Opinie

Wind tegen

Marcel van Roosmalen

Forum voor Democratie kwam naar een loods op het schitterende Hembrugterrein te Zaandam. Een goed gekozen locatie: net buiten, maar wel lekker dicht bij het verfoeide, want extreem-linkse, Amsterdam. En toch ook in het hart van de doelgroep: het boze laagland.

Uit ons dorp gingen ze ook. Lekker over de dijk, langs de molens en bovendien was het gratis.

De zaal puilde uit: meer mannen dan vrouwen, vroegoude jongens in pakken. Brave burgers ook die applaudisseerden bij elke klemtoon, zodat je wist: hé, die is het ermee eens.

Thierry Baudet kwam op tussen vier fonteinen rook.

„CO2 mensen!”

De man naast ons hield zijn zwaaishawl omhoog. ‘Ik ben van de partij’ stond erop. Een film op de grote schermen.

Polders, molens, strand, afsluitdijk, Vincent van Gogh, grachten, schaatsen, wielrennen, voetbalsters, nieuwjaarsduik; veel groen wel voor een partij die zegt niets aan klimaat te willen doen. Thierry Baudet over Otten, gespeeld verdriet: „Ik heb een vriend verloren.”

De wil om het wel te geloven hing in de lucht.

De worst Otten werd door de feestcommissie zorgvuldig in partjes gesneden en uitgeserveerd. Toen Derk Jan Eppink, de Europese aanvoerder met de motoriek van een houten klaas, met de schaal rondging, zat iedereen eigenlijk al vol. Schitterend hoe hij met z’n twee harken de wanhoop uitbeeldde die hij had gevoeld tijdens de verkiezingscampagne. De geldkraan ging al dicht bij zestigduizend euro, maar de kartelpartijen hadden wel een miljoen!

„Hendrik, hoe kan dat?”

Nou, dat wisten we inmiddels. Hoogtepunten te over.

Theo Hiddema die tijdens de bijeenkomst moest toiletteren en ongevraagd bij de arm werd genomen door een jonge vrouw, die er zo ernstig bij keek dat het leek alsof ze een bejaarde over een drukke weg loodste.

Een man, ergens achterin, riep of we ‘iets’ konden doen voor de christenen in het Midden-Oosten.

Thierry, de oren gespitst: „Waar komt u vandaan?”

„Mesopotamië.” Een christen uit het gebied tussen de Eufraat en Tigris!

Thierry liep naar hem toe en zegende hem met dezelfde klemtonen die hij eerder had gebruikt bij ‘sa-ne-ren’ toen het over de NPO ging.

„Wij-staan-ach-ter u! Wij-staan-ach-ter u!”

Stormachtig applaus.

Dan de borrel met als hoogtepunt zanger Ramon Beense, on-Nederlands bruin. Zijn repertoire bevatte alles tussen ‘daar bij die molen’ en André Hazes en soms iets van Tom Jones. Dat mocht wel, maar Engels op de universiteit was een ander verhaal, zei een dorpsgenoot die op de fiets was gekomen.

Typisch Zaanstreek: zeggen dat je op de terugweg ‘lekker’ wind tegen hebt.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.