Burgemeester moet in ‘vredestijd’ uitzoeken waar de pijn zit

Demonstratierecht Met ruim twee maanden tot de intocht van Sinterklaas kregen burgemeesters deze week een spoedcursus demonstratierecht.

Politie en ME beschermen een demonstratie van Kick Out Zwarte Piet bij de intocht van Sinterklaas in Eindhoven, in 2018.
Politie en ME beschermen een demonstratie van Kick Out Zwarte Piet bij de intocht van Sinterklaas in Eindhoven, in 2018. Foto Merlin Daleman

Het is woensdagmiddag, 4 september. De regen slaat hard tegen het dak van het Grand Hotel Karel V in Utrecht. Op de zolder van het statige hotel luisteren zo’n negentig burgemeesters en ambtenaren naar Kajsa Ollongren (D66). Het demonstratierecht, drukt de minister van Binnenlandse Zaken de aanwezigen op het hart, is „een elementair onderdeel” van onze democratie. Juist dat „hele kleine minderheden” zich hier vrij kunnen uiten, „onderscheidt ons van autoritaire landen”.

Pas over ruim twee maanden verwelkomt Nederland Sinterklaas, maar voor veel burgemeesters zorgt zijn komst nu al voor kopzorgen. En dus organiseerde Ollongren deze spoedcursus demonstratierecht in de hoop lokale bestuurders klaar te stomen voor wat mogelijk opnieuw een onrustig weekend wordt.

Sinds 2011 gaat de aankomst van Sinterklaas gepaard met demonstraties tegen de volgens tegenstanders „racistische karikatuur” Zwarte Piet. Protesten van actiegroep Kick Out Zwarte Piet werden voorgaande jaren gesmoord door massa-arrestaties, een Friese wegblokkade en hooligans. Elk jaar blijkt niet alleen dat het debat rondom Zwarte Piet verder verhardt, maar ook dat lokale autoriteiten worstelen met het demonstratierecht. Onderzoek van NRC toonde dat meerdere burgemeesters in 2018 te gemakkelijk anti-Zwarte Piet-demonstraties inperkten of verboden.

Lees ook Tijdgebrek, argwaan, hooligans en de knieval voor geweld

Dus legt jurist Berend Roorda (Rijksuniversiteit Groningen) deze woensdag de burgemeesters de wet nog eens voor. Je moet er alles aan doen om demonstraties door te laten gaan binnen zicht- en hoorafstand van dat waartegen gedemonstreerd wordt. Protesten kun je alleen inperken of verbieden indien nodig om de volksgezondheid of verkeersveiligheid te beschermen, of om wanordelijkheden tegen te gaan. Als tegendemonstranten agressief worden, moet je extra politie inzetten. Als je dat nalaat en „een knieval maakt voor geweld”, inspireert dat mogelijk anderen om demonstranten monddood te maken met agressief gedrag.

Maar, klinkt het al snel in de zaal, is de praktijk niet weerbarstiger? Meerdere burgemeesters hier kennen de gevaarlijke situaties waartoe agressieve tegenacties kunnen leiden. Pieter Broertjes van Hilversum (PvdA) beëindigde vorig jaar een protest tegen Zwarte Piet omdat voorstanders de demonstranten met onder meer eieren bekogelden. Hebben ze dan geen verantwoordelijkheid voor onschuldige omstanders? „Als ik de demonstranten langs de route een veld aanwijs, dan bind ik de kat op het spek”, zegt burgemeester Frank Dales van de gemeente Velsen (D66), waar de discussie volgens hem helemaal niet speelt. „Dan bellen ze de Hells Angels om de boel op te ruimen.”

Veel burgemeesters worstelen met een onwrikbare achterban. Broertjes trad in gesprek met het lokale Sinterklaascomité over roetveegpieten, maar kreeg te horen dat dan maar „twintig van de 120 Pieten” zouden opdagen. Lucius Bolsius (CDA) ontdekte dat sponsors in zijn Amersfoort „best 100 euro willen neertellen”, maar op voorwaarde „dat-ie pikzwart is”.

Herken de spanningen

En dus, vult filosoof Bart Brandsma het verhaal van Roorda aan, moet je vroegtijdig in kaart brengen wat er speelt in je gemeente, welke partijen zich waarover druk maken. Hij organiseerde in aanloop naar deze bijeenkomst in vijf gemeenten ‘kennis-sessies’ om te snappen hoe de polarisatie rondom Zwarte Piet er daar uitzag. Brandsma werkte samen met een team van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat in 2015 werd opgericht om polarisatie en radicalisering in Nederland tegen te gaan.

In onder meer Eindhoven en Groningen, steden waar vorig jaar hooligans Kick Out Zwarte Piet bekogelden of aanvielen, werden betrokkenen uitgenodigd om te achterhalen waar de pijn in de gemeenschap zat. Zo ontdekten ze dat er in elke stad een veel bredere „gevoelsdynamiek” speelt rondom de anti-Zwarte Piet-demonstraties: spanningen tussen het stadsbestuur en wijken die zich niet gehoord voelen, bijvoorbeeld. Of tussen nieuw gearriveerde elites en de „oude, echte bewoners”. Of zelfs tussen rivaliserende hooligangroepen uit verschillende steden.

Herken die spanningen door vroegtijdig in gesprek te gaan en te zorgen dat je op de juiste sentimenten inspeelt, zegt Brandsma. En bovenal: laat je niet „gijzelen” door de uitersten van het debat, maar versterk de grote, stille meerderheid in het midden. En, met een lach: „Probeer dat midden in vredestijd te ontdekken, ruim vóór de intocht”.