Stef Biemans (links) in zijn nieuwe documentaire Brieven aan Andalusië.

Foto VPRO

‘We willen de deur naar Nicaragua niet dichtdoen’

Serie Documentairemaker Stef Biemans en zijn gezin moesten halsoverkop vluchten uit Nicaragua. In een nieuwe VPRO-serie stelt hij nu naïeve vragen in zijn ‘ballingsoord’ Spanje.

Toen documentairemaker Stef Biemans voor zijn tv-serie Americanos (2016) optrok met migranten uit Midden-Amerika die via Mexico naar de VS reizen, had hij nooit vermoed een paar jaar later zélf op de vlucht te moeten slaan. Vorig jaar vertrok hij met zijn gezin halsoverkop uit Nicaragua, nadat zijn straat in een oorlogsgebied veranderde toen de protesten tegen president Daniel Ortega door diens regime met grof geweld werden neergeslagen. Biemans streek neer in Zuid-Spanje, waar hij voor de VPRO een nieuwe serie maakte: Brieven aan Andalusië, vanaf zondag op NPO 2.

Zijn vlucht uit Nicaragua is van een geheel andere orde dan die van de Midden-Amerikanen die hij drie jaar geleden volgde, benadrukt hij bij een kop koffie in Utrecht. „Wij vertrokken echt onder hele andere omstandigheden. Ik met een Europees paspoort en met werk. Maar bij mijn vrouw Audrey en mijn schoonouders heb ik wel van dichtbij gezien wat het met hen doet. Ik kan me nu beter voorstellen wat een vrouw uit bijvoorbeeld Syrië of Eritrea allemaal opgeeft als ze naar Europa vlucht.”

Het rechtvaardigt voor hem ook dat Brieven aan Andalusië een zeer persoonlijke serie is geworden. Biemans ontdekt in zes afleveringen niet alleen Spanje – een land waar hij overigens nooit eerder kwam – maar vertelt ook veel over Nicaragua. Hij toont hoe zijn vrouw met gemengde gevoelens een verblijfsvergunning ontvangt van Spanje, als ex-kolonisator het madre patria (moederland) van Nicaragua. Of hoe zijn zoon in zijn nieuwe klas een geëmotioneerde spreekbeurt houdt over het thuis dat hij zo mist.

Hij ontdekt parallellen, maar ook grote verschillen. Zo zet hij de hachelijke reis van de bootmigranten over de Straat van Gibraltar af tegen de aankomst per vliegtuig van zijn eigen familie. En merkt hij op dat rechts-nationalistisch Spanje wijlen dictator Franco eert met de huidige rood-gele vlag, terwijl in Nicaragua de nationale blauw-witte tweekleur juist een symbool van verzet tegen ‘tiran’ Ortega is geworden.

Biemans meet zich in deze serie geen rol als alwetende Spanje-kenner aan. „Ik voel me er geen gids – ook wel eens leuk.” Als nieuwkomer stelt hij de lokale bevolking in brieven en ontmoetingen liever bijna naïeve vragen. Die zoekende toon levert mooie gesprekken op. Bijvoorbeeld als hij in het wegrestaurant van een verstokte Franco-fan op de sterfdag van de dictator een echtpaar aanspreekt. Man en vrouw blijken helemaal niks met Franco op te hebben, maar slechts een stop te maken vanwege de uitstekende jamón (ham) die hier geserveerd wordt.

Voorlopig niet terug

Biemans noemt Spanje in de serie „een toevluchtsoord” en zijn Nicaraguaanse familieleden zien zichzelf als „ballingen”. Onduidelijk is hoelang ze er zullen blijven, vertelt hij. „We bekijken het per schooljaar, hebben we nu besloten. Verder vooruitkijken doen we niet, maar we willen de deur naar Nicaragua ook niet dichtdoen.”

Deze zomervakantie was hij met zijn gezin even terug in Nicaragua. De protesten tegen Ortega zijn doodgebloed en de president zit nog stevig in het zadel. Formeel geldt geen avondklok, maar zodra de schemering valt, wordt het er stil op straat, zag hij. In zijn thuisstad Masaya, nu hét oppositiebolwerk, patrouilleert overal oproerpolitie, en het wit-blauwe polsbandje dat hij in Europa om heeft, droeg hij daar niet. „De politie is de vijand van het volk geworden. Ik vind het een eng idee om te wonen in een politiestaat, waar geen rechtsstaat meer is.”