De Schiedamse familie die in de slavernij belandde

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over een Italiaanse jongen die opgroeit met tien opa’s en de gedichten die Pessoa onder eigen naam schreef.

1. Lydia Rood: Turkenliefje

Zevenduizend Nederlanders zijn in de loop der eeuwen slaaf geweest in Algiers, de hoofdstad van Algerije. Onder hen de familie Stout uit Schiedam die na anderhalf jaar vrijgekocht werd met geld van familie, vrienden en de kerk. Terwijl iedereen het vooraf nog zo onverantwoord had gevonden dat zij gingen emigreren naar Suriname. Onderweg werd het schip waarmee zij de overzeese tocht maakten gekaapt. In de prachtige, zeer goed gedocumenteerde historische roman Turkenliefje vertelt schrijfster Lydia Rood het waargebeurde verhaal van het jonge meisje Jacomijn Stout dat gedurende haar gevangenschap hartstochtelijk verliefd werd op onderkapitein Mahomet en hij op haar. Zij gaan trouwen, zo verzekert hij haar, maar dan moet zij zich wel bekeren tot zijn geloof en de koran grondig bestuderen. En om haar ouders er maar vast aan te laten wennen dat zij niet meer terug gaat naar Nederland, mag zij haar ouders niet meer aankijken.

Tegelijkertijd speelt Turkenliefje bijna twintig jaar verder in de tijd. Het is begin achttiende eeuw en Jacomijn wordt op dertigjarige leeftijd in Rotterdam door haar stervende vader uitgehuwelijkt aan de drukker Simon de Vries. In de bedompte woning waar zij woont met haar vader, Opoe en haar zusje Fransje, komt haar leven in slavernij als een film weer naar boven en met welke man wil je dan trouwen?

Lydia Rood: Turkenliefje. Ambo Anthos, 342 blz. € 20,99

2. Jan Schneider: In de hel van Birma

Een ander geenszins geromantiseerd ooggetuigenverslag van gevangenschap is het indrukwekkende In de hel van Birma van leraar en KNIL-officier Jan Schneider (1905-1981) die drieëneneenhalf jaar de slavernij aan den lijve heeft gevoeld toen hij in Bandoeng, Java, in maart 1942 door de Japanners krijgsgevangen werd gemaakt. Veertig jaar later vinden zijn nabestaanden in een Grieks themaboek heldere dagboekaantekeningen van Schneiders verblijf aan de Birma-Siam Spoorlijn. Zoon Hans D. Schneider, die met zijn moeder en zijn broers in het vrouwenkamp in Bandoeng zat, bezorgde het dagboek met zeer veel respect, ook naar de andere gevangenen toe onder wie Wim Kan en legerpredikant Mak (de vader van Geert Mak die het voorwoord schreef), voor wie Schneider hulpprediker was.

Jan Schneider beschrijft de angsten, de kwellingen (zijn teennagels worden uitgetrokken), de honger (hij verkoopt met bloedend hart zijn horloge en zijn vulpen), de vernederingen (zijn dagboeken worden afgepakt) en het gemis van zijn geliefden. Schneider, die al in 1937 het overbekende Duitse leerboek Deutscher Wortschatz schreef, overleefde de kampen en werd op 31 augustus 1945 bevrijd.

Jan Schneider: In de hel van Birma. Ooggetuigenverslag uit de kampen langs de Birma-Siam Soerlijn 1942-1945. Bezorgd door Hans D. Schneider. Balans, 159 blz. € 9,99

3. Fabio Genovesi: In het diepe

In het diepe is een autobiografische roman van de Italiaanse schrijver Fabio Genovesi over hoe hij als zesjarig jongetje opgroeide met ‘een stuk of tien’ opa’s omdat zijn opa van moederskant zoveel broers had die niet getrouwd waren dat ze allemaal Fabio’s opa wilden zijn. Zo gedragen zij zich ook, maar degene met wie hij het liefste optrekt is zijn eigen zwijgzame vader die hij adoreert en over wie hij mooie dromen heeft waarin de vader hem verhalen vertelt over vroeger. En dat is precies waar deze mooi opgebouwde, zeer Italiaanse familieroman over gaat: verhalen vertellen. Verhalen om van te leren, verhalen om niet te vergeten en, vooral, verhalen om het verleden terug te kunnen geven.

Fabio Genovesi: In het diepe. Oorspronkelijke titel: Il mare dove non si tocca. Vertaald uit het Italiaans door Pieter van der Drift en Manon Smits. Signatuur, 390 blz. € 21,99

4. Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf

De Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935) was een meester in het niet zichzelf willen zijn maar andere personen te creëren die zijn gedichten schreven. Hij vergeleek zichzelf met ‘een podium waarop allerlei acteurs rondlopen’. Die anderen, die hij zijn heteroniemen noemt, gingen een geheel eigen leven leiden: ze floreerden met eigen werk of overleden op jonge leeftijd aan tbc (Alberto Caeiro). Pessoa schreef ook onder zijn eigen naam en van die orthoniemen, zoals hij ze noemde, is nu de tweetalige, chronologische verzameling In een spoor van mezelf verschenen. De gedichten zijn chronologisch ingedeeld waardoor men de dichter enigszins kan volgen in stijl, stemming en stramien.

Fernando Pessoa: Een spoor van mezelf. Vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens. Arbeiderspers, 294 blz. € 24,99

5. Caroline Van Hemert: Met de zon als kompas

De Amerikaanse biologe Caroline Van Hemert was net gepromoveerd maar had het idee dat ze verder van de natuur afstond dan ooit tevoren. Dus keerde zij de academische wereld haar rug toe en begon met haar man Pat vanaf Washington aan een tocht van 6500 kilometer door de ruige, wilde natuur van Alaska naar het noordpoolgebied.

Hoe verder naar het noorden, hoe minder voedsel verkrijgbaar en eten is onontbeerlijk. Maar ook zwaar: twee weken proviand voor twee personen komt neer op 30 kilo. Dat moet mee in de kano of al skiënd over bergtoppen in de rugzak met ook nog de boot op je rug. Of ze komen met het laatste beetje proviand in zo’n wervelstorm dat zelfs een noodsignaal van de een naar de ander nauwelijks opgevangen wordt. Het stoere Met de zon als kompas is een uitgebreid verslag van deze reis met evenveel overpeinzingen over studie en werken als spannende momenten. Voor de liefhebbers van Het zoutpad van Raynor Winn maar dan nog avontuurlijker.

Caroline Van Hemert: Met de zon als kompas. Oorspronkelijke titel: The Sun Is a Compass. Vertaald uit het Engels door Hanneke Bos. Atlas Contact, 332 blz. € 24,99

6. Denis Mukwege: Pleidooi voor het leven

‘Niets of niemand beschermt ons. Gewapende mannen komen om te moorden of om te intimideren. Alles om ons het zwijgen op te leggen´, verzuchtte de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege in 2012 nadat er wederom een aanslag op hem was gepleegd en de politie geen enkel onderzoek instelde. Mukwege opende in 1999, tijdens de tweede Congolese oorlog, het Panzi-ziekenhuis in Bulavu waar hij noodgedwongen – het ziekenhuis was bedoeld om prenatale zorg te ontwikkelen – honderden vrouwen zal behandelen die het slachtoffer zijn van gewelddadige verkrachtingen door Congolese milities. De regering blijft het geweld tegen vrouwen ontkennen en gaf hem daarom geen bescherming. Ook niet nadat Mukwege in 2006 de VN heeft toegesproken en de internationale gemeenschap hoort van de verschrikkingen. Het autobiografische Pleidooi voor het leven is een verslag van zijn strijd vanaf dat moment.

In 2018 kreeg Mukwege de Nobelprijs voor de Vrede toegekend, samen met de Jezidische mensenrechtenactiviste Nadia Murad Basee voor hun strijd tegen seksuele wreedheden. Door de grote internationale aandacht voor het probleem zou het aantal verkrachtingen zijn afgenomen. Maar, zo schrijft Mukwege, zolang er vrouwen blijven komen, ook al is het er maar één, zal ik mijn woede blijven uitschreeuwen.

Denis Mukwege: Pleidooi voor het leven. Oorspronkelijke titel Plaidoyer puor la vie. Vertaald uit het Frans door Mieke Maassen en Berthild Åkerlund. De Geus, 256 blz. € 22,50