De vraag is: wat voor toerisme wil Nederland?

Rapport Het aantal toeristen is de afgelopen tien jaar fors gestegen. Toch is de aandacht van de politiek „beperkt”. De kennis over toerisme is „dun”.

Grote drukte met buitenlandse toeristen op Goede Vrijdag bij de molens van de Zaanse Schans, Zaandijk, 19 april 2019.
Grote drukte met buitenlandse toeristen op Goede Vrijdag bij de molens van de Zaanse Schans, Zaandijk, 19 april 2019. Foto Bert Verhoeff

Nederland is een toeristische attractie geworden. Het aantal binnenlandse en buitenlandse toeristen is de afgelopen tien jaar met 50 procent gegroeid en zal vermoedelijk explosief blijven stijgen; van 42 miljoen in 2017 naar ruim 59 miljoen in 2030. Het toerisme is belangrijk voor economie en werkgelegenheid; de sector was vorig jaar goed voor 761.000 banen en er wordt inmiddels even veel verdiend als in de bouw, en ruim tweemaal zoveel als in de landbouw.

Toch is de aandacht van politiek en beleidsmakers „zeer beperkt”, signaleert de Raad voor leefomgeving en infrastructuur in een vrijdag verschenen advies aan het kabinet Waardevol toerisme: onze leefomgeving verdient het. Het zijn vooral provincies en gemeenten die toeristisch beleid maken, het Rijk houdt zich afzijdig. De kennis over toerisme is „dun”. Marjolein Demmers, lid van de raad en voorzitter van de commissie die het advies heeft opgesteld: „Het beleid beperkt zich vaak tot het promoten van een stad en vervolgens, als het te druk is geworden, tot het bedenken van maatregelen om de overlast te beperken. Dat moet anders.”

Nederland moet nadenken over wat voor toerisme het wil, en op welke plaatsen. Demmers: „Als we niet slim gaan nadenken over toerisme, bestaat de kans dat het toerisme ons overkomt, en gooien we onze eigen ruiten in. Dan wordt wat wij waardevol vinden, en waar de toeristen voor naar ons komen, vernietigd. Wees je ervan bewust tot welk punt het toerisme nog leuk is. Het lijkt in het begin hartstikke leuk om in de belangstelling te staan en daarmee geld te verdienen, maar als het toerisme eenmaal is doorgeschoten, valt het moeilijk terug te draaien.”

Waardevol toerisme

De Nederlandse overheid „staat op een kruispunt”, stelt het advies: „Laat zij het toerisme ongebreideld uitdijen, waardoor er steeds meer schade optreedt aan de leefomgeving en de samenleving en uiteindelijk ook het fundament onder het toerisme wordt aangetast? Of kiest zij ervoor om te sturen op waardevol toerisme, waarbij er niet alleen in economische zin wordt geprofiteerd van de bezoekersstromen, maar waarbij de hele samenleving profiteert en de negatieve gevolgen ervan zoveel mogelijk worden teruggedrongen?”

Lees ook: De buurtsuper in het dorp met 540 inwoners is een attractie op zich

De meeste toeristen zijn dagjesmensen uit eigen land. Ook komt 60 procent van alle mensen die overnachten uit Nederland. En hoewel uit sommige media het beeld oprijst dat Nederland wordt overspoeld door „intercontinentale” toeristen, bezoeken Amerikanen en Chinezen vooral enkele hotspots zoals de Keukenhof en het Anne Frank Huis. Veruit de meeste buitenlandse bezoekers komen uit Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Duitsers reizen veelal naar Amsterdam én naar de kust; Belgen steken graag even de grens over bij Limburg en Brabant en bezoeken eveneens de kust; Engelsen gaan vrijwel altijd naar Amsterdam.

De nadelen van toerisme zijn bekend; van dronken bezoekers op de Amsterdamse Wallen tot Chinezen die woonhuizen in Giethoorn binnenlopen; en van beleggers die de vastgoedprijzen in Domburg en Veere opdrijven tot wandelaars die de natuur op de Veluwe en in de Biesbosch schaden. „Op verschillende plaatsen zijn de negatieve effecten inmiddels zo groot, dat het draagvlak voor het toerisme onder bewoners afbrokkelt en tegelijkertijd de aantrekkelijkheid van de bestemmingen voor bezoekers vermindert. Zo dreigt de kip met de gouden eieren geslacht te worden”, aldus het advies.

Vermelding in The Lonely Planet

Politiek en beleidsmakers moeten, stelt het advies, een afweging maken tussen enerzijds de toeristische druk in een gebied en anderzijds de draagkracht van dat gebied. Die draagkracht wordt niet alleen beperkt door fysieke, geografische beperkingen, maar ook door wat inwoners zelf aanvaardbaar achten. Demmers: „Met de mening van inwoners wordt nu nog te weinig gedaan.” Er zijn hier en daar goede voorbeelden, zoals afspraken over het aantal evenementen op het Vrijthof in Maastricht bijvoorbeeld, en compensatie voor mensen die last hebben van toeristen. Behalve deze visie op toerisme zouden overheden ook alerter moeten zijn op onvoorspelbare ontwikkelingen; een vermelding in The Lonely Planet kan leiden tot „ongewenste overdruk”, en vorig jaar bracht een populair liedje van Bløf veel nieuwsgierige bezoekers naar het Zeeuwse Zoutelande. Het omgekeerde komt ook voor; sinds de sluiting van Fort Oranje komen er weinig toeristen naar het Brabantse Rijsbergen.

Het toerisme is volgens Marjolein Demmers „niet 100 procent maakbaar” maar er zijn wel veel manieren om bezoekers te „sturen”. Je kunt het aantal overnachtingen beperken door het aantal vergunningen voor hotels en airbnb te beperken. Je kunt het transport en het verblijf beprijzen. Je kunt drukte in musea reguleren, al is het maar door real time informatie over bezoekersaantallen. En je kunt toeristen spreiden over het land. Demmers: „In de media gaat het dikwijls over de drukte in Amsterdam en in Giethoorn. Maar er zijn nog zo veel andere regio’s waar toeristen naartoe kunnen, en waar toerisme helemaal geen probleem is. Waar wij voor pleiten, is het nadenken over de gewenste ontwikkeling passend bij het DNA van een regio; wat voor de ene regio te druk is, hoeft dat voor een ander gebied helemaal niet te zijn.”