Wob-verzoeken steeds vaker te laat beantwoord

Sinds 2016 is het aantal Wob-verzoeken dat door ministeries te laat wordt beantwoord toegenomen. In dat jaar is de boete op het te laat beantwoorden afgeschaft.

De Hofvijver met op de achtergrond enkele ministeries.
De Hofvijver met op de achtergrond enkele ministeries. Foto Lex van Lieshout/ANP

Verzoeken binnen de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoeken) aan ministeries worden steeds vaker te laat beantwoord. Dat blijkt donderdag uit een analyse van de Volkskrant.

Wob-verzoeken moeten officieel binnen twee maanden worden beantwoord. In 2016 is 61 procent van de gevallen de opgevraagde documenten te laat verschaft, dit jaar is dat 71 procent, aldus de Volkskrant op basis van 2.077 Wob-verzoeken die online staan van 2016 tot 2019. Dat is ongeveer de helft van alle verzoeken uit die periode.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoordt volgens de krant gemiddeld 89 procent van de verzoeken te laat. Defensie is het snelst: 37 procent van de openbaarheidsverzoeken aan dit ministerie werd te laat beantwoord.

Dwangsom afgeschaft in 2016

Het verschil met 2016 is opvallend omdat eind dat jaar de boete op het te laat beantwoorden is afgeschaft. Voorheen moest de overheid van 23 euro tot 45 euro per dag betalen bij vertraging, met een maximum van 1.260 euro. Hier werd misbruik van gemaakt. Personen en kleine bedrijfjes stuurden expres ingewikkelde of in andere brieven ‘verstopte’ Wob-verzoeken, om zo vertraging uit te lokken en de dwangsom op te strijken. Dit kostte de overheid naar eigen zeggen tussen de 8 en 14 miljoen euro per jaar.

De Wet openbaarheid van bestuur bepaalt dat alle overheidsinformatie in principe publiek beschikbaar is en dus opgevraagd moet kunnen worden. Van 2016 tot en met 2018 werden er 3.928 Wob-verzoeken bij ministeries gedaan. Het aantal verzoeken per jaar nam in die periode met 9 procent toe. Het ministerie van Sociale Zaken ontving er het meest, bijna zevenhonderd.