijk is, zijn Nederland en Duitsland. Beide hebben een overschot op de begroting en een sterk krimpende staatsschuld. Beide investeren en consumeren zo weinig en sparen zo veel, dat het overtollige spaargeld een fors overschot oplevert op de betalingsbalans met het buitenland.

Lagarde, Draghi, maar ook veel andere centrale bankiers stellen zich op het standpunt dat overheden weer meer aan het roer moeten gaan staan van hun eigen economie, in plaats van dit veel te veel over te laten aan de centrale bank. In Nederland is die ruimte er zonder meer. Sterker nog: door het begrotingsbeleid meer in te zetten, zou minister Hoekstra ertoe bij kunnen dragen dat de ECB zich minder extreem hoeft te gedragen. Zo kan de minister zelf met zijn begrotingsbeleid de schade voor de pensioensector beperken. Op Prinsjesdag wordt duidelijk of het kabinet vasthoudt aan de orthodoxie van het begrotingsbeleid van de afgelopen tien jaar. Zo terecht als dit destijds ook geweest mag zijn, de tijden veranderen. Als het goed is, verandert het beleid mee.