Opinie

Sabotage in Iran. Wat bezielde de AIVD?

Het dwarsbomen van nucleaire activiteiten door Nederland in Iran vindt geen rechtvaardiging in de toen bekende feiten, schrijft .
Nucleaire installatie in het zuiden van Iran, in 2010.
Nucleaire installatie in het zuiden van Iran, in 2010. Foto: EPA

Terecht krijgt het boek Het is oorlog maar niemand die het ziet van Volkskrant-journalist Huib Modderkolk veel aandacht. Daarin wordt onthuld dat het de Nederlandse inlichtingendienst AIVD was die in 2007 een sabotagevirus een Iraans nucleair complex binnensmokkelde.

Maar bij alle publiciteit blijft de morele (en de juridische) component onderbelicht. Wat gaf Nederland (op verzoek van de Verenigde Staten en Israël) het recht om ‘toegang te genereren’ tot het betreffende nucleaire complex in Natanz?

Volgens het IAEA (Internationaal Atoomenergieagentschap), bij monde van de toenmalige voorzitter Mohammed ElBaradei, was er in de bewuste jaren géén doorslaggevend bewijs („smoking gun”) dat de Iraniërs daadwerkelijk aan een atoombom zouden werken. Hij erkende destijds wel dat er ‘verdachte omstandigheden en onbeantwoorde vragen zijn’, meer niet.

De AIVD moet dat ook geweten hebben, maar deed mee aan operatie ‘Olympische Spelen’. In interviews toont Modderkolk wel erg veel begrip voor de participatie van onze inlichtingen- en veiligheidsdienst. Nederland, zo legt hij uit, is immers lid van de Nuclear Suppliers Group (NSG), een internationaal gezelschap dat probeert nucleaire proliferatie te beteugelen, en dus moest ook Iran ervan weerhouden worden kennis en materialen te verkrijgen. En dan letterlijk: „Sabotage van plannen om mogelijke kernwapens te maken, hoort daarbij.” Hij voegt daar nog aan toe dat de AIVD ook in Nederland actief is: bijvoorbeeld als dubieuze materialen langs Schiphol of de Rotterdamse haven komen.

Weliswaar gebruikt Modderkolk het bijvoeglijke naamwoord ‘mogelijke’, maar zolang er – volgens het IAEA, de nucleaire waakhond – geen bewijs was voor het daadwerkelijk maken van kernwapens, ging sabotage en het starten van een cyberoorlog wel érg ver. De AIVD, en dus de Nederlandse regering, heeft zich duidelijk laten meeslepen in het narratief over dat ‘enge Iran’. En is ingrijpen in eigen land niet van een andere orde dan een ander land binnenvallen?

Lees ook de column die Maxim Februari schreef over het boek: Het is oorlog maar niemand die het ziet

Heeft Nederland zich voor het karretje laten spannen van de Amerikanen en (vooral) de Israëli’s? De laatsten hebben sinds begin jaren negentig herhaaldelijk beweerd dat ‘Teheran volgend jaar een bom zal hebben’. Jaar na jaar werd die uitspraak herhaald, hoe absurd hij ook geweest moge zijn. Navrant is ook het moment waarop het verzoek vanuit Washington en Tel Aviv binnenkwam. Sinds de zomer van 2003 probeerden de zogeheten E-3 (Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk) via onderhandelingen Iran ervan te overtuigen haar uraniumverrijkingsprogramma op te geven. Na twee jaar serieus te hebben onderhandeld, leek in augustus 2005 een akkoord nabij. De Iraniërs wezen het echter als zwaar onvoldoende van de hand: ‘bonbons voor parels’, zo liet Teheran weten.

Moest de Iraniërs een lesje worden geleerd?

Opmerkelijk dus dat juist in de jaren dat er een serieuze poging tot dialoog werd gedaan de AIVD het verzoek om hulp kreeg en de Nederlandse regering daartoe bereid bleek. Was de drang in Den Haag werkelijk zo groot om de Iraniërs een lesje te leren? En waarom dan wel? Omdat de nucleaire geheimen die de Pakistaan Abdul Qadir Khan in de jaren zeventig in Nederland had gestolen ook in Iran terecht waren gekomen?

Wellicht nog opmerkelijker is het gegeven dat eind 2007 de National Intelligence Estimate (NSE), die de consensus verwoordt van alle (zestien) Amerikaanse geheime diensten, met de even onverwachte als spectaculaire verklaring komt dat ‘de inlichtingendiensten niet weten of Iran aan een atoombom werkt’. Daarmee kwamen de diensten terug op de eerdere constatering uit 2005 dat Iran wél daarmee bezig geweest zou zijn.

Militair programma actief of afgesloten?

De NSE concludeerde in 2007 ‘met een hoge mate van vertrouwen’ dat het militaire programma reeds in 2003 gesloten was. Desondanks ging operatie ‘Olympische Spelen’ gewoon door (al lijkt de ‘heldenrol’ van de AIVD-agent uitgespeeld). Ook in 2009 en 2010 nog wordt het virus geüpdatet en vervolgens losgelaten op vijf Iraanse bedrijven die industriële systemen leveren aan nucleaire faciliteiten, zo laat Modderkolk weten.

De Iraniërs zullen zich intussen wel afvragen met welk Nederland ze feitelijk te maken hebben? Een land dat zich laat gebruiken door bevriende mogendheden die zo hun eigen agenda hebben en verantwoordelijk mogen worden gehouden voor het ontketenen van een digitale wapenwedloop. Of een land dat zich op dit moment in EU-verband sterk maakt om het nucleaire akkoord met Iran overeind te houden?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.