Fords, Skoda’s en Renaults in plaats van Jaguars, Ferrari’s en Porsches

Youngtimers Liefhebbers van youngtimers wentelen zich in autoliefde en jeugdsentiment, zoals tijdens de rally Creme21 die woensdag start in Assen.

Hessel Terpstra met zijn Audi Quattro.
Hessel Terpstra met zijn Audi Quattro. Foto Kees van de Veen

Geen airbags, geen airconditioning, geen antiblokkeersysteem, geen prestige. Wel lawaai, een stevig verbruik en niet te vergeten de roest, de massamoordenaar van alle auto’s uit die jaren. De zijne is ook wel weer eens aan een lasbeurt toe. Toch zweert Peter Kroes bij zijn Opeltje. Het is zijn tijdmachine.

Kroes is 24. Zijn Opel Kadett Station is twaalf jaar ouder dan hij – die komt uit 1982. Kroes is youngtimerfanaat-nieuwe-stijl. Hij heeft meer youngtimers, maar de Kadett is zijn grote liefde.

Hij is er ingerold, zegt hij. Zijn vader reed Opels, zijn broer kocht een Opel Corsa, een vriend besmette hem met het Kadett-virus. Hij houdt van „de makkelijke techniek, het eenvoudige rijden”. Oude Kadetts wegen weinig; dat rijdt prettig. En er is het gevoel dat je op clubbijeenkomsten met vrienden deelt, het geluk van ‘de herinneringen die je samen opbouwt’. Naar modernere Opels taalt hij niet. „Een Calibra vind ik te jong, met een Insignia heb ik helemaal niks. Mooie auto. Maar voor mijn vader, niet voor mij.”

Peter Kroes met zijn Opel Kadett Station. Foto Kees van de Veen

In het autoclubleven kom je jongens als Kroes overal tegen, allemaal op zoek naar wat een doorgedraaide wereld kwijt is; pretentieloosheid, rust en overzicht. De nostalgie is ook het vreedzame protest tegen de tijdgeest.

Dat is komende week allemaal te zien tijdens een van de grootste youngtimerevenementen van Europa: de Duitse Creme21, een vierdaagse rally kriskras door Duitsland met auto’s van 1970 tot 1990, die woensdag in Assen start. Het is de antipode van beroemde rally’s als de Italiaanse Mille Miglia, waar mannen met royale banksaldo’s hun kostbare veilingstukken komen uitlaten. In de Creme21 zie je naast Mercedessen en BMW’s doodgewone Fordjes en Opeltjes uit de tijd dat accountants nog boekhouders en managers sous-chefs heetten.

Vaker dan gemiddeld zijn Creme-deelnemers opgegroeid op de achterbank van hun youngtimers. Ze kopen uit weemoed de auto’s van hun ouders terug. Jeugdsentiment en autoliefde zijn hier moeilijk uit elkaar te houden. Het een leidt tot het ander.

Dat escapisme neemt in de Creme21 extreme vormen aan. Het evenement is vernoemd naar een beroemde huidcrème uit de jaren zeventig. Een symbool van de goede oude tijd, waarvan de organisatie de huiskleur oranje overnam. In 2002 klein begonnen met 45 auto’s, is het nu een van de grootste autofeesten in zijn soort. Hoofdsponsor is BMW, de grote automedia rijden mee, in Assen starten 230 auto’s. Maar het blijft een pesterige persiflage op het rally-genre en de nieuwe wereld. Kleding in de stijl van toen wordt gewaardeerd. De auto’s zijn opgetuigd met jarenzeventigkitsch als opblaasdieren of levensgrote poppen van Bert en Ernie.

Tijdens etappestops worden de deelnemers onderworpen aan absurdistische denk- en behendigheidsspelletjes. Een klassieker is de koffervraag. De deelnemers mogen 21 seconden naar de inhoud van een kinderkoffer vol historische parafernalia kijken, waar ze later een onmogelijke vraag over moeten beantwoorden. Ze moeten binnen een minuut met een plantenspuit zoveel mogelijk water in een maatbeker spuiten, of met een emmer op hun buik een bal opvangen.

‘Heerlijk normale mensen’

Creme-winnaars worden beloond met een fossiele haardroger of oude typemachine, vanzelfsprekend in oranje. De fans smullen ervan. De reacties op de Facebookpagina van de Creme21 zeggen alles: „Fijne rally met heerlijk normale mensen.”

Dat was precies de bedoeling, zegt mede-oprichter Oliver Borgmann, die begin deze eeuw met twee kompanen de handen ineensloeg uit frustratie over de hautaine geslotenheid van de traditionele oldtimerwereld. Met hun nederige tweedehandsjes meldden ze zich aan voor een nachtetappe van de rally 2000 Kilometer durch Deutschland. Hun vervoer werd niet oud en sjiek genoeg bevonden. „We werden uitgelachen.” Zelf hadden ze trouwens ook snel hun bekomst van die stijve prestige-evenementen. „Saaie routes, niks spannends. Toen zijn we uit frustratie bij elkaar gaan zitten om zelf een goed alternatief te verzinnen.”

Oliver Borgmann met zijn Toyota. Foto Kees van de Veen

In 2002 werd de eerste Creme verreden. Met Fords, Skoda’s en Renaults in plaats van Jaguars, Ferrari’s en Porsches, al zijn die intussen ook van de partij. Want inmiddels zijn de nederige occasions van de beginjaren soms gezochte, kostbare oldtimers geworden, zodat ook het wagenpark van nu iets minder doorsnee is dan toen de Creme nog een uit de hand gelopen grap was.

Het was een onontkoombare ontwikkeling. Ten eerste kreeg de toen nog prille youngtimergemeenschap zelf meer te besteden. De liefhebbers van het eerste uur werden dertigers en veertigers met goedbetaalde banen en reserves. De voordelen lokten. In Duitsland betaalden ze lage wegenbelastingtarieven, in Nederland groeide door de fiscaal aantrekkelijke youngtimerregeling het aantal oude liefhebbersauto’s explosief. Het aantal zakelijk geregistreerde youngtimers verdubbelde in Nederland tussen begin 2015 tot nu van 15.000 tot 30.000. Dat zijn er in werkelijkheid meer, omdat de zzp’ers in de statistieken buiten beeld blijven. Die populariteit stelt de handel uiteraard in staat navenant meer te vragen.

Goede Kevers en Eendjes gaan over de toonbank voor bedragen van tussen de 10- en 20.000 euro. Met BMW 3-series uit de jaren tachtig gaat het dezelfde kant op. De Porsche 944 S2 die je in 2000 voor 8.000 Mark kocht brengt nu topstaat en met weinig kilometers zo 30.000 euro op. In Duitsland staat een Golf I GTI te koop voor 35.000 euro. Al die ontwikkelingen zie je in de samenstelling van de Creme-karavaan duidelijk terug; een Porsche 928 GTS of een Ford Mustang Mach 1 zijn voor normale mensen niet meer te betalen.

Reden te meer om de diversiteit van het startveld streng te bewaken, zegt Borgmann. Een overkill aan luxepaarden zou het evenwicht verstoren. De deelnemerslijst stelt gerust: Een Audi 80 LS, een Golf II GL, Mazda MX5, een Ford Capri III, een Nissan Bluebird, een Volvo 240, een VW Jetta, een Opel Manta en Kadett B, een BMW 1802, Kevers en Rekords. Heerlijk normaal, inderdaad.

Een leuke Lustfahrt zonder de stress en de ernst van het gewone leven moest het worden, blikt Borgmann terug. „Vier dagen onderweg zijn door mooie landschappen.” Niet alleen de mooie van de ansichtkaarten. De Creme is altijd ook een speelse les Duitse cultuurgeschiedenis geweest. Regelmatig trekt de Creme-karavaan door verweerde industriële gebieden en schuldige landschappen die het andere gezicht van Duitsland tonen; de voormalige DDR, een bruinkolenafgraving, de industriële ruïnes van het Ruhrgebied.

Lees ook: Het eerste ritje met een gloednieuwe oldtimer

Onder de Nederlandse deelnemers is de Friese garagist Hessel Terpstra (40), VW- en Audi-specialist in Sexbierum. Het wordt zijn twaalfde keer en zijn Audi Quattro van 1984 is er klaar voor. Voor die inmiddels begeerde en kostbare klassieker zouden ook in de klassieke rallywereld alle deuren opengaan, maar hij houdt het graag bij de Creme, waar showing off geen rol speelt. Hier draait het om vriendschap, lachen en mooie herinneringen. „De essentie is dat je in de tijd teruggaat met de auto’s waar je in je kindertijd mee besmet raakte.”

Kinderfeestje voor volwassenen

Wordt een mens niet te oud voor die spelletjescultuur? „Welnee. Dit is gewoon een kinderfeestje voor volwassenen. Het zit tegen koekhappen aan. Proberen in twee minuten zoveel mogelijk waxinelichtjes aan te steken met één lucifer. Je staat ervan te kijken hoe fanatiek volwassen mannen meedoen.” De Creme-folklore is voor Terpstra een weldadige relativering van het wedstrijdelement. „Er wordt heus gas gegeven, maar het gaat niet om je rondetijden. De winnaar is degene die met de grootste grijns naar huis gaat. En het is gelukkig niet zo’n typisch mannenevenement. Mijn vrouw geniet er ook met volle teugen van.”

Hessel Terpstra met zijn Audi Quattro. Foto Kees van de Veen

Alleen: hoe lang nog? Het klimaat voor oude, vuile auto’s wordt er in een tijd van steeds strengere milieuregels niet vriendelijker op. Borgmann is er realistisch over. „Het wordt moeilijker. Wij denken dat de belangstelling voor youngtimers op de middellange termijn zal afnemen.” Anderzijds hoeft dat niet het einde van de Creme21 te betekenen. Hij kan zich een Creme-toekomst met hybrides en elektrische auto’s voorstellen. „Of je nu op diesel of op stroom rijdt, het gaat om de sfeer.”