Opinie

Boris Johnson: de reactionaire, revolutionaire Jakobijn

De Tories zijn voor Johnson geen gemeenschap met een intrinsieke eigenwaarde, maar een instrument tot revolutionaire macht, weet Hubert Smeets.

Hubert Smeets

Boris Johnson mag in naam Tory zijn, in feite is hij Jakobijn. Al na krap anderhalve maand is de Britse premier er in geslaagd zijn eigen Conservatieve Partij te splijten. Johnson leek het er om te doen. Al blokkerend, schofferend, intimiderend en royerend, deinsde hij er niet voor terug vooral in eigen kring schisma’s te forceren. Dit alles uiteraard ter wille van verheven motto’s als ‘controle’ en ‘vrijheid’.

Vergelijkbare zuiveringen, zoals nu bij de Tories, kennen we uit andere tijden en andere landen. Ze horen bij het repertoire van de radicale revolutionair.

Ook Johnson is eerder schatplichtig aan Robespierre (1758-1794), dan aan Edmund Burke (1729-1797). Indachtig Burke, de criticus van de Franse revolutie en aartsvader van het Europese conservatisme, is conservatisme een vorm van evenwichtskunst. In goed burgerlijk Nederlands: ‘kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Johnson heeft daar lak aan. Hij neemt een voorbeeld aan de Franse scherpslijper Robespierre. Aan de Jakobijn, die de guillotine inzette om de revolutie te bespoedigen totdat hij er zelf door werd onthoofd, wordt de boutade toegeschreven dat ‘je geen omelet kunnen bakken zonder eieren te breken’. Veel revolutionairen hebben deze zin nadien herhaald om te rechtvaardigen dat het doel hun middelen heiligt.

Johnson is eerder schatplichtig aan Robespierre dan aan Edmund Burke

Johnson is niet de eerste in de rij conservatieve fellow travellers. Het moderne revolutionair conservatisme is in de Angelsaksische wereld zo’n vier decennia oud. Margaret Thatcher introduceerde het veertig jaar geleden. Met haar adagium dat er niet zoiets bestaat als een samenleving, ontkende de Britse premier (1979-1990) dat het gemeenschapsbesef eigen was aan het klassieke conservatisme van Burke. Ze zette het land daarmee op zijn kop. Voor Thatcher was een conservatieve revolutie geen contradictio in terminis. Nee, ze ontketende er liever een.

Lees ook wie de echte Democraat in de Brexit-saga is

De keerzijde van haar succes was dat ook gemeenschappen van de middengroepen werden gekraakt. Thatcher sneuvelde niet toevallig op de poll tax, een denivellerende belasting die elke persoon op lokaal niveau gelijkelijk moest gaan belasten. Haar kiezers werden zo haar slachtoffers.

Thatchers ondergang luidde een kwakkeltijd voor het Britse conservatisme in. Na haar vertrek wisten de Tories maar enkele keer meer dan 40 procent van de stemmen te halen.

Net als in de VS leidde deze sluimerende neo-conservatieve crisis echter niet tot bezinning en matiging, maar juist tot radicalisering. Als we de tegenstellingen nog verder aandraaien, splijten we het genuanceerde midden en hebben de burgers geen andere keus meer: dat is het strategische idee.

Johnson is daarvan nu de vaandeldrager. Met zijn belofte dat hij de Britten kan terugbrengen naar de verloren tijd van Rule Britannia! Britannia, rule the waves, heeft hij koers gezet naar een nostalgische heimweepolitiek die in feite revolutionair reactionair is. De Tories, die het conservatisme van Burke nog aanhangen, moeten daarom worden uitgeschakeld. De partij is voor Johnson geen gemeenschap met een intrinsieke eigenwaarde, maar een instrument tot revolutionaire macht.

Hoezo? Johnson heeft deze week toch nederlaag op nederlaag geleden? Jazeker. Maar verlies deert de Jakobijn niet. Het is eerder het bewijs dat je de tegenstander bij de strot hebt en dat dus nog meer waakzaamheid is geboden. Als Johnson inderdaad een jakobijnse premier is, zal hij doorgaan met de radicalisering van zijn partij. Een reactionaire revolutionair kan zich geen wankelmoedigheid veroorloven.

Maar of de gewone Britten het ook zover laten komen?

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.