Vier grote steden willen meer geld van Rijk voor basisonderwijs

Lerarentekort Wethouders pleiten woensdag bij minister Slob voor meer salaris voor leerkrachten en een grotestedenbonus. „Ik vind het een crisis.”

De Peetersschool in Amsterdam bij het begin van dit schooljaar.
De Peetersschool in Amsterdam bij het begin van dit schooljaar. Foto Koen Suyk/ANP

De onderwijswethouders van de vier grote steden willen dat het Rijk de salarissen in het primair onderwijs gelijk trekt met het voortgezet onderwijs. Ook stellen ze voor een grotestedenbonus in te voeren voor leerkrachten die ervoor kiezen in de stad te werken, omdat de tekorten daar het grootst zijn. Hier pleiten ze woensdag voor in gesprek met minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie).

„We waren er al op voorbereid dat de situatie na de zomer ernstig zou zijn, toch schrokken we”, zegt Marjolein Moorman (PvdA), wethouder in Amsterdam, waar het tekort 280 fte bedraagt – op een totaal van zo’n 5.500 fte. Daarvan is 220 fte ‘opgelost’ doordat onbevoegden voor de klas staan. „Dat raakt de kwaliteit en is ongelofelijk zorgelijk. De ongelijkheid groeit: je ziet dat op de scholen waar kinderen het meest gebaat zijn bij goed onderwijs, de tekorten het grootst zijn. Ik vind het een crisis.”

Lees ook Lerarentekort is ‘nationale ramp’

Tijd voor onorthodoxe maatregelen

Over Den Haag – in totaal zo’n 3.700 fte – zijn nog niet alle gegevens bekend, maar het tekort bedraagt in elk geval 197 fte, waarvan er 115 zijn ingevuld door onder meer onbevoegden, intern begeleiders en directie en 51 via detacheringsbureaus. „De stad groeit, we hebben nu al meer leraren nodig en er gaan er ook nog eens veel met pensioen”, zegt wethouder Saskia Bruines (D66). „De nood is heel hoog. Het is tijd voor onorthodoxe maatregelen.”

Behalve een grotestedenbonus en een hoger salaris noemen de wethouders een verhoging van het budget voor zij-instromers. Bruines denkt ook aan het verruimen van de wet op korte termijn: „Zodat we onbenoembare mensen toch kunnen inzetten, bijvoorbeeld in samenwerking met de kinderopvang. En moeten we niet over minder lesuren nadenken, die kwalitatief goed zijn?”

Naast de maatregelen van het Rijk hebben de grote steden zelf ook miljoenen euro’s uitgetrokken om het lerarentekort te bestrijden. Ze verstrekken parkeervergunningen en verlenen voorrang op woningen. Amsterdam heeft zelfs ambtenaren met een pabo-opleiding voor de klas gezet. Wiens verantwoordelijkheid is het tekort? Bruines: „Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor hun personeelsbeleid, het Rijk voor de salarissen en geldstroom. Maar voor ons als lokale bestuurders is goed onderwijs van belang. We moeten niet zwartepieten, maar met elkaar deze crisis managen.”

Lees ook Onderwijsblog: Slob heeft gelijk

Toename zzp’ers, vooral in de stad

Er wordt ook verdiend aan het tekort: uit cijfers van de Kamer van Koophandel, opgevraagd door dagblad Trouw, blijkt dat met name in de Randstad het aantal zzp’ers in het onderwijs sterk is toegenomen. Sinds 2015 steeg het aantal zelfstandigen in de provincie Utrecht van 26 naar 63, in Noord-Holland van 40 naar 93 en in Zuid-Holland van 54 naar 127. Landelijk is het aantal docenten dat als zzp’er werkt in vier jaar tijd meer dan verdubbeld, van 199 naar 448. Een leraar die als zzp’er werkt heeft meer vrijheid en kan meer loon vragen per uur.

De aantallen zijn slechts een indicatie van het totale aantal freelancers voor de klas, zegt de Kamer van Koophandel. Bij de inschrijving hanteren niet alle leraren dezelfde beschrijving en daarom zijn deze cijfers niet volledig.

Een deel van de zzp’ers werkt voor een detacheringsbureau. Die bureaus plaatsen scholen voor een dilemma: inhuur is duur, maar door het tekort is er vaak geen andere optie. Openbare basisscholen in Amsterdam besloten vorige week gezamenlijk met inhuur via detacheringsbureaus’s te stoppen.