We weten veel van wapens, maar niet van de mensen daarachter

Wapens Een wapenvondst is vaak bijvangst bij andere onderzoeken. De bestrijding is daarom een ondergeschoven kindje.

Vuurwapens die zijn gevonden tijdens de grootste wapenvondst ooit in Nederland, in juli 2015 in Nieuwegein.
Vuurwapens die zijn gevonden tijdens de grootste wapenvondst ooit in Nederland, in juli 2015 in Nieuwegein. Foto Koen van Weel/ANP

Het is al licht als tien rechercheurs en één officier van justitie in de vroege ochtend van 15 juli 2015 de deur forceren van een loods van Opslagman.nl, een bedrijf aan de Veldwade 20 in Nieuwegein waar particulieren opslagruimte kunnen huren. De loods staat al maanden onder observatie omdat een groep mannen, die wordt verdacht van het voorbereiden van liquidaties, hier twee boxen in gebruik hebben: nummer 40 en nummer 161.

Het is niet de eerste keer dat de recherche hier naar binnen gaat. Twee maanden eerder is er heimelijk een inkijkoperatie gedaan. In box 40 troffen ze daar toen een grijze kluis aan van het merk Weipin. De kluis staat er nu nog steeds. Het verbaast de aanwezigen niet dat na het doorboren van het slot twee automatische vuurwapens met bijbehorende munitie worden gevonden. Ook liggen er een aantal handgranaten en een paar handvuurwapens in de kluis.

Voor de gespecialiseerde rechercheurs is dit business as usual. Maar als ze opslagbox 161 hebben geopend, kunnen ook zij hun verbazing niet onderdrukken. Ze vinden 34 automatische vuurwapens, soms samen met bijbehorende munitie en patroonhouder verpakt in plasticfolie, 50 handvuurwapens en 8 revolvers met bijbehorende munitie en patroonhouders. Daarnaast worden geluiddempers, kogelwerende vesten, tassen met munitie en andere toebehoren gevonden.

Grootste wapenvondst deze eeuw

Als de rechercheurs iets voor half elf ’s ochtends de loods afsluiten met een tijdelijke deur en twee hangsloten, weten ze dat dit waarschijnlijk de grootste wapenvondst van deze eeuw is in Nederland. Een week later worden de wapens getoond bij een persbijeenkomst van het onderzoek dat de wonderlijke codenaam 26Koper heeft meegekregen. De groep verdachten zal later worden omschreven als ‘een uitzendbureau voor de onderwereld’. Een van de opdrachtgevers van deze groep is volgens justitie Ridouan T.. Zijn naam duikt tijdens het horen van een aantal getuigen in 2015 voor het eerst op en inmiddels is hij de meest gezochte man van Nederland.

Lees ook: Een uitzendbureau voor moord op bestelling

De hoofdverdachten van de wapenvondst in Nieuwegein worden eind 2016 door de Amsterdamse rechtbank veroordeeld tot acht jaar cel. De rechtbank stelt dat de maximale straf hier eigenlijk onvoldoende is. „Een ergere soort criminele organisatie valt moeilijk te bedenken”, aldus de rechtbank. Zaaksofficieren Henk Mous en Koos Plooij bepleiten in een interview met NRC voor hogere straffen voor dit soort organisaties. De hoogste straf voor een criminele organisatie is zes jaar cel en omdat hier nu ook sprake is van grootschalige wapenbezit – daarop staat een strafmaximum van vier jaar – kan de straf met een derde worden verhoogd.

Maar vier jaar cel als maximum voor dit soort wapenvondsten lijkt iedereen aan de lage kant te vinden. Voor een hogere straf moet worden bewezen dat de verdachten in de wapens hebben gehandeld: voor wapenhandel geldt een strafmaximum van acht jaar.

Lees het interview met Henk Mous en Koos Plooij

De oproep van de twee officieren is omarmd. Bij de Eerste Kamer ligt nu een voorstel waarin het strafmaximum voor het lidmaatschap van een criminele organisatie wordt verhoogd tot tien jaar cel. En de maximumstraf voor bezit van een automatisch vuurwapen wordt verdubbeld tot acht jaar. Daarmee hoopt de minister van Justitie tegemoet te komen aan de roep van officieren Mous en Plooij.

Link met terrorisme

De zaak 26Koper is ook om andere redenen bijzonder. Een aantal van de gevonden automatische vuurwapens is vermoedelijk gekocht van dezelfde handelaren die wapens leverden aan de terroristen die aanslagen pleegden in Brussel en Parijs. Het zijn wapens die via de Slowaakse webwapenwinkel AFG op de markt zijn gebracht. Nederland sluit zich, na een jaar dralen, aan bij een speciaal Europees justitieel onderzoek naar deze wapenhandelaren. Het is onbekend of het onderzoek van dit joint investigation-team nog loopt of wat ervan terecht is gekomen.

De link tussen de georganiseerde misdaad en terrorisme wekt ook bij de wetenschap belangstelling. Een groep onderzoekers gaat in opdracht van het wetenschappelijk onderzoeks- en kenniscentrum WODC aan de slag met het materiaal. Ze krijgen toegang tot het materiaal uit de AFG-casus en een aantal datasets van de Nederlandse politie. Overigens is die toegang vanwege privacy-issues zo beperkt dat de onderzoekers bijvoorbeeld geen namen van natuurlijke personen te weten komen, die zijn allemaal geanonimiseerd.

In eerste instantie is gekeken welke namen uit het AFG-dossier in Nederland bekend zijn vanwege antecedenten of andere registraties bij de politie. Dat levert honderden namen op waarmee een netwerkanalyse is gemaakt. De vraag is simpelweg: met wie hebben deze Nederlanders uit het AFG-dossier allemaal contact? Hun namen zijn daarbij getoetst aan twee verschillende datasets van de Nederlandse politie: één over personen met antecedenten voor wapenbezit en -handel en één over de mensen die in beeld zijn in terrorismezaken.

Opvallende resultaten

Het lijkt een logische aanpak maar de schotten tussen de verschillende eenheden binnen de politie zijn zo hoog dat het zelden gebeurt. Het is een probleem dat in het verleden al vaker is gedocumenteerd.

Ruim veertig mensen met antecedenten voor wapenhandel blijken ook voor te komen in de lange lijst met mensen die zaken hebben gedaan met de Slowaakse wapenhandelaar AFG. Uit een nadere analyse blijkt dat negen netwerken rond deze veertig mensen interessant zijn. In één netwerk zitten vijf wapenhandelaren die contact met elkaar hebben. En er worden acht andere netwerken gevonden waarbij wapenhandelaren contact hebben met mensen die in beeld zijn vanwege terrorisme of radicalisering.

Lees ook: De Slowakijeroute en het terrorisme

Het zijn opvallende resultaten, vindt Monique Bruinsma, een van de betrokken onderzoekers en al twintig jaar actief in dit veld. „Dat we ondanks onze beperkte toegang tot politiegegevens zo veel concrete aanwijzingen hebben gevonden voor contact tussen wapenhandelaren en mogelijke terreurverdachten heeft me verbaasd”, aldus Bruinsma. Toch is er nauwelijks aandacht voor de opmerkelijke resultaten uit dit onderzoek, ook niet in de media.

En dat verbaast Bruinsma veel minder. „Op de een of andere manier zijn we altijd verbolgen over wapengeweld, maar krijgt de opsporing van wapenbezit en wapenhandel niet de aandacht die het verdient. Niet binnen de politie maar ook niet daarbuiten.” De bestrijding van wapenbezit en wapenhandel is al jaren een onderschoven kindje, weet Bruinsma. „Dat is iets wat ik iedere keer opnieuw constateer in de twintig jaar dat ik nu onderzoek doe naar dit onderwerp. Het krijgt gewoon geen prioriteit.”

Bijvangst

Wapens zijn veelal bijvangst van andere onderzoeken, dat geldt ook voor de vondst in Nieuwegein. De verdenking in het onderzoek 26Koper richtte zich primair op het voorbereiden van onderwereldmoorden. De informatie die een dergelijk onderzoek dan oplevert over wapenhandel wordt verwerkt en opgeslagen. Daar is een speciale eenheid voor: het landelijk team vuurwapenintelligence. Maar dat is geen rechercheteam dat zelf onderzoeken opzet en uitvoert, alleen een groep specialisten die informatie analyseert en verrijkt. Zij kunnen voorstellen doen voor onderzoek, maar die moeten worden uitgevoerd door rechercheteams in de regio of van de landelijke eenheid.

En daar gaat het vaak fout, weet Bruinsma. Wapenhandel is vrijwel altijd internationaal en daarmee zijn onderzoeken per definitie tijdrovend. Er zijn dus altijd wel zaken die dichterbij zijn, met een hoge prioriteit en een grotere kans op succes.

Het leidt volgens Bruinsma tot een grote paradox: „We weten heel veel over wapens en wapenhandel, maar de personen daarachter zijn zelden onderwerp van onderzoek. Het blijkt iedere keer weer dat het extreem moeilijk is om onderzoek daarna uitgevoerd te krijgen.” Het is een conclusie die volledig wordt onderschreven door gerechtelijk vuurwapendeskundige Jasś van Driel.

Frustratie

Volgens Bruinsma leidt dat inmiddels ook binnen de politie tot frustratie. „Er is een roep binnen de recherche om een programmatische aanpak waarbij onafhankelijk van de regionale rechercheteams onderzoek wordt gedaan naar wapenhandel. Een dergelijke taak zou goed passen naast het Landelijk team vuurwapenintelligence. Zij zijn bevlogen over het onderwerp maar hebben niet de bevoegdheid om onderzoek te doen.”

Van loop tot greep

Van een revolver tot een riotgun en van een glock tot een kalasjnikov: vuurwapens worden voor verschillende doelen gemaakt en zien er totaal anders uit. En toch heeft ieder wapen een aantal dezelfde essentiële onderdelen. Je hebt de loop, waaruit de kogel naar buiten komt en waarmee wordt gericht. Je hebt de kamer, het deel van het wapen waarin de patroon zit voordat het kruit tot ontbranding wordt gebracht waarmee de kogel of hagel wordt afgeschoten. Je hebt het trekkermechanisme, dat de patroon tot ontbranding brengt. Je hebt de kast van het wapen, de basis waaraan alle essentiële delen vastzitten en waarin patronen worden geladen of waarin een magazijn met patronen kan worden vastgemaakt. En dan heb je nog de handgreep, waarmee de schutter een vuistvuurwapen vasthoudt of de kolf waarmee de schutter een geweer tegen de schouder houdt om te stabiliseren.

Klassieke revolvers en geweren

De revolver is met zijn draaiende kamer waarschijnlijk een van de meest herkenbare handvuurwapens. Het kan vijf of zeven patronen bergen en de trekker moet handmatig worden bediend. Een revolver heeft net als een pistool een korte loop en kan daarom met één hand worden gestabiliseerd, daarom heet het een handvuurwapen. Een geweer is volgens de juridische definitie een wapen met een gladde loop langer dan 30 centimeter. Maar dankzij de langere loop van een geweer kan daarmee een grotere afstand worden overbrugd en beter worden gericht.
Revolvers en geweren zijn geen (semi)-automatische wapens: de schutter moet het wapen zelf laden met munitie en zelf de trekker overhalen om per keer één schot af te vuren.
Geweren en revolvers zijn er in vele soorten en maten. Je hebt geweren met een enkele loop en een dubbele loop, de flobertbuks met hele lichte munitie, de hagelbuks waarmee bijvoorbeeld op vogels wordt geschoten. Ook het pompactie hagelgeweer, beter bekend als een riotgun, valt hieronder. Iemand die wordt geraakt door een schot hagel van een riotgun gaat vrijwel zeker neer, maar zal niet snel dodelijk worden getroffen.

Handgranaat

Een echt buitenbeentje in de categorie vuurwapens is de handgranaat. Formeel is het een vuurwapen omdat het zonder lanceereenheid met de hand kan worden gegooid en dan zelfstandig tot ontploffing komt. Granaten die met een kanon of een geweer worden afgevuurd, hebben vaak een grotere impact en kunnen preciezer over lange afstand worden afgevuurd, maar zijn in juridische zin geen vuurwapen maar munitie.

Munitie

Hoewel de meeste aandacht uitgaat naar vuurwapens, is de munitie die wordt gebruikt zeker zo belangrijk. Met een vuurwapen zonder munitie kan je alleen maar dreigen. Goede munitie is in het illegale circuit veelal moeilijker verkrijgbaar., aldus wapendeskundige Jaś van Driel. „Als je eenmaal een wapen hebt, kun je dat blijven gebruiken maar munitie moet je steeds opnieuw verkrijgen en dat maakt het moeilijker. Daarom wordt munitie vaak tegelijkertijd met een wapen gekocht, anders heb je er immers niks aan.” Munitie wordt vaak aangeduid met de diameter van de kogel, 9 mm voor een pistool of 7,62 mm voor een kalasjnikov. Naast de diameter is de lengte van een patroon zeker zo belangrijk, die bepaalt hoeveel kruit een patroon heeft en daarmee hoeveel kracht. Een 9mm patroon voor een pistool is veel minder krachtig dan een 7,62mm patroon voor een kalasjnikov omdat die patroon standaard ruim twee keer zo lang is, veel meer kruit kan bevatten en dus veel meer vuurkracht heeft. Vandaar dat pantser-doorborende munitie voor een kalasjnikov veel krachtiger is dan voor een pistoolmitrailleur.
Een ander belangrijk verschil is het soort van kogel dat met een patroon wordt afgevuurd. Je hebt kogels die zo zijn gemaakt dat ze over lange afstand met grote precisie kunnen worden afgevuurd. Maar je hebt ook kogels die zo zijn gemaakt dat ze bij het raken van hun doelwit zo veel mogelijk schade veroorzaken, zogeheten expanderende kogels (soms aangeduid met de archaïsche term Dumdum). Daarnaast heb je rubber kogels en het aloude schot hagel. De kans dat je daarmee een snel bewegend object zoals een vogel treft is groter dan met een enkele kogel, maar Iemand van grotere afstand doodschieten is met een dergelijk patroon veel moeilijker.

Pistolen

Pistolen zijn ook niet gemaakt als aanvalswapen, maar een negen millimeter kogel is wel dodelijk. De meeste pistolen zijn semi-automatisch. Dat wil zeggen dat na het afvuren van een kogel de huls door de vrijgekomen energie uit de kamer verdwijnt en er een nieuw patroon wordt geladen. Na het overhalen van de trekker is het wapen dus vrijwel meteen klaar voor een volgend schot.
Bij een semi-automatisch pistool, vanwege zijn korte loop een vuistvuurwapen, moet iedere keer de trekker worden overgehaald. Er bestaan ook volautomatische pistolen die meerdere kogels na elkaar kunnen afvuren als de schutter de trekker overhaalt en vasthoudt. Vanwege de hiervoor benodigde energie hebben automatische pistolen specifieke munitie van goede kwaliteit nodig en zijn de wapens storingsgevoelig, dit in tegenstelling tot een revolver die verschillende types munitie aankan en veel minder snel stoort.

Pistoolmitrailleurs

Naast het gewone pistool zijn er ook pistoolmitrailleurs. Dat zijn korte schoudervuurwapens, die afhankelijk van het gebruikte magazijn wel dertig schoten achter elkaar kunnen lossen. Een pistoolmitrailleur, ook wel machinepistool genoemd, heet zo omdat het dezelfde munitie gebruikt als een gewoon pistool. Meestal gaat het daarbij om 9 mm patronen. Pistoolmitrailleurs, zoals de Uzi, de Heckler und Koch MP 5 en de populaire Skorpion, zijn dus vuurwapens met een korte loop. De meeste (maar niet alle) ontwerpen hebben ook een kolf zodat er vanaf de schouder mee kan worden geschoten.

Aanvalswapens

De klassieke kalasjnikov en de modernere M16 zijn anders dan een pistoolmitrailleur echt aanvalswapens, assault rifles. Deze wapens hebben een semi-automatische en een vol-automatische stand. In de semi-automatische stand kan over langere afstand behoorlijk precies worden gericht vanwege zijn langere loop en krachtige munitie. In de automatische stand kan in drie seconden een dertigschots magazijn worden geleegd, maar vanwege de krachten die vrijkomen is het moeilijk het wapen onder controle te houden en goed te richten.