Opinie

Een schoolplein mag geen parkeerplaats lijken

Onderwijs Angst voor gewonde kinderen en te veel onderhoud leidt tot versteende schoolpleinen die kinderen niet verleiden tot spel, schrijft

Een leeg schoolplein van de St. Josephschool in Vogelenzang.
Een leeg schoolplein van de St. Josephschool in Vogelenzang. Foto Koen Suyk/ANP Extra

Er is genoeg om je zorgen over te maken in het onderwijs. Misschien hoor ik daarom maar heel weinig over de bedroevend saaie, veelal compleet betegelde schoolpleinen in Nederland. Ik bezoek regelmatig basisscholen en ik kan stellen: het is niet best. De meeste Nederlandse schoolpleinen kennen eenzelfde voorspelbare inrichting: hek, fietsenhok, betonnen tegels, voetbalomheining, wat klinische speeltoestellen en, soms, een kleine moestuin.

Het lijkt wel alsof spelen met water, zand, hout, touw of stenen op school systematisch is uitgebannen. Veel kinderen klagen over deze saaie schoolpleinen, het gebrek aan verstopplekken of de eentonige tijdsbesteding tijdens de pauze. Waarom heeft steen het gewonnen van groen? En waarom doen we hier niets aan?

Een eerste antwoord op de vraag waarom schoolpleinen zo zijn ingericht, gaat over het vermijden en uitsluiten van risico’s. Scholen willen in toenemende mate het risico beperken dat kinderen zich bezeren. Ze doen dit door zich te houden aan allerlei strikte regels (vaak landelijk vastgesteld), met terugkerende schoolplein-audits en -controles. Logisch, zou je denken. Wie wil er nou dat kinderen gevaar lopen?

Nu lijkt het mij net zo goed een risico dat kinderen zich kapot vervelen in de pauze. Maar liefst 43 procent van de basisschoolleerlingen, vindt hun schoolplein saai. Bovendien is er een verschil tussen het totaal uitbannen van risico – met als gevolg een stenen plein met supersaaie toestellen – en het verrijken van het schoolplein met bijvoorbeeld bomen en planten, hoogteverschillen, stromend water of boomhutten. Want waarom eigenlijk niet? Kinderen vinden het heerlijk en het schoolplein wordt onderdeel van de natuur in plaats van een soort parkeerplaats. En natuurlijk moet je er ook nog kunnen voetballen en basketballen.

Lees ook: Val eens uit een boom, daar leert een kind van

Prikkels en speelaanleidingen

Er zijn onderwijsexperts die beweren dat kinderen zelf „hun spel moeten leren ontwikkelen”. Te veel prikkels en speelaanleidingen zouden een beperkte ontwikkeling en sociale dynamiek tot gevolg hebben. In mijn ogen is dit flauwekul. Natuurlijk kan een beperkte omgeving creativiteit uitlokken, maar dat betekent niet dat we een versteende entourage moeten nastreven. Als we willen dat kinderen de beeldschermen links laten liggen, moet er wel iets voor in de plaats komen. Juist omdat kinderen minder bewegen – door minder gym, pauzetijd en sport tijdens school – moet er maximaal worden ingezet op groene, sportieve en aantrekkelijke pleinen!

Ook het zo laag mogelijk houden van de onderhoudskosten speelt een rol in de keuze voor stenen vlaktes. Die zijn makkelijk schoon te houden en ook de kinderen zijn na de pauze nog smetteloos. Een metalen speeltoestel is onderhoudsarm en gaat lekker lang mee, terwijl je bomen en struiken water moet geven en verzorgen: wat een gedoe!

Er zijn aanwijzingen dat saaie schoolpleinen leiden tot meer pestgedrag (Onderzoek Universiteit Wageningen). Kinderen vervelen zich sneller en gaan klieren en elkaar lastigvallen. Bij het verrijken van schoolpleinen geven kinderen aan dat dit tot minder pestgedrag leidt. Kinderen zien dat er minder wordt geruzied en hun indruk is dat pestgedrag daalt. Dit lijkt mij een prachtig argument om speelpleinen onder handen te nemen! Helaas zijn de initiatieven tot vergroening nog op de vingers van twee handen te tellen. Om het in politieke termen te verwoorden: het is nodig om op te schalen en tot een praktische en realistische ‘schoolplein-onderwijsfilosofie’ te komen. Graag doe ik een duit in het zakje met een aantal vuistregels:

•Een schoolplein ziet er niet uit als een parkeerplaats.

•Een schoolplein is onderdeel van de natuur.

•Kinderen bepalen mee hoe hun schoolplein wordt ingericht en vormgegeven.

•De transitie wordt gedaan met kinderen, ouders en bedrijven samen en is daarmee interessante leeractiviteit.

Groenplein? Schooltuin?

Tot slot. Het is hoog tijd het woord ‘schoolplein’ te vervangen. Groenplein? Schooltuin? Of misschien speeltuin? Spelen mag best spannend zijn, in een leuke en rijke omgeving waar veel dingen te doen zijn. Zo kan de natuur onderdeel zijn van het dagelijks spel, leren en leven.

Dit heeft economische, maatschappelijke en ecologische voordelen. Denk aan pestgedrag (en daarmee schooluitval) verminderen, de afvoer van regenwater verbeteren en kinderen laten kennismaken met de werking van de natuur. Bovendien bewegen kinderen meer, wat gezondheidsvoordelen oplevert. Deze verandering vormgeven met ouders en bedrijven is geheel in lijn met de zo gewenste participatiesamenleving. Bovendien maken we direct al werk van de klimaatdoelstellingen. Het lijkt mij een simpele win-winsituatie, bovenal voor onze kinderen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.