Oranje: kanttekeningen bij een ploeg in opmars

Oranje Het Nederlands elftal speelt vrijdagavond (20.45 uur) de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Duitsland. Vier valkuilen waar de ploeg van Ronald Koeman uit de buurt moet blijven.

Bondscoach Ronald Koeman kijkt toe hoe de spelers van het Nederland elftal trainen.
Bondscoach Ronald Koeman kijkt toe hoe de spelers van het Nederland elftal trainen. Foto Olaf Kraak/ANP

Op een paar dagen na maakte hij een jaar geleden in Parijs zijn basisdebuut tegen wereldkampioen Frankrijk, de wedstrijd waarin het nieuwe elan van Oranje zichtbaar was. Nederland verloor met 2-1, na een onverwacht sterke tweede helft, „en het was alsnog heel positief allemaal”, zegt Frenkie de Jong.

De Jong, dinsdagmiddag langs het trainingsveld in Zeist: „Ik denk dat dat nu wel veranderd is, en dat is goed. Dat hoort ook bij het Nederlands elftal. We moeten ons gewoon plaatsen voor het EK.”

Hij was een van de aanjagers tegen Frankrijk toen, in een seizoen dat nog zoveel meer zou brengen, bij Ajax, bij Oranje. Nu heeft de middenvelder van FC Barcelona het, in aanloop naar het EK-kwalificatieduel van vrijdagavond in Hamburg tegen Duitsland, over de „verwachtingen” die zijn „toegenomen”.

Het is die veranderde status, met een selectie die een marktwaarde vertegenwoordigt van 610 miljoen euro (volgens transfermarkt.de), die perspectief biedt. Nederland klopt op de deur van de Europese top, is internationaal weer een factor aan het worden. In dat licht mag plaatsing nu niet misgaan, na twee gemiste eindrondes op rij.

Tegelijkertijd is de basis onder dit Nederlands elftal, met al dat moois aan boord, fragiel. Kanttekeningen bij een ploeg in opmars, voorafgaand aan het vierde duel tegen Duitsland in minder dan een jaar tijd.

Lees ook de column van Hugo Camps over de voetbalklassieker Nederland-Duitsland: Gekruid voetbal

1 De achterstand in punten en de psychologische uitwerking

Bondscoach Ronald Koeman zegt het zo: „Je moet twaalf punten halen tegen Estland en Wit-Rusland [waarvan Nederland thuis al won] en de betere zijn in de onderlinge duels met Noord-Ierland. Alles wat je vrijdag pakt tegen Duitsland, daar wordt het vervolg iets makkelijker van. Maar ik ben niet zo panisch, [in vergelijking] met wat er af en toe geschreven wordt.”

Oranje moet een inhaalslag maken in groep C, waarin de eerste twee zich direct kwalificeren voor het EK 2020. Nederland loopt achter in het programma doordat het in juni het eindtoernooi van de Nations League speelde, op het moment dat er ook EK-kwalificatieduels waren.

Noord-Ierland is de verrassende koploper met twaalf punten uit vier duels, Nederland is derde met drie punten na twee duels. Oranje staat op scherp, simpel gesteld: het mag zich vrijdag een nederlaag veroorloven, maar moet alle vijf duels die daarop volgen waarschijnlijk winnen om helemaal zeker te zijn van plaatsing. Maandag wacht Estland, in Tallinn.

Nederland moet vanuit een achterstandspositie werken, de vraag is of – en zo ja, hoe – dat psychologisch doorwerkt. Een elementair verschil tussen duels in de Nations League en dit kwalificatietraject is: het mogen winnen is moeten winnen geworden. Het vrijblijvende is weg.

En Oranje zal straks het spel moeten maken tegen op papier mindere ploegen, die zich defensiever zullen opstellen. Interessant is hoe deze ploeg zich daar onder houdt.

Kunnen ze het straks waarmaken op bezoek bij Noord-Ierland, half november op Windsor Park in Belfast, als het erop aankomt? Noord-Ierland zit in een flow en is niet te onderschatten sinds het op het EK van 2016 tot de achtste finales kwam.

Mocht het Nederlands elftal zich niet direct plaatsen, is er een ontsnappingsroute: door het winnen van de poule in de Nations League is het verzekerd van een plek in de play-offs voor een EK-ticket.

2 Afhankelijkheid van een kleine kern

Het hart van Oranje wordt gevormd door Virgil van Dijk, Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong, Georginio Wijnaldum en Memphis Depay. Alle vijf spelers met specifieke kwaliteiten, die voor balans en sturing zorgen in de verschillende linies.

Valt een van hen weg, dan is dat niet eenvoudig op te vangen. Geschikte vervangers staan niet zomaar klaar. Zo balanceert Koeman, en daarmee Oranje, op een dun koord: afhankelijkheid van een kleine kern.

3 Spelers die zoekende zijn bij nieuwe club

Vijf spelers van de basiself in het laatste kwalificatieduel tegen Duitsland, in maart, maakten deze zomer een transfer. Met name De Ligt en De Jong zijn in de beginfase van het seizoen bij respectievelijk Juventus en Barcelona nog zoekende naar vorm, ritme en automatismen. „Ik denk dat ik veel dominanter kan zijn aan de bal”, zegt De Jong over zijn eerste drie duels. „Ik speelde heel vlak. Mijn kwaliteiten zijn een man meer creëren, dribbelen, mensen vrij spelen tussen de linies. Ik denk dat ik dat te weinig heb laten zien.”

Het is afwachten of dat bij De Jong en De Ligt ook invloed heeft op hun spel bij Oranje. Koeman: „Je komt [bij Oranje] terug in een oudere situatie waarin je je misschien wat veiliger voelt, als speler. Terwijl in een andere positie, of een andere manier van spelen, heeft dat tijd nodig. Het belangrijkste is dat de speler zelf het vertrouwen houdt dat hij kan brengen wat hij gedaan heeft.”

4 De aanval, het probleemkind van Oranje

Het is al vaker benoemd: de aanval is de achilleshiel. Veel draait nu om centrumspits Depay. Koeman experimenteerde vorig jaar maart tegen Portugal al eens met een 5-3-2-formatie (twee spitsen) in een oefenduel tegen Portugal, wat Oranje dynamischer maakte. Maar later stapte hij weer over op 4-3-3, met twee vleugelspelers en een centrumspits – waarmee onder meer van Duitsland en Frankrijk werd gewonnen.

Er komt wel aanvallend talent aan. PSV-spits Donyell Malen debuteert bij de selectie. Heeft veel potentie, heeft snelheid, zegt Koeman. „Maar zijn rendement moet omhoog.” AS Roma-aanvaller Justin Kluivert krijgt, door een blessure van Steven Bergwijn, weer een kans. En Koeman volgt de ontwikkelingen van AZ-belofte Calvin Stengs. „Absoluut een speler waar we rekening mee houden voor de toekomst.”