Wat is een museum? ‘Ideologische’ definitie verdeelt museumwereld

Internationale museumwereld Over de definitie van een museum woedt een verhitte strijd in de Internationale Raad voor Musea. Zaterdag stemmen zij in Kyoto over een nieuwe tekst. „Dit is geen definitie, maar een verklaring van modieuze waarden.”

Museum het Louvre in Parijs kan niet aan de nieuwe voorgestelde ‘diverse’ museumdefinitie voldoen, vrezen Franse museumvertegenwoordigers.
Museum het Louvre in Parijs kan niet aan de nieuwe voorgestelde ‘diverse’ museumdefinitie voldoen, vrezen Franse museumvertegenwoordigers. Foto Dennis van de Water

Wat is een museum? Zijn musea ook „democratiserende, inclusieve en veelstemmige ruimtes voor kritische dialoog”? In de internationale museumwereld woedt daarover nu een verhit debat.

Op het congres in Kyoto van de Internationale Raad van Musea (ICOM) - een organisatie die met zo’n 40.000 leden zo’n 20.000 musea vertegenwoordigt – wordt deze week gestemd over een nieuwe definitie van wat een museum is. De tekst die nu op tafel ligt is politiek meer uitgesproken dan de bestaande. En dus omstreden. Als reden voor aanpassing worden musea in landen met een autoritaire leider genoemd. Met de nieuwe tekst zouden zij beter beschermd zijn tegen invloed van de overheid. Andere voorstanders zeggen dat de tekst gewoon beter aansluit bij de huidige praktijk.

De huidige definitie is nog grotendeels hetzelfde als bij de oprichting van ICOM in 1946. Het omschrijft een museum als een „niet op winst gerichte” instelling die „ten dienste staat van de samenleving” en materiële en immateriële getuigenissen „verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert”. De nieuwe tekst voegt daaraan toe dat musea als doel hebben „bij te dragen aan menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid, mondiale gelijkheid en wereldwijd welzijn”.

Lees ook dit opinie-artikel van Clayde Menso en Melle Daamen:Stop met opdringen witte cultuur

De ICOM-definitie is nergens bindend, maar heeft wel gezag en speelt in veel landen indirect een rol in wetgeving. In Nederland is de tekst de basis voor opname in het Museumregister.

Het voorstel, waaraan twee jaar is gewerkt, stuit nu op hevig verzet. Een coalitie van 23, voornamelijk Europese, landen en zes ‘themacomité’s’ dienden deze zomer een petitie in om de stemming uit te stellen. De ondertekenaars voorspellen „grote onenigheid”, wanneer komende zaterdag toch gestemd gaat worden en de definitie wordt aangenomen.

‘Revolutie-gevoel’

„Er hangt een revolutie-gevoel in de lucht”, zegt Luc Eekhout, voorzitter van ICOM Nederland, telefonisch vanuit Kyoto. „Je merkt dat er in de zeventig jaar dat de huidige definitie bestaat buiten Europa veel nieuwe musea van een ander type zijn ontstaan. Zij zijn niet alleen ‘tempels voor bijzondere en mooie dingen’, maar ook emanciperende instellingen die afrekenen met bijvoorbeeld een koloniaal verleden.”

Eekhout sprak in Kyoto met de directeur van Memorial da Resistência de São Paulo. „Een museum over de dictatuur. Zij voelen zich onder druk gezet door de huidige regering van Bolsonaro, die heel andere ideeën heeft over de dictatuur.” De nieuwe definitie zou in zulke situaties meer zekerheid kunnen bieden, denken voorstanders. Eekhout twijfelt over de werkbaarheid van de nieuwe „bloemrijke en idealistische” tekst, maar is geen voorstander van uitstel. „Laten we de normale democratische procedure aanhouden.”

Het is in deze beladen tijd belangrijker dan ooit dat musea stelling nemen

Charles Esche, Van Abbemuseum

Ontslag

Een van de leden van de definitie-werkgroep nam in juni al ontslag. Volgens François Mairesse, professor aan de Université Sorbonne Nouvelle en voorzitter van het Internationaal Comité voor Museologie, was het voorstel „geen afspiegeling van de discussies”. Tegen The Art Newspaper zei hij: „Dit is geen definitie, maar een verklaring van modieuze waarden.” Het zou volgens hem voor de meeste Franse musea, zelfs voor het Louvre, onmogelijk zijn om aan deze definitie te voldoen, om zichzelf als ‘polyfone ruimtes’ te beschouwen. De voorzitter van de Franse tak van ICOM, Juliette Raoul-Duval, sprak van een „ideologisch” manifest, dat werd „gepubliceerd zonder ruggespraak van de nationale afdelingen”.

Voorzitter van de definitie-commissie Jette Sandahl beschouwt de nieuwe definitie juist als een poging om de realiteit bij te benen: musea zijn zich al heel bewust van hun maatschappelijke rol. „Als er in de definitie ambities staan die nog niet alle musea vervullen, dan kan de tekst dienen als inspiratie. Het is ook niet zo dat de definitie één type museum voorschrijft. Ieder museum kan met zijn eigen collectie en eigen onderzoek invulling geven aan de uitgesproken waarden.”

Nederlandse musea

Musea in Nederland zijn overwegend positief of zelfs enthousiast over de nieuwe definitie, blijkt uit een kleine rondgang. „De tekst is een beetje houterig, maar qua idealen sta ik er helemaal achter”, zegt directeur Benno Tempel van Gemeentemuseum Den Haag. Directeur Paul van Vlijmen is namens het Nationaal Militair Museum in Kyoto. Hij twijfelt over de nieuwe definitie: „Je moet er wel aan kunnen voldoen: ‘kritische dialoog over verleden en toekomst’, dat lijkt me nogal wat voor een klein thematisch museum over één schilder.” Directeur Stijn Schoonderwoerd van Museum van Wereldculturen (Tropenmuseum, Museum Volkenkunde en Afrikamuseum) en het Wereldmuseum: „Het ene museum zal er beter aan voldoen dan het andere, maar dat is niet erg: het belangrijkste is dat deze definitie richting geeft.”

Charles Esche, directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven: „De nieuwe tekst stelt vast dat musea stelling moeten nemen. Dat is belangrijker dan ooit in deze beladen tijd, met de bosbranden in de Amazone, hoogoplopende handelsoorlogen en felle identiteitsdebatten.”

Pascal Arts, hoofd tentoonstellingen bij onder andere maritiemmuseum van Kaap Skil op Texel, voelt zich gesterkt door de nieuwe definitie: „We werken nu aan een tentoonstelling over de Gouden Eeuw, die moet daarvan verschillende kanten belichten. Het helpt dan als je tegenover fondsen en andere partijen kan zeggen: die verschillende kanten vertellen, dat hoort bij ons als museum.”