‘We houden van je, maar we gaan ervandoor’

Grunberg in een gesloten jeugdinrichting Schrijver Arnon Grunberg leeft veertien dagen dag en nacht in de gesloten jeugdinstelling De Koppeling in Amsterdam. Hij schrijft elke dag over het leven daar. Deel 4: Kermis

Groep Obama, mijn groep, bestaat uit negen jongeren plus een schrijver, twee ervan staan op telex, dat betekent dat ze weggelopen zijn.

Tijdens het kopen van sigaretten met een groepsleider, oftewel begeleid verlof, zeiden twee andere jongens, Joey en Leroy, tegen groepleidster Rachel: „Sorry, we houden van je, maar we gaan ervandoor, we lopen even mee met je naar de Koppeling anders moet je alleen naar huis.”

Rachel moest er zelf om lachen.

Toen waren er nog zes in groep Obama.

Om vier uur in de nacht schijnen de jongens thuis te zijn gekomen. Ik sliep al. Mijn kamer kijkt uit op afdeling Ghandi waar zwakbegaafde jongeren zitten, vrijwel elke avond roept een jongen die altijd met een haarborstel rondloopt: „Hé, Arnon niet te lang werken.” De jongen met de haarborstel is mijn vriend.

Tijdens de lunch de volgende dag – maaltijden worden gebruikt in de woonruimte – vertelden de weggelopen jongens over hun avonturen in Abcoude. Joey is een jongen van vijftien met kortgeknipt haar en pukkeltjes. Hij schijnt grootgebruiker te zijn van drugs, naar eigen zeggen is hij tevens loopjongen geweest voor een dealer.

„Je had er vannacht bij moeten zijn”, zegt hij. „Ik ben achter een kermisattractie gepijpt, ik moest wel mijn pet op houden anders vond ze me niet mooi.”

„Niet geneukt?” vraag ik.

„Als het meissie van Leroy niet was gaan kotsen was er ook geneukt, maar na het kotsen gingen ze met de Uber naar Amsterdam.”

Leroy is 17 en volgt een opleiding voor beveiliger. Hij wilde het leger in, maar dat kon niet vanwege zijn adhd. „Wees eerlijk, broer”, zegt Leroy, „jouw chickie kwam gewoon uit een bus vol downies.”

Er wordt gelachen, Joey roept tegen begeleider Sergio: „Ik ben vannacht gepijpt, ben je niet blij voor me?”

Later loop ik met de veertienjarige Sara en begeleider Patrick naar de supermarkt voor sigaretten. Patrick vertelt dat twee weggelopen jongens uit Ghandi een filmpje hebben gepost op Snapchat hoe ze chillen in een hotelkamer.

Hier doen ze niet hysterisch over weglopen. Repressie is veelal het verder traumatiseren van de getraumatiseerde.

„Hoe komen ze aan geld?” vraag ik.

„We hebben jongens gehad”, zegt Patrick, „die hebben een Albert Heijn overvallen met een mes.”

Het wordt avond. Mijn nieuwe vrienden zijn net als ik opgesloten in hun kamer, vannacht zullen ze niet worden gepijpt achter een kermisattractie, maar ook op De Koppeling zijn er attracties.

Wordt vervolgd

Om privacyredenen zijn achternamen in deze serie weggelaten. Ze zijn bij de redactie bekend.