Venetië verrast met schitterende verfilming van The Painted Bird

Filmfestival Venetië Zaterdag worden de prijzen uitgereikt. Nu al is duidelijk dat Venetië nieuw bloed mist. Maar er waren geweldige films. De grootste verrassing, en controversieel, is The Painted Bird, naar het beroemde oorlogsboek van Jerzy Kosinski.

The Painted Bird
The Painted Bird

De hoofdcompetitie van het filmfestival van Venetië is nog niet helemaal voltooid, wellicht zit er nog wat venijn in de staart. Maar zo kort voor het einde van het festival zijn al enkele conclusies mogelijk. Festivaldirecteur Alberto Barbera kan niet terugkijken op een volledig geslaagde, 76ste editie van het festival; zijn voorlaatste, voordat hij in 2021 vertrekt.

Aan Hollywoodsterren geen gebrek op het Lido. Brad Pitt, Meryl Streep, Scarlett Johansson, Johnny Depp, Kristen Stewart – ze kwamen allemaal langs met meer en minder gelukte films. Venetië is relevanter dan ooit voor de Amerikaanse filmindustrie; de belangrijkste ter wereld. In Venetië begint tegenwoordig vaak de victorie bij de Oscars.

Brad Pitts astronautendrama Ad Astra is een weergaloze film en de echtscheidingsfilmMarriage Story van Noah Baumbach is min of meer terecht een hype. Maar het is te veel van het goede. Zeker tijdens de eerste helft van het festival dreigt Venetië louter een dependance van Hollywood te worden. Dat komt ook doordat grootleverancier Netflix vrijwel al zijn Oscarkandidaten in Venetië uitserveert. Het zou voor iedereen beter zijn als de zender zijn films over meerdere festivals zou kunnen verspreiden. Maar Netflix is nog altijd niet welkom in Cannes, dat vasthoudt aan het uitbrengen van films in de bioscoop als voorwaarde om mee te kunnen dingen naar prijzen.

Brad Pitt in “Ad Astra”. Foto cherFrancois Duhamel

Eenzijdig

Hollywood op het Lido zuigt nu te veel licht en zuurstof op. Dat was misschien niet het geval geweest als Barbera als tegenwicht op een werkelijk uitmuntende selectie van films uit de rest van de wereld had kunnen bogen. Dat is niet het geval. Op dat punt moet Venetië het filmfestival van Cannes nog altijd ver voor laten gaan. Ook Barbera’s gebleken onvermogen om zijn selectie diverser en veelzijdiger te maken moet het festival zich aanrekenen.

Filmfestivals zeggen een meritocratie te zijn, waar iedereen met talent een kans krijgt, maar dat valt in de praktijk erg tegen. Persoonlijke relaties tussen festivaldirecties en filmmakers en producenten spelen een grote rol. Zulke warme banden gaan soms decennia terug. Loyaliteit is natuurlijk een schone zaak. Dat festivals niet meteen modieus met alle winden meewaaien, is ook positief. Maar het wordt een probleem als de groep filmmakers die zich in zulke aanhoudende warme belangstelling mag verheugen eenzijdig is samengesteld. Zo blijven er te weinig plaatsen over voor nieuwkomers en outsiders in de hoofdcompetitie; het enige podium dat veel media-aandacht krijgt.

Marriage Story Foto Wilson Webb

Het zijn in het verleden behaalde resultaten die er kennelijk voor hebben gezorgd dat gevestigde filmmakers met tamelijk middelmatige films toch weer de competitie haalden: Roy Andersson met het absurdistische About Endlessness, Olivier Assayas met zijn spionagedrama Wasp Network, Atom Egoyan met familiedrama Guest of Honor, Robert Guédiguian met de antikapitalistische parabel Gloria Mundi en Roman Polanski met kostuumdrama J’accuse – waar de Italiaanse pers overigens wél wild van is. Dat zijn stuk voor stuk films van mannen van een bepaalde leeftijd en met een zeker profiel, die in het verleden hun sporen hebben verdiend. Maar als filmfestivals hun selecties écht breder en diverser willen maken, zullen ook zij in de toekomst hun plek in de competitie keer op keer moeten bevechten. Pas dan komt er ruimte vrij voor anderen.

Babyteeth

Energie

Nu haalden slechts twee vrouwen de competitie. Het weinig opzienbarende The Perfect Candidate van de Saoedisch-Amerikaanse Haifaa Al-Mansour gaat over een jonge vrouwelijke arts die in Saoedi-Arabië probeert de lokale politiek in te gaan. De Australische Shannon Murphy blijkt met haar charmante debuutfilm Babyteeth een enorm talent te zijn: over een ongeneeslijk ziek meisje uit een net milieu, dat verliefd wordt op een junk.

Ema

Nog een opvallende film in Venetië was Ema van de Argentijnse arthouse-coryfee Pablo Larraín. Hij haalt als regisseur alles uit de kast om zich te meten aan de energie van zijn hoofdrolspeelster Mariana Di Girolamo. Zij speelt een jonge danseres die na een mislukte adoptie haar kind teruggeeft, maar daar spijt van krijgt. Larraín doet er alles aan om bij elke scène niet de meest voor de hand liggende weg te kiezen. Dat maakt zijn film zowel ergerniswekkend kunstmatig als aantrekkelijk energiek.

No7. Cherry Lane

Ook mooi bleek No.7 Cherry Lane van regisseur Yonfan te zijn; de eerste animatiefilm in zijn lange carrière. Met aanstekelijke weemoed mijmert hij over zijn jeugdjaren tijdens de jaren zestig in Hongkong; ook toen al een leven dat in de schaduw stond van politieke onrust en geweld.

Geverfde vogel

Maar al die films kunnen niet tippen aan The Painted Bird; het bijna drie uur durende meesterwerk van de Tsjechische regisseur Václav Marhoul, naar de bekende roman van Jerzy Kosinski. De film gaat over de lotgevallen van een jongetje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog op de vlucht is op het platteland van een niet precies aangeduid Centraal-Europees land. Hij zou joods kunnen zijn, maar ook een Roma. De jongen wordt getroffen door alle mogelijke plagen en gruwelijkheden, in Marhouls diepe bespiegeling over goed en kwaad en de menselijke natuur. De regisseur heeft de vaak bizarre, imposante beelden uit de roman van Kosinski voortreffelijk weten te vangen in zijn epische zwart-witfilm.

Scenario, acteerwerk, cameravoering, montage – The Painted Bird is op alle niveaus een klasse apart. Maar de film is ook zeer controversieel op het Lido. Tientallen bezoekers verlieten bij de perspremière de zaal vanwege het grove geweld in sommige scènes, door Marhoul overigens niet grof in beeld gebracht. Daarom is het goed mogelijk dat The Painted Bird ook de jury, onder leiding van de Argentijnse regisseur Lucrecia Martel, verdeelt. Dan zou een compromisfilm zaterdagavond wel eens met de Gouden Leeuw naar huis kunnen gaan. Maar dat zou eeuwig zonde zijn.

The Painted Bird