Gloeiendhete zoete tomaatjes en koele zuivel

Janneke kookt Dit is zo’n gerecht dat bijna smeekt om warm stokbrood op tafel.

Foto Merlijn Doomernik

De vakantie mag dan voorbij zijn, er is ook troost. Want is september niet de heerlijkste maand van het jaar? Ik vind het eigenlijk de vele malen betere versie van januari. Alles begint opnieuw, tabula rasa, maar dan met een warm, gouden nazomerzonnetje in plaats van ijzerenheinige donkerte en kou. En met een overdaad aan gulle, sappige vruchtgroenten. Niets ten nadele van koolraap, schorseneren en peen hoor, maar allemachtig, wat een kookweelde geven al die rijpe tomaten, courgettes, paprika’s, aubergines en maïskolven. Wat kun je er eigenlijk níét mee?

Nou, euh, ik weet misschien wel iets. Toevallig zit ik midden in een projectje waarvan ik op dit moment inschat dat het net zo goed faliekant zou kunnen mislukken als grandioos slagen: het maken van gefermenteerde tomatenpulp. Twee pogingen deed ik reeds om dit Oekraïense inmaakproduct tot een goed einde te brengen, maar tot twee keer toe begon de pulp te schimmelen in plaats van te fermenteren en dus moest ik het hele zwikkie wegkieperen. Heel frustrerend natuurlijk – ook omdat ik het recept hier met u had willen delen – maar nog niet frustrerend genoeg om het op te geven. Poging drie is gaande terwijl ik dit schrijf en ik beloof u voor volgende week een update.

Intussen doen we vandaag gewoon iets anders met tomaten, een gerechtje dat ik vorige zomer bedacht, waar ik vervolgens zo verslingerd aan raakte dat ik het werkelijk aan iedereen die kwam eten, voorzette en dat uiteindelijk zelfs in mijn nieuwste boek belandde, opdat nog meer mensen ervan kunnen genieten: in de oven gekonfijte kerstomaatjes met burrata.

Grappig genoeg vond ik later een sprekend hierop lijkend gerecht in Simpel, het laatste boek van Yotam Ottolenghi. Net als ik konfijt hij kerstomaatjes in de oven, met plakjes knoflook, groene kruiden en citroenschil en een klein beetje suiker, om ze te serveren met koude yoghurt. Het enige verschil zit hem in die kruiden. Ottolenghi schrijft tijm en oregano voor. Ik gebruik dragon, een kruid dat vaak over het hoofd wordt gezien, maar dat fantastisch combineert met tomaat. Het geheim van zowel zijn als mijn gerecht zit hem in het contrast tussen die gloeiendhete, kleverige, knoflokerige, zoete tomaatjes en de koele zuivel van de yoghurt respectievelijk burrata.

Burrata is overigens niets anders dan extra romige mozzarella. Als u het niet kunt vinden kunt u ook gewone mozzarella gebruiken, liefst gemaakt van buffelmelk. En oh ja: dit is zo’n gerecht dat bijna smeekt om een mandje krakend vers, warm stokbrood op tafel.

Gekonfijte tomaatjes met burrata

Voor 4 personen

500 g kleine (tros-)kerstomaatjes; 3 tenen knoflook, in plakjes; een royaal handje verse dragonblaadjes; 1 el balsamico-azijn; ½ tl suiker; zest van 1 citroen; olijfolie; 1 grote bol (250 g) burrata.

Voor erbij: stokbrood

Verwarm de oven voor op 140 graden.

Hussel de tomaatjes, knoflook, dragon (houd een paar blaadjes apart), balsamico, suiker, citroenzest, 3 eetlepels olijfolie en een snuf zout en peper door elkaar.

Verdeel over de bodem van een ovenschaal. Schuif 45 - 60 minuten in de oven, tot de tomaatjes zacht en zoet zijn.

Leg de laatste 5 minuten ook het stokbrood in de oven. Leg de bol burrata op een grote platte schaal en trek hem een beetje uit elkaar. Verdeel de tomaatjes met hun vocht erover.

Besprenkel met nog wat olijfolie en bestrooi met de achtergehouden dragon.

Serveer meteen, met stokbrood.