Recensie

Recensie Uit eten

Heerlijk Indonesisch in een betaalbare bistro in West

Foto Rien Zilvold

De zomer was heet, maar gelukkig was er Indisch eten, de ultieme uitkomst op zomerse dagen. Nu ja, eigenlijk aten we Indonesisch, wat toch weer iets anders is; Indisch is een mengvorm met Europese invloeden, bij Indonesisch eten zijn het de authentieke gerechten van Indonesië. Bij Intisari in Amsterdam wordt Indonesisch gekookt, maar dan wel met een Chinese touch – de eigenares heeft namelijk Chinees-Indonesische roots. De bistro Indonesia, zoals zij het zelf noemt, ligt in West, waar alle nationaliteiten samenkomen en dus wemelt het van de afhaalzaakjes. Maar dit heeft niets van een toko: het is een volwaardig restaurant in een licht hoekpand met een modern, eenvoudig interieur, je kunt er heerlijk zitten. En heerlijk eten, vooral dat.

De kaart heeft kleine en grote gerechten, soepen en een rijsttafel; wij kiezen voor die laatste (21,50 p.p.), ook al is de rijsttafel een oer-Hollandse uitvinding en zul je het in Indonesië niet tegenkomen. Omdat we onze nieuwsgierigheid niet kunnen onderdrukken, bestellen we ook nog ikan belacan (8,-), vis in licht pikante petehbonensaus, en laten we de satay ayam, van kip dus, van de rijsttafel vervangen door satay kambing, saté van geitenvlees (+ 1,50). Veel gerechten van de rijsttafel zijn ook los te bestellen, in kleine porties of als hoofdgerecht.

Iedereen die wel eens petehbonen in huis heeft gehad, zal de pregnante geur van deze Indonesische peulvrucht niet snel vergeten, het is een ‘stinkboon’. Dat geldt trouwens ook voor je adem na consumptie van petehbonen, er wordt gezegd dat het een probaat middel is om mannen op afstand te houden, maar bij Intisari is de boon zo bescheiden gedoseerd dat we niets vrezen. Qua vis, die is gehuld in een lekker luchtig deegje, koos men voor pangafilet: het is goedkoop, heeft nauwelijks graten en er is een constante aanvoer omdat het kweekvis is. Maar lekker is anders, het heeft nauwelijks smaak, dat heet dan neutraal. En dus valt die smaak weg als je er een sterke saus bij serveert, een saus van petehbonen. De prijzen bij deze bistro zijn buitengewoon aangenaam, on-Amsterdams vriendelijk, maar we zouden graag iets meer betalen voor een visje met meer smaak. Bij de andere gerechten speelt dit niet; er wordt met mooie, kraakverse ingrediënten gewerkt en de boemboes, de kruidenmengsels waarmee alles op smaak wordt gebracht, zijn fantastisch!

Na de knoflookkroepoek en kroepoek van cassave met zelfgemaakte sambal, proeven we de rendang: lang en zacht gestoofd rundvlees met een lichte kokossmaak, een tikkie pittig en supermals. Deze rendang komt met smakelijke seroendeng – nu eens niet een handvol muffe pinda’s maar vers en zelfgemaakt; en nasi, gebakken rijst die rul is en aromatisch, heerlijk! De sajoer lodeh is een goede tegenhanger voor de pittige gerechten: knapperige groenten in een zachte, romige kokossaus waar een kommetje dunne frietjes van zoete aardappel bij komt. De saté is van stevig geitenvlees en keurig gegrild, de babi kecap heeft dat verleidelijke van buikspek door het randje vet en komt in een zoete sojasaus waarin steranijs en kaneel te proeven zijn, erg lekker. De gado gado is verfijnder dan we ’m vaak kregen, ook weer die knapperige verse groenten en een subtiele pindasaus. Aan het gebruik van de specerijen, pepers en knoflook is te merken dat de Chinese voorouders mee keken over de schouder van de kokkin, prima.

We drinken een cocktail (9,50) van arak, een soort Indonesische rum, gedestilleerd uit suikerriet, gemberbier en limoen en een flesje Brand IPA (3,80), beide dorstlessend.

Ten slotte kunnen we het niet laten zo’n authentiek en mierzoet Indonesisch dessert te bestellen: cendol. Lekkere kokosmelk met warme suikerstroop (gula djawa), jackfruit en jelly, groene, glibberige sliertjes van tapiocameel. Een gek drankje dat alle kinderlijke verlangens bevredigt.

Intisari is een sympathiek familiebedrijf, zoon en dochter lopen in de bediening, waar voor een vriendelijke prijs goed gekookt wordt. Voldaan en voorzien van een doggybag met nog wat restjes van de rijsttafel verlaten we het pand. Laat het nog maar even zomeren.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.