Jonathan Safran Foer: 'Tijdens mijn scheiding at ik hamburgers op het vliegveld'.

Foto: Roger Cremers

Jonathan Safran Foer: ‘Eet alleen bij het diner dierlijke producten’

Jonathan Safran Foer „Lees de menukaart met hetzelfde gevoel waarmee je ook naar de brandende Amazone kijkt”, aldus de Amerikaanse schrijver wiens nieuwe boek net is verschenen.

„In de VS zijn er twee keer zoveel mensen die in Bigfoot geloven als mensen die de klimaatverandering ontkennen. Heb je weleens van Bigfoot gehoord?”

Is dat niet een soort Yeti?

„Precies! Nog maar 9 à 10 procent van de Amerikanen ontkent dat we in een door mensen ontketende klimaatcrisis zitten. Zo’n beetje de enige die de wetenschap niet aanvaardt is onze president. Maar slechts 17 procent maakt zich er daadwerkelijk zorgen over, dus de vraag is: hoe verklaar je dat zoveel mensen weten wat er op het spel staat, en maar zo weinig mensen zich er druk over maken?”

Van Jonathan Safran Foer (1977) verscheen deze week een tweede non-fictieboek: Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt. Het is een iets ernstiger vervolg op zijn eerste non-fictiewerk, Dieren eten (2009), waarin hij haarfijn verslag deed van de praktijken in de intensieve veehouderij. Dieren eten werd een bestseller. Eerder nog werd Foer als een literair wonderkind onthaald met zijn debuut Alles is verlicht (2002) en zijn tweede roman Extreem luid & ongelooflijk dichtbij (2005).

In Het klimaat zijn wij laat Foer zien hoeveel effect het eten van dieren en zuivel heeft op het klimaat: afhankelijk van het rapport dat je erop naslaat is de bio-industrie verantwoordelijk voor tussen de 14,5 en 51 procent van de jaarlijkse broeikasemissies. Het grote verschil tussen die twee getallen wordt veroorzaakt door de ontbossing die ook op het conto van de veehouderij komt; volgens een onderzoek uit 2004 van de Wereldbank wordt 91 procent van de Amazone ontgonnen voor het verbouwen van veevoer. Omdat de gekapte regenwouden geen CO2 meer opnemen, kan de broeikasuitstoot door de veehouderij oplopen tot 51 procent van de totale uitstoot wereldwijd.

Daarom pleit Foer nu nogmaals voor een overwegend plantaardig dieet (hij stelt voor: alleen bij het diner dierlijke producten). Want hoewel iedereen is doodgegooid met de kreet ‘Een beter milieu begint bij jezelf’ (‘De wereld redden begint bij het ontbijt’), zijn er maar weinigen die dat met overgave doen, constateert Foer. Zolang de industrie CO2 per tonnen de atmosfeer in pompt, maakt het niet veel uit of je je boterhamzakje recyclet, is de verlammende gedachte.

Werkt klimaatangst verlammend, of zet die juist aan om ons handelen te veranderen en uitstoot te verminderen? Drie schrijvers proberen ons te mobiliseren. Lees ook: ‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelooflijk diep in de shit zitten’

Foer: „Mensen in mijn omgeving zeggen voortdurend: ‘We moeten iets doen’, alsof dat iets uitmaakt. Ze gaan naar demonstraties, of ze dragen een T-shirt met een slogan. Ze hebben het vooral de hele tijd over hybride auto’s. Maar niets daarvan maakt echt een verschil. Want er zijn maar vier dingen die een individu kan doen: minder vliegen, leven zonder auto, een plantaardig dieet volgen en minder kinderen hebben. Voor de meeste Amerikanen is het onmogelijk om op hun werk te komen zonder auto, en niemand die ik ken staat stil bij het effect van een kind op het klimaat. Maar als het over eten gaat: je kiest drie keer per dag wat je eet, en wat je eet heeft een direct effect op de uitstoot van methaan en CO2, de twee broeikasgassen die we het dringendst moeten reduceren.

„Deze specifieke catastrofe heeft de gekke eigenschap dat we ons er alleen zorgen over maken als we eraan denken”, zegt Foer. „De ramp beklijft niet in ons voorstellingsvermogen, of in onze harten. Dus de vraag is hoe we de kwestie levend kunnen houden. Je zou, op het moment dat je de menukaart voor je hebt, hetzelfde gevoel moeten hebben als wanneer je naar de brandende Amazone kijkt. Dan heb je niets te kiezen, maar met je neus in een menukaart wel.”

In zijn boek citeert hij de Britse psycholoog en The Guardian-columnist Oliver Burkeman: ‘Als een kliek van kwaadaardige psychologen in een geheime onderzeese basis samen een crisis had willen bekokstoven waarvoor de mensheid hopeloos slecht toegerust zou zijn om die aan te pakken, hadden ze niet met iets beters op de proppen kunnen komen dan de klimaatverandering.’ Klimaatverandering is te abstract en ver weg om ons te bewegen.

Ook Foer voelt zich maar mondjesmaat betrokken bij zijn onderwerp. Hij schrijft: ‘De waarheid is dat ik me niet echt zorgen maak over de planeetcrisis – niet vanuit een diepe overtuiging.’ Hij licht toe: „Als ik naar de beelden kijk van de Amazone die in brand staat, of naar orkaan Dorian die nu op de VS af koerst, of naar afbrokkelende gletsjers in Groenland, voel ik me boos, angstig en gedeprimeerd. Maar als ik die beelden niet voor me heb, kijk ik stomme filmpjes op YouTube en ga ik ongestoord verder met mijn leven.”

Succesauteur Jonathan Safran Foer Foto: Roger Cremers

Maar als u zich maar halfslachtig betrokken voelt, waarom schreef u dan dit boek?

„Ik voel mezelf vaak tegelijk wanhopig en ongelofelijk hoopvol. En het boek komt voort uit die mengeling.”

Uw collega David Wallace-Wells lijkt te denken dat hij door angst in te boezemen actie kan bewerkstelligen. Hoe ziet u dat?

„Ik denk dat angst heel goed werkt, zij het voor een heel korte periode. Dus je leest een nieuwsbericht en denkt: ‘Shit, fuck, Christ’, en vijf minuten later denk je weer aan iets anders. Volgens mij werkt het als mensen voelen dat ze deel uit kunnen maken van de oplossing, zonder dat iedereen elkaar op ieders hypocrisie wijst en op de afstand die men nog van de ethische perfectie verwijderd is.”

In zijn boek schrijft Foer kort over de promotietour van Dieren eten, en hoe hij, terwijl hij overal in het land de gruwelen van de bio-industrie verkondigde, zelf regelmatig hamburgers at, op het vliegveld. ‘En mijn reden daarvoor maakt mijn hypocrisie zelfs nog bedroevender: ik putte er troost uit’, schrijft Foer. Want in die periode liep zijn huwelijk op zijn eind.

NRC-redacteur Derk Walters eet sinds 2015 geen dierlijke producten meer. Daar vinden mensen van alles van, maar zelden vragen ze hem: waarom eigenlijk? Lees ook: Waarom aaien we honden en eten we varkens?

Hoe werkt dat, troost putten uit een hamburger?

„Hmm… Ik denk dat het te maken heeft met mijn kinderjaren: we aten veel vlees, en dat was vaak deel van een feestelijke gelegenheid. Je barbecuet in de tuin, je gaat naar een honkbalwedstrijd. Zo is het niet meer helemaal, maar vlees was een symbool van… goede dingen, van welvaart, samenkomen, familie, cultuur.”

En die associaties zijn er nog altijd.

„Ja. Bovendien denk ik altijd als ik iemand een burger zie eten: ik wou dat ik dat was.”

Denkt u dat uw Joodse achtergrond uw houding ten opzichte van de planeet heeft gevormd?

„Hooguit een beetje. Ik verbaas me erover dat religieuze groepen niet het voortouw nemen in klimaatacties. Maar ik hoop dat dat verandert, ik heb al aan mijn uitgever gevraagd of ik veel over mijn boek mag spreken in van die grote megachurches. Want religieuze mensen, of ze nu christelijk, Joods, moslim of boeddhist zijn, zijn toch geneigd om de grootsheid van de schepping te roemen. En onze rol in die schepping. Dus het lijkt het me logisch dat je je dan ook verantwoordelijk voelt.

„Er is een prachtige uitdrukking in het Jodendom: ‘tikkun olam’, ‘de wereld repareren’. Het betekent dat de wereld gebroken is, sinds de schepping. Wij mensen proberen hem weer een beetje heel te maken. En nu kunnen we daar meer expliciet uitdrukking aan geven dan ooit, want de wereld is letterlijk gebroken, ijsschotsen breken, bossen branden.”

Heeft u overwogen om een roman hierover te schrijven?

„Nee. Ik vond het belangrijk om het feitelijk te houden, vooral omdat ik in dit boek een enorme misvatting wil rechtzetten, namelijk dat fossiele brandstoffen het enige zou zijn waar we aandacht aan moeten besteden en dat individuen geen verschil kunnen maken. Dat was een erg slechte roman geworden.”

U had wel een boel betrokkenheid kunnen creëren met een roman.

„Ik hoop met dit boek ook een eind te komen. Ik wil laten zien wat de situatie is: uit een recente studie in Nature blijkt dat mensen in het VK en de VS 90 procent minder rund zouden moeten eten, en 60 procent minder zuivel om het klimaatakkoord van Parijs te halen. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Volgens mij begint het met een open gesprek, niet met een beeld van een wereld waarin New York onder water staat. Bedenk voor jezelf, op een rustig moment, wat je zou kunnen doen, wat je grenzen zijn. Ga bij jezelf te rade en leef ernaar.

Dichteres Lieke Marsman (1990) debuteert met een sterk geëngageerde roman. Lees ook: Waarom raakt het klimaat ons niet?

„Er zit ook een heel positieve kant aan, hè: sommige mensen zien voor zich dat ze in de toekomst alleen nog maar een paar pillen van een bord in een donkere kamer zullen eten. Maar we zullen juist tien keer zo gevarieerd kunnen eten als nu.”

Is de houding ten opzichte van het klimaat in de steden anders dan in het binnenland?

„Nauwelijks. In de VS zijn er nu evenveel boeren, qua absoluut getal, als tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Het hele punt van de bio-industrie is dat je de aanwezigheid van mensen minimaliseert, en de natuur zoveel mogelijk uitbant. Maar toen Dieren eten verscheen, waren de boeren de grootste fans, en de dierenactivisten de grootste critici. Wij zijn gewend om onze eigen ondeugden op de boeren te projecteren. Maar boeren willen het klimaat niet schaden, boeren willen dieren geen pijn doen. Ja, ze willen ze doden, maar dat is iets anders dan ze pijn doen.

„Weet je wat heel opvallend is: de Democraten die nu dingen naar de nominatie voor presidentskandidaat waren vorige maand in Iowa. Natuurlijk praten politici dan het electoraat naar de mond. En Iowa is het boerencentrum van de VS. En wat zeiden de kandidaten? Dat ze af wilden van de megastallen en de intensieve veehouderij. Je zou denken: politieke zelfmoord. Maar nee, want de boeren haten de megastallen net zo goed. En boeren zijn beschermender voor het milieu dan wie dan ook. Maar ze moeten produceren wat mensen kopen. Als mensen tonnen rood vlees willen eten, moeten ze tonnen rood vlees produceren.”