Nederlandse media willen samen alternatief bouwen voor Netflix

Mediapolitiek Nederlandse mediabedrijven moeten veel meer samenwerken, vindt minister Slob (Media, CU). Ze willen nu één onlinevideoplatform bouwen. De Raad voor Cultuur is kritisch op Slobs plannen.

‘De slet van 6VWO’ is een succesrijke webserie van de publieke omroep, met zo’n 200.000 kijkers per aflevering. De serie is te zien op het eigen platform NPO3.nl en op YouTube. Mede om jongeren te bereiken, die vooral online kijken, zouden de mediabedrijven een gezamenlijke platform willen oprichten.
‘De slet van 6VWO’ is een succesrijke webserie van de publieke omroep, met zo’n 200.000 kijkers per aflevering. De serie is te zien op het eigen platform NPO3.nl en op YouTube. Mede om jongeren te bereiken, die vooral online kijken, zouden de mediabedrijven een gezamenlijke platform willen oprichten. Foto AVRO-TROS

De grote Nederlandse mediabedrijven willen samen één nationaal onlinevideoplatform bouwen, om de buitenlandse concurrenten Netflix en Disney+ het hoofd te bieden. Op dit platform moeten zowel gratis programma’s, als programma’s voor abonnees te zien zijn. Voor deelname van de publieke omroep is dat gratis aanbod zelfs een voorwaarde.

Dat schrijft minister Arie Slob (Media, Christenunie) woensdag in een brief aan de Tweede Kamer, over de ‘Samenwerkingsagenda Nederlandse Mediasector’. De afgelopen maanden voerde de minister rondetafelgesprekken met Nederlandse mediapartijen over samenwerking, om de Nederlandse mediasector te versterken. Aan tafel zaten de tv-bedrijven NPO, RTL en Talpa, de grootste krantenuitgevers Persgroep (AD, de Volkskrant) en Mediahuis (NRC, De Telegraaf) en de grootste providers KPN en Ziggo. Sanoma (NU.nl, Libelle, Donald Duck) ontbrak.

Lees ook over het nieuwe tv-seizoen: De tv-kijker krijgt nog veel meer keuze

Waardevolle data

Volgens de brief hebben Nederlandse bedrijven last van internationale partijen die de aandacht van de kijker wegkapen en de advertentie-inkomsten en waardevolle gebruikersdata opslokken. Slob: „Voor media die zich specifiek richten op een Nederlands publiek is het moeilijk online een rendabel verdienmodel te realiseren; wat de duurzaamheid van het medialandschap onder druk zet.”

In praktijk bestaat er al een gezamenlijke videodienst, NLZiet, maar die loopt niet goed, omdat de deelnemende omroepen liever hun aandacht aan de eigen platforms geven. De nieuwe dienst zou minder een terugkijkdienst moeten zijn en meer een dienst met ‘exclusieve Nederlandse content’. De minister belooft zich in te spannen om wettelijke hindernissen weg te halen.

De mediabedrijven beloven ook samen één online radio- en podcastdienst te bouwen, één reclameloket voor het werven van advertenties (naar voorbeeld van NLProfiel van Sanoma, TMG en de Persgroep) en één basisnieuwsvoorziening. In praktijk betekent dit laatste dat de NOS zijn nieuwsvideo’s belooft te delen met andere mediabedrijven.

Ook willen de partijen samenwerken om meer persoonsgerichte reclame op televisie te brengen. Talpa en KPN zijn hier al mee bezig.

Lees ook: Minister Slob: ‘Het mooist zou zijn: helemaal geen tv-reclame’

Raad voor Cultuur wil het ook

Het plan voor één nationaal videoplatform strookt met het advies van de Raad voor Cultuur dat donderdag uitkwam. De adviesraad van de minister wil echter dat de minister meer druk uitoefent om de dienst sneller en steviger neer te zetten: voor eind 2020. Daarom wil de raad dat de minister met de NPO, RTL en Talpa een bindend convenant opstelt, „waarin ze deelname garanderen en afspraken maken over marketinginspanningen en de verdeling van abonnementsgelden.”

Volgens de Raad is het landschap te versnipperd, en zal er uiteindelijk maar ruimte zijn voor drie online-videodiensten voor abonnees. Het nieuwe nationale platform moet, naast Netflix en Disney+, de derde worden. Als voorbeelden van publiek-commerciële videodiensten noemt de raad het Britse Britbox (BBC en ITV) en het Franse Salto.