Een van de plekken waar Patrick van der Jagt in Rotterdam sliep gedurende de zestien jaar dat hij dakloos was.

Foto Patrick van der Jagt/@caveman010

Op papier slaapt iedereen binnen

Dick Couvée

dominee

Patrick van der Jagt

ex-dakloze

Dominee Dick Couvée pleit in aanloop naar de tweede Daklozendag voor een minder voorzichtige aanpak van de gemeente.

In de Pauluskerk kwamen de CBS-cijfers vorige week niet als een verrassing. Dat het aantal dak- en thuislozen sterk is gestegen (in tien jaar een ruime verdubbeling naar 39.000 mensen in 2018) hadden ze daar al gemerkt. Niet alleen het aantal mensen neemt toe, ook de redenen dat ze op straat terecht komen veranderen, zegt dominee Dick Couvée.

Volgende week organiseert de Pauluskerk voor de tweede keer de Daklozendag in Rotterdam. Couvée: „Dit probleem is niet opgelost, het groeit. We willen niet toe naar de situatie van toen, alsjeblieft Rotterdam, let op je zaak. Kom op.”

Patrick van der Jagt is ervaringsdeskundig. Hij was 16 jaar dakloos en werd bekend door het programma het Rotterdam Project van Beau van Erven Doorns. Speciaal voor deze dag maakte hij foto’s van plekken waar hij op straat sliep.

Burgemeester Aboutaleb zegt altijd: in deze stad hoeft niemand op straat te slapen. Klopt dat niet?

Van der Jagt: „Op papier slaapt iedereen binnen ja. Maar er slapen mensen buiten. Mensen die nergens ingeschreven staan, niet bij het Leger des Heils, nergens.”

Couvée: „In Rotterdam zijn er nu tussen de 100 en 150 feitelijke buitenslapers. Maar als je de cijfers van het CBS op Rotterdam toepast, kom je op ongeveer 4.000 mensen die dak- en thuisloos zijn. Die zitten in de opvang, die slapen bij vrienden of kennissen op de bank, van alles. En het aantal groeit. Dat geldt zeker voor jonge mensen, tot 23 jaar, en voor Midden- en Oost-Europeanen.

Hoe komt dat?

Couvée: „Er zijn in Rotterdam veel mensen uit Midden- en Oost-Europa, die zitten op tijdelijke contracten in tijdelijke huisvesting. Als dat stopt, dan slaap je bij vrienden, als dat stopt sta je op straat. En dan komen de alcohol de drugs.”

Van der Jagt: „Ik zie inderdaad veel mensen aan de speed en dat soort dingen. Daarbij komen ook de psychische problemen.”

Couvée: „Dat is de tweede groep die wij steeds meer zien, de verwarde personen. De derde groep zijn jongeren met de Nederlandse nationaliteit die het niet redden in deze samenleving. De samenleving wordt harder, alles wordt duurder, huisvesting wordt lastiger en de ingewikkeldheid van regelgeving neemt toe. Het gaat uit van het model: jij bent zelfredzaam – en dat klopt niet. Het is ook verschoven. Bij deze groep was vroeger vaak verslaving de oorzaak, nu zie je veel meer mensen dak- en thuisloos worden als gevolg van armoede en schulden.”

Zelfs geen bed meer in de nachtopvang

Wethouder Sven de Langen (CDA) heeft net nieuwe maatregelen aangekondigd: meer aandacht voor jongeren, meer en betere nachtopvang, een project voor housing first. Is dat niet genoeg?

Couvée: „Het is een aantal stappen de goede kant op. Maar het is te voorzichtig. Dat hij in een klein experiment jongeren centraal zet, in combinatie met 24-uursbegeleiding, dat is heel goed. Maar doe dat over de hele linie. Zorg voor voldoende capaciteit, voor bemoeizorg. Dus niet een afspraakje en dan gebeurt er weer niets, maar een vangnetaanpak voor iedereen: opvang en begeleiding die 24 uur per dag beschikbaar is, en een gezicht en een stem heeft – dus niet een computertje, niet een formuliertje, niet vijf gezichten.

„En die begeleider doet dat van begin tot het eind. Tot er een resultaat is dat er mag wezen. Nu is het zo dat als het niet volgens het plannetje gaat, geven ze het op. Dat plannetje dondert dus niet. Het gaat om de persoon.”

Zijn er genoeg mensen voor een dergelijke intensieve begeleiding?

Couvée: „Nee. Een dergelijke aanpak kan op dit moment, behalve voor de kleine groep, niet waargemaakt worden. Dat was anders. In de periode 2006-2014 hadden we het in deze stad prima voor elkaar, met twee opeenvolgende goede plannen voor maatschappelijke opvang.”

Was dat vroeger anders?

Couvée: „In 2006 kwam er een groot plan om dakloosheid aan te pakken in de grote steden op initiatief van toenmalig minister Zalm (VVD). Kern was hulp rond de persoon van de dakloze te organiseren, in plaats van vanuit de talloze instanties die zich met hen bezig hielden: wat ik vangnetzorg noem. Het rijk stelde daarvoor 175 miljoen beschikbaar. Eind 2014 was het geld op, en toen was het idee; het probleem is eigenlijk opgelost. Terwijl een grote stad als Rotterdam altijd mensen op straat heeft. Wat er toen gebeurd is: als de brand geblust is, hef je de brandweer op.”

Van der Jagt: „Die persoonlijke aanpak heeft mij heel erg geholpen. Dat er altijd iemand was – die bijvoorbeeld zorgde dat ik een telefoon had met beltegoed. Waar het ook stagneerde, ik kreeg de juiste hulp.”

Couvée: „Als je het nodig had, niet als je een afspraak maakte. Je had geen adres, dus dan gaat dat idee van zelfredzaamheid al niet op.”

Van der Jagt: „Als je geen adres hebt, besta je niet, en als je niet bestaat valt er niets te redden.

„Wat mij geholpen heeft, is dat ik zelf begon in te zien dat ik in een vicieuze cirkel zat, en dat wilde doorbreken. Mijn grootste probleem was natuurlijk mijn verslaving. Een hele tijd wilde ik met ‘gecontroleerd gebruik’ een betere kwaliteit van leven krijgen. Ik kon bedenken dat dat niet ging gebeuren.”

Couvée: „Je zegt eigenlijk steeds dat het een langzaam proces is. Als er begeleiding is, moet die dat lang volhouden.”

Van der Jagt: „Voor verslaafden is de verslaving nu goed geregeld. Je hebt plekken waar ze kunnen gebruiken, er wordt gezorgd dat je eet, ze helpen je naar begeleid wonen. Maar er is geen beleid hoe ze mensen van hun verslaving helpen. Dat vind ik heel erg, ik ben daar indertijd heel erg tegenaan gelopen. Ik heb daar jongeren zien zitten, die worden gewoon opgegeven. Er wordt nooit een gesprek aangaan: hoe oud ben je nu, wat wil je, is er nog iets te redden.”

Waarschijnlijk willen ze voorkomen dat verslaafde mensen die plekken mijden?

Couvée: „Dat is het geheim van de goede hulpverlener. Soms moet je duwen, en soms niet. Dat is het lastige: het is allemaal niet standaard. Wezenlijk is het contact van de hulpverlener met de mensen.”

Wat voor rol speelt armoede?

Couvée: „Dat is steeds meer een oorzaak van dak- en thuisloosheid, in plaats van verslaving. De inwoners van Rotterdam hebben de hoogste kans op langdurige armoede. Uit onderzoek onder daklozen blijkt dat schulden een belangrijke reden zijn dat ze weer terugvallen in dakloosheid. Onderdeel van de hulpverlening moet ook het wegnemen van de oorzaken zijn. Schulden blijven je eeuwig achtervolgen als ze niet opgelost worden.

„Het tweede is: naarmate je langer leeft onder de stress van het overleven, neemt aantoonbaar je weerbaarheid af, je mogelijkheden om met het leven te copen af. Ook daar schiet het idee van zelfredzaamheid te kort.”

Van der Jagt: „Ik moest in de kliniek uitrekenen hoeveel schulden ik had en hoeveel schade ik had berokkend, ook door niet op werk te komen opdagen en zo. Dat was bijna een miljoen euro. Niet te geloven.”

Couvée: „Uit alle onderzoeken blijkt dat elke euro die je investeert in de maatschappelijke opvang, zich drie of vier keer terugverdient op openbare orde volksgezondheid, veiligheid, noem maar op.”

Je fotografeerde plekken waar je ooit sliep, Patrick. Was dat moeilijk?

Van der Jagt: „Soms wel. Ik heb meer dan 30 plekken gefotografeerd in twee dagen, het was een hele safari. Maar ik leef op dit moment heel anders, en ik heb mijn eigen plekje. Ik ben Patrick van der Jagt, fotograaf. Ik ben dakloos geweest, verslaafd geweest, maar dat is nu wel een beetje klaar. Ik wil echt verder.”