De buurtsuper in het dorp met 540 inwoners is een attractie op zich

Toeristisch dorp Vijftien jaar geleden werden de Weerribben uitgeroepen tot mooiste plek van Nederland. De buurtsuper profiteert: nog altijd komen er toeristen op af.

Jannie Braad runt samen met haar man Wiecher een buurtsuper die dankzij toeristen kan blijven bestaan.
Jannie Braad runt samen met haar man Wiecher een buurtsuper die dankzij toeristen kan blijven bestaan. Foto’s Siese Veenstra

Zonder toeristen zou buurtsuper Braad in het Overijsselse Ossenzijl niet meer bestaan. „We leggen in de zomer een buffer aan voor de winter”, zegt Jannie Braad. Ze runt samen met haar man Wiecher de enige boodschappenwinkel in het 540 inwoners tellende dorp, aan de rand van de Weerribben, een natuurgebied dat vijftien jaar geleden in een verkiezing op televisie werd uitgeroepen tot mooiste plek van Nederland, en tot vreugde van het supermarktje nog altijd redelijk wat toeristen trekt.

De meeste klanten komen per boot; ze leggen naast de buurtsuper aan, laden de boodschappen in en varen weer verder. „Na die verkiezingen hebben we een piek in het aantal klanten gehad”, vertelt Jannie (60) voor de ingang van de ruim honderd jaar oude winkel, ooit begonnen door de grootouders van haar man Wiecher (62), rustiek gelegen aan het water van de Kalenbergergracht. „De toeristen zijn Nederlanders, Duitsers, Engelsen en Italianen, ze komen overal weg.” Jannie en Wiecher hebben de winkel 23 jaar geleden overgenomen van de ouders van Wiecher, en sindsdien is het aantal klanten helaas wel gestaag gedaald. „We zijn er niet rijk van geworden, maar we hebben er altijd van kunnen leven. En we zijn gelukkig. Waarom moet alles altijd groter worden?”

Het voortbestaan van een kleine supermarkt in Ossenzijl geldt in het advies van de Raad voor leefomgeving en infrastructuur als voorbeeld van de positieve gevolgen die het toerisme kan hebben, niet alleen voor ondernemers met een souvenirwinkel, hotel, airbnb of café, maar ook voor de andere inwoners. Zo profiteren niet alleen toeristen maar ook inwoners van bijvoorbeeld de horeca op de Waddeneilanden; en Amsterdammers van fraaie musea en van een frequent rijdende buslijn naar de Zaanse Schans.

Lees ook: Wat voor toerisme wil Nederland?

Veel inwoners van Ossenzijl zeggen de winkel niet te willen missen. „De boodschappen zijn wel wat duurder dan in andere, grote supermarkten, maar veel mensen, vooral oudere alleenstaanden, zijn blij dat deze winkel er is”, vertelt Henk Brussel (67). Hij woont enkele huizen verderop aan het water, met uitzicht op bungalowtenten aan de overkant op camping De Kluft, en op langsvarende plezierjachten. „De boten worden steeds hoger. De passagiers kijken tegenwoordig mijn slaapkamer op de eerste verdieping in.” Brussel haalt gemiddeld twee keer per week boodschappen in de buurtwinkel, de rest haalt hij in grotere supermarkten verder weg. De dichtstbijzijnde is zes kilometer rijden. „Deze winkel heeft echt een belangrijke functie”, zegt Christiaan Cossee (25), die als schoonzoon van het echtpaar Braad af en toe meehelpt in de winkel. „Er komt hier bijna elke dag een oude vrouw met een rollator langs. Het is voor haar een uitje. Waar zou ze anders boodschappen moeten doen?” De buurtsuper bezorgt ook regelmatig aan huis. Ook zijn er mensen die enkele kilometers verderop in het dorp wonen, langs een pad waar geen auto’s mogen komen. Schoonzoon Christiaan: „Voor hen is deze winkel ook erg fijn. Niet iedereen wil met de auto boodschappen doen in de stad, en die vervolgens overladen in tassen om met de fiets verder te gaan.” Nog een pluspunt: de buurtsuper is tevens postagentschap. Anderzijds moeten we het belang van de buurtsuper ook niet overschatten, meent bewoner Ina Muis. „We moeten het in Ossenzijl niet van de supermarkt hebben, hoor. We doen hier alleen boodschappen als we iets vergeten zijn; melk of bier bijvoorbeeld.” Haar dochter Marlies, een jonge moeder, woont in IJsselham, enkele kilometers verderop. „We wonen hier niet vanwege de voorzieningen. We wonen hier omdat het mooi en rustig is, en omdat we hier vandaan komen. Mijn broer wil binnenkort ook terugkomen. Hij woont in Amsterdam, en zegt dat hij daar in een bubbel leeft.”

Duitsers, Engelsen en Italianen, de toeristen komen overal weg

Jannie Braad, eigenaresse buurtsuper

In Ossenzijl verschillen de meningen over de wenselijkheid van een groei van het toerisme. Er zijn plannen voor een transferium, om meer toeristen te lokken en daarmee het drukke Giethoorn te ontlasten. „Dat hoeft voor ons niet”, zegt Ina Muis. „We hebben al toeristen genoeg.” Jannie Braad hoopt wél op meer toeristen, want zij ziet het aantal boten dalen. „Mensen willen niet meer de rompslomp van een boot en alle onderhoud die daar komt kijken. Stellen werken vaak allebei, hebben drie weken vakantie, en nemen dan liever een goedkope vlucht naar een ver land.” Ruimte voor groei is er zeker, zeggen de enkele toeristen die we in een café in Ossenzijl treffen. „Wat ons verbaast, is dat hier zo weinig winkels zijn”, zegt Ralph Borbeck, een Zwitser uit Zürich, die samen met Stephanie Keller een fietstocht door het gebied maakt. „Het landschap is hier mooi, maar er is weinig te doen. We kunnen nergens iets kopen.” Maar of je toeristen kunt lokken? „Welnee”, zegt Adrie Kleene, werkzaam in Ossenzijl en wonend in het drukke Giethoorn. „Dacht u echt dat toeristen zich laten weerhouden of sturen? Als het ergens te druk is, komen ze vanzelf niet meer. De wal keert het schip.”