Opinie

‘YES!’, buldert Thomas Quasthoff

Joyce Roodnat Joyce Roodnat houdt niet van masterclasses klassieke zang. Voor bas-bariton Thomas Quasthoff maakt ze een uitzondering. Gelukkig maar.

Joyce Roodnat

Eigenlijk had ik gezworen om nooit meer een masterclass klassieke zang bij te wonen. De coryfee die ik meemaakte, onderwierp de jonge talenten aan iets wat veel weg had van openbare mishandeling. En ik pas ervoor om dat aan te zien. Maar nu laat ik me toch overhalen. Ik wil graag een voordracht bijwonen die dirigent Ed Spanjaard in een landhuis in Heemstede geeft voor een evenement van impresario Theo van den Bogaard. En dat mag, maar: „Kom dan ook naar de masterclass van Thomas Quasthoff.”

Wie zal dat weigeren? Quasthoff is een fonkelende bariton, die trouwens ook een onovertroffen versie van ‘Ain’t no Sunshine’ op zijn naam zette. Hij begeleidt deze week vijf Nederlandse zangtalenten, in de serre van dat landhuis. Het is een buitenkansje om daar bij te mogen zijn. Maar Quasthoff staat bekend als satanisch, dus ik zie ertegen op.

Hoeft niet. Ja, hij is ultra-kritisch. Elke halve maat onderbreekt hij de jonge, soms knalrode, sopraan voor een correctie. Is het niet haar uitspraak van het Duits, dan is het haar houding, of dat ze niet moet vergeten wát ze zingt, maar natuurlijk ook niet hoe: „Don’t change the notes, it’s Mendelssohn!” Hij gaat door tot de zangeres durft open te bloeien, waarop Quasthoff „YES” buldert. Een ‘Yes!’ met die stem – ik bedoel maar. Maar al te gehoorzaam is ook niet goed. Denk erom, drukt hij de zangers op het hart, niet de dirigent volgen. „De dirigent volgt jou. You’re the boss.”

Lees ook de reportage: Een week lang masterclass van topbariton Thomas Quasthoff

Wat Ed Spanjaard vervolgens weer relativeert in zijn exposé. Het liefst dirigeert hij opera. „Zangers emotioneren me heftiger dan welk instrument ook.” Hij verzet zich tegen luide orkesten waar de stemmen in verdrinken. Ja, dirigenten kunnen „erg afkammend” zijn. Dat is niet zijn stijl: „Ik ben eerder een softie dan een vuist op tafel.”

Indirect spreekt hij over genade. De zangers en het orkest zijn aan zijn genade overgeleverd. Maar omgekeerd is dat ook zo. Genade veronderstelt machtsverschil, het suggereert in gevaar zijn. Genade eist liefde en overgave. Genade kan niet zonder verantwoordelijkheidsgevoel over en weer.

Thomas Quasthoff (tweede van links) met Joris van Baar. Op de bank: Alexander de Jong, Leonie van Rheden, Helena Koonings, Eleonora Hu. Foto Erik van Zuylen

Of ik naar het Amsterdamse Concertgebouw wil, voor Quasthoffs openbare masterclass met de vijf ‘Jonge Grote Zangers’? Maar natuurlijk.

Daar zie ik Quasthoff weer de stemmen regisseren, hij doet het losser nu. Hij zingt voor. Hij acteert een oude man bij ‘Wie schön ist doch die Musik’ van Richard Strauss. Bij ‘Wie lange noch’ van Kurt Weill is hij ineens even een teleurgestelde vrouw. En als het nodig is, zakt hij van zijn stoel en neemt de zanger even bij de hand. „Stop met denken, maak muziek”, commandeert hij. Iedereen gehoorzaamt. We leveren ons uit en worden omhelsd met de genade van de kunst.