Rome reikt Brussel weer de hand

Nieuwe koers De nieuwe EU-gezinde regering van Italië kreeg direct de zegen van financiële markten. Maar groei zal veel lastiger worden.

Daklozen slapen bij een kerk in Rome. De Italiaanse economie kampt met een aantal chronische problemen, waaronder armoede en een traditie van corruptie.
Daklozen slapen bij een kerk in Rome. De Italiaanse economie kampt met een aantal chronische problemen, waaronder armoede en een traditie van corruptie. Foto Tiziana Fabi/AFP

De nieuwe, Europees gezinde Italiaanse regering die donderdag is beëdigd in Rome heeft meteen een financieel voordeel van honderden miljoenen euro gerealiseerd. Begin volgende week vraagt premier Conte het vertrouwen van het parlement, maar de financiële markten hebben dit al gegeven. De rente die Italië betaalt op zijn kolossale staatsschuld is gedaald tot het laagste niveau in maanden. En met een totale begrote rentelast dit jaar van circa 64 miljard euro, scheelt elk tiende procentpunt daling al honderden miljoenen voor de schatkist.

Een overtuigend recept voor het chronische probleem van Italië, de al zo’n twintig jaar haperende groei, ligt nog niet op tafel. Maar duidelijk is dat het nieuwe kabinet niet meer de frontale botsing wil zoeken met Brussel, zoals werd bepleit door de sterke man van het vorige kabinet, vicepremier Matteo Salvini. De opgestoken middelvinger is vervangen door een uitgestoken hand.

Dat blijkt al uit het woordgebruik. In het conceptprogramma van de regering staat dat Italië blijft streven naar „een expansief economisch beleid”, maar „zonder het evenwicht in de overheidsfinanciën in gevaar te brengen”.

Lees ook: Politieke omslag in Italië na veertien maanden populisme

De nieuwe koers blijkt ook uit de mensen die de plannen moeten uitvoeren. Het eerste kabinetsbesluit was de voordracht van oud-premier Paolo Gentiloni als eurocommissaris, een politieke zwaargewicht. De nieuwe minister van Economie, de spil in de begrotingsonderhandelingen met de Europese Commissie, is Roberto Gualtieri, net als Gentiloni van de centrum-linkse Democratische Partij (PD). De coalitiepartners van de Vijfsterrenbeweging (M5S) lijken de financieel-economische contacten met Europa daarmee over te laten aan de PD. Gualtieri was europarlementariër en voorzitter van de Commissie voor Economische en Monetaire Zaken van het Europees Parlement. Hij is thuis in Brussel en wordt door vriend en vijand gerespecteerd.

Goede bedoelingen

„Deze keuze betekent een duidelijke pro-Europese verklaring van de nieuwe coalitie en werd onmiddellijk onderschreven door Christine Lagarde, het komende hoofd van de Europese Centrale Bank”, schrijft Paolo Pizzoli, econoom van ING, in een korte analyse. Dit bevestigt „de nieuwe constructieve benadering jegens Europa”, aldus Pizzoli, die er daarbij wel op wijst dat ook het nieuwe kabinet erop hamert dat de Europese begrotingsregels moeten worden geamendeerd.

Het is positief dat het nieuwe kabinet dit wil doen in samenwerking met de Europese instellingen, schrijft kredietwaarderingsmaatschappij Standard & Poor’s in een analyse. Maar al die goede bedoelingen zijn vooralsnog geen reden om de kredietwaardigheid van Italië naar boven bij te stellen. Want de nieuwe regering begint dan wel met de wind mee, het traject is overwegend bergop.

Lees ook: Conte: nieuw seizoen breekt aan na breuk met vorig Italiaans kabinet

Achter de haperende groei schuilt een aantal chronische problemen. De rentebetalingen op de staatsschuld, met ongeveer 132 procent van het bbp na Griekenland relatief de hoogste van de EU, leggen een forse claim op de schatkist. Het land worstelt verder met 9,9 procent werkloosheid, armoede (10 procent in het zuiden), lage arbeidsproductiviteit, een betrekkelijk laag scholingsniveau, een relatief hoge fiscale druk voor wie belasting betaalt, inefficiënte overheidsbureaucratie, trage justitie, een op veel punten verouderde infrastructuur, een traditie van corruptie, een verborgen invloed in het economische bestel van de maffia, en een kloof tussen noord en zuid.

Italiaanse rentelast drukt zwaar op schatkist

Premier Conte zal begin volgende week het officiële programma presenteren, maar in het concept dat dinsdag is gepubliceerd, zijn de hoofdlijnen zichtbaar. Sommige plannen kosten niets of weinig. Een regering die internationaal vertrouwen heeft, is minder kwijt aan rente. Meer efficiëntie kan enorme verbeteringen opleveren. Maar de meeste plannen van het kabinet kosten geld.

De belasting op arbeid moet omlaag, er moet een minimumloon komen, het kabinet wil investeren in infrastructuur, onderwijs en wonen, en belooft een Green New Deal. Voor het zuiden (dat de meeste ministers levert in het nieuwe kabinet) moet een apart investeringsplan komen.

Al deze uitgaven moeten deels worden gedekt door strijd tegen belastingontduiking en een nieuwe belasting op internet-multinationals, maar dat zal niet voldoende zijn. Conte hoopt dat Brussel akkoord gaat met een lichte stijging van het tekort als de extra uitgaven niet consumptief worden gebruikt, maar worden benut voor investeringen.

Dat is een moeilijke discussie, zeker omdat er volgens de bestaande afspraken 23 miljard moet worden bezuinigd om een btw-verhoging te voorkomen. Als garantie tegenover Brussel hebben voorgaande kabinetten afgesproken dat de btw automatisch wordt verhoogd als bepaalde begrotingsdoelstellingen niet worden gehaald. Conte wil zo’n verhoging voorkomen, omdat dit desastreus zou zijn in een land dat toch al op de drempel van een recessie staat.

„De M5S-PD regering zal waarschijnlijk serieuze problemen hebben om haar plannen uit te voeren”, waarschuwt Aline Schuiling, econoom bij ABN Amro. Zeker als in Brussel alles bij het oude zou blijven en de bestaande regels van het Groei- en Stabiliteitspact worden gehandhaafd. In Rome bestaat de hoop dat met het aantreden van een nieuwe commissie deze regels opnieuw worden bekeken, en dat er meer speelruimte komt. Maar dan moeten de Vijfsterrenbeweging en de Democratische Partij er ook in slagen hun jarenlange vijandschap te overwinnen. Bij het opstellen van de nieuwe begroting moeten ze laten zien dat ze het over meer kwesties eens zijn dan over de noodzaak om snelle nieuwe verkiezingen te voorkomen.