Duizend keer per dag een luisterend oor

Kindertelefoon De Kindertelefoon bestaat 40 jaar. Door de jaren heen is er veel veranderd. „Sexting en cyberpesten zijn voor ouders onzichtbare problemen.”

Campagneposters van de Kindertelefoon uit 1997, 1993 en 1996-1998.
Campagneposters van de Kindertelefoon uit 1997, 1993 en 1996-1998. Foto’s Niels Blekemolen

In het kantoor van de Kindertelefoon in Amsterdam zit een viertal jonge vrouwen achter een computer te tikken. Een van hen moet lachen. „Ik krijg nu net het berichtje: ‘je bent zo lief, je zou de baas van de Kindertelefoon moeten worden’.” Intussen wordt een andere collega gebeld. Ze zet als een juf van de onderbouw een vrolijke, kinderlijke stem op: „Goedemiddag, met de Kindertelefoon! Je spreekt met..” Er wordt opgehangen. Dat gebeurt vaker, als puberale grap, maar dat is niet erg, zegt ze. Het is prima voor de afwisseling, ze heeft net een chatgesprek van anderhalf uur achter de rug met een kind over zijn seksuele geaardheid.

Blije kinderen, verdrietige kinderen, kinderen die verliefd zijn, gepest worden, ruzie hebben met hun ouders of aan iedereen willen vertellend dat ze jarig zijn, ze kunnen allemaal bellen of chatten met de Kindertelefoon. Zeven dagen in de week. Van ’s ochtends tot in de avond.

De Kindertelefoon bestaat deze week 40 jaar. De vrijwilligers voeren zo’n 400.000 gesprekken per jaar en dat aantal is al jaren constant. Bovendien komen in totaal 1,3 miljoen unieke gebruikers op het forum, waar kinderen hun ervaringen met leeftijdsgenoten kunnen delen – uiteraard onder toezicht van moderators.

Ouders schrikken nog wel eens als ze erachter komen dat hun kind naar de Kindertelefoon heeft gebeld, vertelt directeur Roline de Wilde. „Terwijl het in de meeste gevallen echt niet betekent dat ze hebben gefaald in hun opvoeding.” Het is normaal dat kinderen niet alles willen bespreken met hun ouders, zegt ze. „En bij ons kunnen kinderen in vertrouwen praten, we hebben geen belang en geen oordeel. En zo vertellen ze ons veel.”

Duizend gesprekken worden er gemiddeld per dag gevoerd, door de in totaal ruim 500 vrijwilligers die in zeven verschillende steden de kinderen te woord staan. Kinderen en jongeren, van acht tot achttien jaar, kunnen letterlijk alles wat hen bezighoudt volledig anoniem bespreken. Hoe weten kinderen van de Kindertelefoon? „Op school geven we gastlessen en hangen we posters op”, zegt De Wilde. Of ze komen de stichting al googelend tegen, als ze opzoek zijn naar een antwoord op hun vraag.

De vrijwilligers worden in acht dagdelen klaargestoomd in gesprekstechnieken. Daarna gaat de training nog door in de vorm van meeluistergesprekken (meeluisteren met collega’s) en mentorsessies (mentoren kijken mee hoe het gaat). De Wilde wijst erop dat vrijwilligers niet de reddende engel moeten willen spelen. „Dat is niet onze taak. Wat we wel doen: proberen de zelfredzaamheid van het kind te vergroten.” Vrijwilligers bieden dus vooral een luisterend oor, en proberen kinderen zelf over problemen te laten nadenken met vragen als ‘Hoe zou je dit oplossen? of ‘Bij wie kun je terecht?’ „Om er zo voor te zorgen dat het kind meer inzicht krijgt in de situatie en hulp gaat zoeken als dat nodig is.”

Bellen onder een pseudoniem

Amarins Dijkstra (29) is sinds een jaar vrijwilliger. Ze wil kinderen een veilig gevoel geven. Is het niet frustrerend dat je een kind niet direct kan helpen? „Nee, hoor. Wij helpen ze op weg en dat is enorm veel waard.” Dijkstra draait vijf diensten per maand, een dienst duurt maximaal drie uur. Niet te lang, dat is om de vrijwilligers te beschermen want de gesprekken kunnen heftig zijn. Dijkstra vertelt dat ze allemaal een belnaam hebben, een pseudoniem. „Om anoniem te blijven, en zodat we enigszins ‘emotionele afstand’ kunnen houden van de soms nare verhalen die we te horen krijgen.”

1992-1994 Foto Niels Blekemolen

En omdat de gesprekken heftig kunnen zijn, blijven vrijwilligers nooit alleen achter in het gebouw; de laatste twee wachten op elkaar, misschien wil een vrijwilliger nog even napraten. De zware gesprekken gaan over seksueel misbruik, ernstige pesterijen, vechtscheidingen van ouders, fysieke of verbale mishandeling en chronische ziektes. Hoe reageer je hierop? De Wilde: „We stellen het kind gerust door te zeggen dat ze niet de enige zijn. Daarnaast geven we aan of iets heel normaal is – een verliefdheid, of zenuwen voor een toets – of juist niet oké, bijvoorbeeld bij misbruik.”

Lees ook: Kind bij scheiding nog steeds niet goed af

Kinderen blijken niet per se te bellen omdat ze wéten dat iets abnormaal is. Dijkstra: „Juist niet. Kinderen weten vaak niet wat de norm is, ze weten vaak alleen dat het onprettig of vreemd voelt. Daarom is het belangrijk om als een kind bijvoorbeeld geslagen wordt, duidelijk te maken dat dat niet de norm is en niet zijn of haar schuld is. Ik complimenteer ze er ook altijd mee: ‘knap dat je met ons belt en hierover durft te praten’. Want schaamte is ook een groot probleem. Daarom is praten zo krachtig: je merkt dan wat iets met je doet en bedenkt hoe je een volgende stap moet zetten, een oplossing kunt zoeken.”

Zonder toestemming van het kind wordt geen informatie gedeeld met derden en wordt er geen actie ondernomen. De Kindertelefoon werkt samen met instanties als Veilig Thuis en hulplijn 113 voor zelfmoordpreventie. Als kinderen willen, kunnen ze met deze organisaties in contact komen.

Pesten is anders nu

Door de jaren heen is er veel veranderd in het leven van kinderen. „Sexting en cyberpesten zijn grote, maar voor ouders onzichtbare problemen. Vroeger kwam je bij wijze van spreken met een blauw oog thuis als je gepest werd, nu word je uitgesloten van groepsgesprekken”, zegt De Wilde. Vrijwilligers zien ook dat de gesprekken nu vaker gaan over zelfbeschadiging. Kinderen bellen er vaker over, ook jonge kinderen, soms jonger dan 12 jaar. „Een verklaring hiervoor kunnen wij niet geven. Wij zijn een luisterlijn, geen onderzoeksbureau.”

Lees ook: Hoe behoed je je kind voor sexting en cyberpesten?

Incest is mede door de Kindertelefoon maatschappelijk bespreekbaar gemaakt. In de jaren 80 was incest nog vrij onbekend, vertelt De Wilde. Tot kinderen hierover gingen praten. „Daarvoor wisten veel mensen niet wat incest was.”

1993 Foto Niels Blekemolen

Maar vrolijke gesprekken worden ook genoeg gevoerd. Over huisdieren, verjaardagscadeaus, verliefdheden, leuke seksuele ervaringen en verschillende hobby’s, vertelt vrijwilliger Dijkstra. „Ik heb wel eens een recept gedeeld, of verteld over hoe leuk ik mijn eigen kat vind”, vertelt ze. „Ik heb zelfs een heel plan met het kind gemaakt over hoe je toch de liefde kunt verklaren aan dat ene leuke klasgenootje.”

Aan diversiteit onder vrijwilligers wil de Kindertelefoon werken. „Er zijn al vrijwilligers met een biculturele achtergrond, en er zijn meer mannen, maar het moet gepersonaliseerder worden. Wat voor soort iemand wil het kind?”, zegt De Wilde. „Het fijnste is met iemand te praten die hetzelfde heeft meegemaakt.”