Opinie

Constellaties

Ellen Deckwitz

Dus ik lig met mijn zus in het park als ze vraagt op welke leeftijd ik begon te masturberen. „Goh”, zeg ik nadat ik ben opgehouden te hoesten, „geen flauw idee. Jij?” „Rond mijn negende.” „Dan was je knap stil”, zeg ik huiverend, want toen sliepen we nog op dezelfde kamer.

„Echt?” ze lacht schamper, „Ik was op een zeker moment echt verslaafd. Deed het de hele dag. Niets doorgehad?”

„Nee.”

„Denk je dat pap en mam het ooit hebben geweten?”

Nu in ieder geval wel, want die hebben een abonnement op NRC.

„Vanaf het moment dat ik in de puberteit kwam, leek alles opeens erotisch geladen”, zegt mijn zus, „Het was een beetje eenzaam – je denkt dan toch dat je de enige bent die chronisch hitsig is, die chronisch zondig is – maar in die afzondering zat ook een schoonheid, een intimiteit met je eigen lichaam die ik sinds ik met anderen het bed deel, soms een beetje mis.”

„Maar je bent toch niet gestopt met masturbatie?”

„Ben je gek, maar het op jezelf aangewezen zijn zoals je in de puberteit bent, een periode waarin je lijf zo snel verandert dat je het elke dag opnieuw moet leren kennen, besturen, begrijpen, dat had wel iets. Zelfs al minachtte je jezelf erom. Ik voelde me zo’n viespeuk in die tijd.”

„Eigenlijk jammer dat het indertijd zo sneu werd gevonden wanneer je het met jezelf deed. In je eentje de misdaad bestrijden of een Nobelprijs winnen was dan wél weer heroïsch.”

‘Ik weet nog wel hoe er met catechisatie op werd gehamerd dat seks iets was tussen twee personen, en op zijn hoogst een voetnoot bij het bestaan. Over homoseksualiteit werd al helemaal niet gesproken.” Mijn zus was in die jaren nog niet uit de kast, maar ik vond het destijds al wel opvallend dat ze onze slaapkamermuren volhing met posters van Yasmine Bleeth uit Baywatch.

„Voor mijn verlangens leek er geen plek”, zegt ze.

„Dat moet hebben gevoeld alsof je geïsoleerd was.”

„Ja. Tot ik besefte dat ik zelf kon bepalen hoe ik naar de wereld keek. Ik weet nog wel dat ik tijdens de zoveelste bijbelstudie uit het raam staarde en het me opeens opviel dat je met een beetje fantasie in de wolken allerlei wulpse vormen waar kon nemen. Volle borsten, gewelfde tepels, stevige dijen. Opeens zag ik in dat we hier op aarde wel lekker preuts kunnen doen, maar dat er boven ons hele constellaties aan heupen, billen en venusheuvel waren. Je hoefde het alleen maar te zien.”

Ze grinnikt. En dan verandert ook voor mij de hemel waaronder we liggen in een aaneenschakeling van rondingen, een verzet van waterstof, een decoratie voor de eenzaamheid.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.