Wie koos de ongeschikte schepen?

Scheepvaart Rijkswaterstaat kan drie dure MPV-30's niet inzetten. En een werknemer zou een dubieuze dubbelrol spelen bij een aanbesteding.

Drie dure werkschepen die Rijkswaterstaat bestelde, zijn ongeschikt voor hun taak. Maar is dat de schuld van Rijkswaterstaat of de werf die ze maakte? Van een tewaterlating is voorlopig nog geen sprake.
Drie dure werkschepen die Rijkswaterstaat bestelde, zijn ongeschikt voor hun taak. Maar is dat de schuld van Rijkswaterstaat of de werf die ze maakte? Van een tewaterlating is voorlopig nog geen sprake. Foto Jordi Huisman / Hollandse Hoogte

De schepen liggen te diep voor de wateren die ze moeten bevaren. De motoren haperen. En op het dek staat een grote kraan die het zicht van de stuurman belemmert. De drie MPV-30’s, zogeheten multi- purpose vessels die Rijkswaterstaat voor 27,7 miljoen euro heeft aangeschaft, zijn, kortom, een miskoop.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) weet nog niet hoe ze dit probleem gaat oplossen, schreef ze in een brief die ze in het hart van de zomer naar de Tweede Kamer stuurde. En ook niet wie ervoor gaat betalen. En er is nóg een andere, hinderlijke kwestie die aandacht behoeft: de dubbelrol van een ingehuurde adviseur.

Zwaardere kranen

In 2017 bestelde Rijkswaterstaat drie multifunctionele, hybride werkschepen bij de Friese werf Bijlsma Wartena. De schepen moesten voor van alles inzetbaar zijn in de binnenwateren en tot 30 mijl uit de kust: voor vaarwegmarkering, patrouilles, metingen en visserijonderzoek.

Toen vorig jaar de bouw bijna af was, bleken de schepen te diep in het water te liggen. Dat lag mede aan de kraan, die zwaarder uitgevoerd moest worden dan bedacht.

Door de diepgang kunnen de schepen niet over delen van de Zeeuwse wateren en de Waddenzee varen en niet genoeg brandstof en lading meenemen. En dus hun taak niet naar behoren uitvoeren.

Als oplossing kan Rijkswaterstaat één of meerdere schepen laten verlengen zodat ze minder diep liggen, of de schepen afwijzen. Maar beide opties kosten geld en het is nog niet duidelijk of de werf fouten heeft gemaakt of Rijkswaterstaat. De schepen worden in ieder geval te laat opgeleverd. Ook moet die kraan nog uit het zicht en zijn er problemen met de elektromotoren.

De naam van de adviseur staat op het patent voor de nieuwe, duurzame techniek

De vraag hoe Rijkswaterstaat voor deze schepen kan hebben gekozen, wordt op scherp gezet door de andere kwestie die de minister in haar brief beschrijft. Namelijk de dubbelrol van een ingehuurde adviseur van Rijkswaterstaat, een maritiem adviseur bij de Rijksrederij.

Deze man is betrokken bij de aanbesteding van de drie schepen, die in 2016 begon. Onder de noemer ‘technisch management’ bij de afdeling Programma’s, Projecten en Onderhoud van Rijkswaterstaat helpt hij bij het formuleren van de voorwaarden aan de schepen, die duurzaam moeten gaan varen.

De adviseur in kwestie is zelf ook scheepsbouwer en ontwerper van een nieuw soort sleepboot. En hij staat als ‘inventor’ op een patent dat kort daarvoor, in 2015, is toegekend aan een aantal mensen. Dit patent is bedoeld voor een nieuwe, duurzame elektrische voortstuwingstechniek: de zogenaamde V-pod, die onder een schip hangt en volledig kan roteren.

Het patent staat op naam van ‘Blue Thruster’, een Nederlandse bv die vorig jaar overgenomen is door het Amerikaanse bedrijf Thrustmaster.

In het persbericht meldden de Amerikanen dat ze ook de patenten voor V-pod overnemen én de samenwerking met het Nederlandse bedrijf AAA Propulsion, de fabrikant van de V-pods. Hier begint de dubbelrol.

In maart 2017 kiest het team van Rijkswaterstaat dat de schepen moet aanschaffen, en waar de adviseur in zit, voor een ontwerp van de Friese werf Bijlsma Wartena. Deze werf scoort hoog op de veiligheid van schepen, op duurzaamheid en op ‘werkbaarheid’, zo blijkt uit de uitslag.

Op de schepen zal worden gewerkt met V-pods, de technologie waarop de adviseur zelf patent heeft. Op de site van AAA Propulsion staat kort na de gunning trots aangekondigd dat Rijkswaterstaat voor V-pods in de werkschepen kiest. Een jaar later volgt een fotootje van twee motoren op transport naar de Friese werf.

Concurrent klaagt

De concurrerende werf Neptune uit Hardinxveld tekende echter protest aan bij Rijkswaterstaat over de rol van de adviseur. Neptune kwam als nummer twee uit de aanbesteding. Welke belangen speelden mee bij de gunning, wilde de werf weten. En was de hoge uitslag voor Bijlsma Wartena wel terecht, achteraf bezien? De schepen hebben – heel onveilig – een kraan in het zicht zitten en die duurzame V-pod’s blijken te haperen.

Nadat de VVD-fractie de minister om opheldering vroeg over mogelijke belangenverstrengeling, zegde Rijkswaterstaat toe de kwestie te onderzoeken. Deze zomer schreef minister Van Nieuwenhuizen zonder verdere toelichting: „Het onderzoek naar eventuele onregelmatigheden bij de aanbesteding van de MPV-30 bevindt zich in de afrondende fase. Er is geen vorm van persoonlijke beïnvloeding geconstateerd bij het doorlopen van het beoordelingsproces.”

Onduidelijk is of de interne regels bij Rijkswaterstaat wel zo’n dubbel belang toestaan. De adviseur zelf, de werf Bijlsma Wartena en het ministerie verwijzen allemaal naar Rijkswaterstaat. Dat laat desgevraagd weten dat de adviseur zijn patent niet heeft gemeld bij zijn aanstelling. Wel was hij betrokken bij de keuze van de ‘winnende’ schepen. Daarbij is volgens Rijkswaterstaat uit onderzoek echter niet gebleken dat hij een persoonlijk belang zou hebben gehad bij de keuze.

Neptune vindt de manier waarop Rijkswaterstaat is omgegaan met mogelijke tegenstrijdige belangen in aanbestedingen problematisch en overweegt juridische stappen, bevestigt het bedrijf.