Foto Hanne van der Woude

Eerlijke familieportretten: wat doet een slechtslapend kind met een gezin?

Wat doet het met een gezin als een kind lange tijd niet door wil slapen? „Himalayazout om de lucht te zuiveren, lood tegen de aardstralen. Ik greep alles aan; zo wanhopig was ik.”
Ja, zo is ons leven nu, dacht fotograaf Hanne van der Woude toen ze ’s ochtends in alle vroegte een portret maakte van haar gezin na de zoveelste doorwaakte nacht. „Ik vond het zelf wel een mooi en eerlijk familieportret, weer eens wat anders dan die perfecte plaatjes op sociale media.”

Toen ze vervolgens besloot een fotoproject te maken over ouders met slechtslapende kinderen, duurde het even voordat ze mensen bereid vond zich te laten portretteren. „Het ligt gevoelig. Mensen zijn bang dat de werkgever het ziet; dat die zou kunnen denken dat de slapeloosheid de prestaties op het werk beïnvloedt. Maar ze zijn ook huiverig omdat er vaak onbegrip is in hun omgeving. Bijna iedereen heeft wel een idee hoe je het aan zou moeten pakken als je kind niet wil doorslapen. Jij doet het in elk geval niet goed, vinden ze, anders zou het echt wel lukken.”

Met de ouders die wel mee wilden werken, voerde Van der Woude eerst een uitgebreid gesprek. „Vaak haakte het gezin dan alsnog af omdat de mannen niet wilden. Die hadden uiteindelijk toch geen zin zich in zo’n kwetsbare situatie te laten fotograferen.”

Uiteindelijk mocht ze bij vijf gezinnen langskomen voor een portret. De avond van tevoren zette ze de lampen en de camera klaar om de volgende ochtend – zo tussen 5 en 7 uur – terug te komen. „Heel intiem, je staat in de vroege ochtend in iemands slaapkamer. De ouders groggy, de kinderen soms overstuur. Ik vind het belangrijk om niet te oordelen. Dat gebeurt zo makkelijk bij dit onderwerp.”

Wat haar opvalt bij haar eigen slapeloze gezin en dat van andere: „De flexibiliteit, hoeveel je toch nog kan als je weinig slaapt. Soms denk ik in de ochtend: hoe ga ik deze dag in godsnaam doorkomen. En dan heb je toch de kracht en de adrenaline waardoor je de avond weer haalt. En ik heb gezien bij anderen: na verloop van tijd gaat het beter. Je leert als ouder ermee om te gaan. Je kind groeit eroverheen. Het gaat over. Ooit.”

Foto Hanne van der Woude

Hanne van der Woude (37), Allard Terwel (43) en Hazel (2)


Hanne: „Op de crèche, waar ze twee dagen naartoe gaat, zeggen ze: Hazel maakt hazelslaapjes – heel kort, hup weer wakker. Sinds haar geboorte slaapt ze slecht. Allard heeft nachtenlang met een draagzak op straat gewandeld – en maar huilen. Het naar bed brengen duurt soms anderhalf uur; tandjes poetsen, boekje lezen, continu roepen en uit bed klimmen. ’s Nachts wordt ze vaak wakker en begint ze te krijsen. Haar in bed nemen helpt ook niet. We hebben zoveel boeken geraadpleegd en van alles uitgeprobeerd. Laten huilen, zei het consultatiebureau. Laten huilen, zeggen vrienden en familie. Dat hebben we één nacht geprobeerd. Al die adviezen – lampje aan, zingen door de babyfoon, speentje erin, middagslaapje afbouwen – hoe goed bedoeld ook, daar worden we af en toe wel een beetje moe van. We staan nu op de wachtlijst bij de slaappoli. Ze heeft twee keer een nacht doorgeslapen. Dan werden we wakker en hoorden we niks. We schrokken ons kapot; er zou toch niks mis zijn?”

Foto Hanne van der Woude

Annelies Pustjens (38) en dochter (4). Man (40) en zoon (6) niet op de foto


„Toen we na een jaar begonnen met de slaaptraining van onze dochter ben ik met onze zoon op de camping gaan slapen. Mijn vriend bleef thuis. Ze heeft de halve nacht gekrijst en hij ging er om het kwartier naar toe. Ik was na een jaar nauwelijks slapen zo moe, ik kon dat niet aan op dat moment. De tweede nacht ging het al beter. Ze krijste korter en gaf zo steeds wat eerder op. De moeite met in- of doorslapen bleef. Drieënhalf jaar lang was het gedoe. En ik wilde alles goed blijven doen; mijn werk als biologiedocent, mijn sociale leven. Ik raakte overspannen en ben deels in de ziektewet beland. Een jaar lang sliep ik twee dagen in de week in het flatje van mijn ouders. Even bijtanken. We hebben een paar maanden een gezinshulp gehad die ons hielp beter om te gaan met de heftige emoties van onze dochter. Haar broer had nergens last van: ’Ach mama, haar gekrijs is mijn slaapmuziekje’, zei hij dan.”

Foto Hanne van der Woude

Marit Unck ( 42), Mirre (bijna 2) en Benthe (8)


„Himalayazout onder het bed voor de zuivering van de lucht, heilig hout branden om de negatieve energie uit de kamer te roken, lood tegen de aardstralen. Ik greep op een gegeven moment alles aan, zo wanhopig was ik, maar vooral: zo moe. Ik ben alleenstaand en Mirre heeft het eerste halfjaar elke nacht gehuild. Ze had verborgen reflux; dan stroomt de maaginhoud terug de slokdarm in en weer terug. Na mijn zwangerschapsverlof ben ik gewoon weer gaan werken – na drie maanden bleek dat dat niet lukte. Ik raakte in een postnatale depressie. Het ergste vond ik de negatieve gedachten over Mirre, daar heb ik wel een tijdje een schuldgevoel over gehad. Met een psycholoog heb ik gesprekken gehad. Wat doet dat met je, een huilbaby, het slaapgebrek? Sinds januari werk ik weer en met Mirre gaat het supergoed. Mijn oudste dochter Benthe sliep al vroeg goed door, ik heb dus nooit gedacht: het ligt aan mij. Ik heb geleerd: accepteer maar dat het soms zo is, je verzetten heeft geen zin.”

Foto Hanne van der Woude

Lennard Heijer (37), Tess Graumans (33) en Cooper (2)


Tess: „We willen het authentieke van Cooper bewaken en nemen het serieus als hij iets aangeeft. Het is een gevoelig jongetje en hij is gewoon het liefst bij ons. We hebben twee dagen slaaptraining geprobeerd, maar hij raakte er erg van overstuur. Dat voelde zo verkeerd. Ik wil mijn kind bij me houden als hij verdrietig is. Hij heeft het eerste jaar alleen maar in mijn of soms in Lennards armen geslapen. Om de twee uur was hij wakker en ik gaf hem dan borstvoeding. Wegleggen lukte niet, dan begon hij te huilen. Heel zwaar, ik ben vaak ziek geweest en ik heb na een jaar mijn kapsalon op moeten geven. Geleidelijk aan is hij in zijn eigen bedje gaan slapen, naast ons bed. Bij het bedritueel creëren we zoveel mogelijk rust: hij gaat in bad bij rood licht, waardoor het lichaam melatonine aanmaakt; dan een slaapliedje en rustig aankleden. Bij het bed staat een white noise-apparaat dat geluiden neutraliseert en waar een rustgevend regengeluid uitkomt. Nu pakt hij ons soms bij de hand en zegt: ik wil naar bed.”

Foto Hanne van der Woude

Floor (2), Antal Posthumus (43), Tim (7), Janne (4) en Neeltje Huirne (38)


Neeltje: „Eigenlijk hebben we al zeven jaar slaapgebrek. Dat begon bij Tim. En toen Janne ook nog eens een slechte slaper bleek en Tim dwars en moeilijk werd, zijn we van pure ellende naar een opvoedcoach gegaan. Die zei: ‘Jullie moeten even niet opvoeden. Jullie moeten slapen.’ Met Tim was natuurlijk niks aan de hand, wij konden door die vermoeidheid niks meer verdragen. Bij Janne hebben we een methode geleerd, waarbij ik op een matras naast haar bed lig en geleidelijk aan steeds verder van haar weg schuif. Op een gegeven moment sliep ik op de overloop. Hadden ze me gezegd dat ik met een bos brandend salie door het huis had moeten lopen, dan had ik het ook gedaan. Met Floor dachten we: nu weten we hoe het moet. Maar omdat we al zo moe waren, hebben we dat eerlijk gezegd niet heel slim aangepakt. Inmiddels gaat het beter, behalve dat ze elke ochtend om 5 uur wakker wordt.”

Foto Hanne van der Woude

Kyen (7), Sydney Knoops (33), Sharon Hueting (31) en Shane (bijna 2)


Sharon: „Shane is de hoofdact maar Kyen is ook een monster. Hij had vanaf zijn derde last van nachtangsten. Dan was hij helemaal overstuur, ging rondlopen maar was onbereikbaar. Een soort slaapwandelen. Ik ben bang, riep hij. Het is een manier om de dag te verwerken. We moeten er voor zorgen dat hij niet te veel prikkels krijgt overdag, geen enge filmpjes op YouTube en zo. Met hem gaat het nu beter maar Shane, die bij ons op de kamer ligt, wordt om de twee uur wakker, al anderhalf jaar lang. Sydney is installatiemonteur, die moet er om 6 uur uit, dus ik zorg ’s nachts voor Shane. Ik heb een middagbaan in de horeca – zo kunnen we het goed redden met elkaar. Ben je niet doodmoe, vragen mensen me, maar dat valt reuze mee. Ik werk gewoon, mijn huis is netjes op orde. Hoe doe je dat, vragen ze. Koffie en Red Bull, zeg ik, en doorgaan. Je hebt geen keus. De kinderen zijn klein en hebben ons nodig. Daar gaan we gewoon in mee. Daar kan je wel moeilijk over gaan doen maar daar wordt het ook niet gezelliger op.”