Foto Judith Neyens

Vanuit het huis van haar dromen toont Ilse DeLange haar leven in Nashville

Reportage Iets ‘exotisch’, had ze, die Nederlandse met haar toonvaste countrysnik. Ilse DeLange was 20 jaar toen ze haar in Nashville een countryster wilden maken. Dat liep mis, maar de zangeres uit Almelo raakte verslingerd aan de Amerikaanse countrystad. ,,Muziek zit hier gewoon in het water”, zegt ze. Vanuit het huis van haar dromen, met schommelbank en veranda, toont Ilse DeLange (42) haar leven in Nashville.

Behendig draait ze de zilvergrijze sedan de weg op. De airco blaast maximaal. Het is met 35 graden zinderend heet in Nashville, Tennessee. „Stoffige bak is dit hè”, zegt Ilse DeLange (42), met een licht verontschuldigende glimlach. Haar blonde haar wappert in de wind. Een stralende blik, casual kleding voor een vrije dag. „De auto heeft weer veel te lang in de garage gestaan. Die moet hoognodig naar de carwash.” Bedachtzaam stopt ze bij elk stopbord. De auto moet in Amerika stilstaan. Met een vet accent: „Ma’m. You did not come to a complete stop. Hup, heb je zo een boete.”

Dan kan ze meer gas geven. Drie banen leiden van East Nashville richting downtown. We passeren het grote stadion, waar het voor een football-match wemelt van de Tennessee Titan-supporters. DeLange wijst naar de opdoemende, moderne hoogbouw van hartje Nashville. „Toen ik hier voor het eerst kwam, was dit er allemaal niet. Op een enkel hoog gebouw na, zoals de ‘Batman-building’, de wolkenkrabber met die Batman-oren zoals ze die hier noemen. De oorspronkelijke, wat aftandse laagbouw voelde dorps aan. Alleen Broadway, de straat met muziekcafés, leefde. En in de legendarische concertzalen als het Ryman Auditorium.”

In Nashville kan ik me meer ontspannen. Doe ik rustig mee met een spinning-klasje.

Ontspannen rijdt Ilse DeLange richting Music Row, een conglomeraat van muziekbedrijven in het zuidwesten van Nashville. Van platenlabel, uitgeverij tot juridisch kantoor; wie doorbreekt krijgt onherroepelijk met de muziekbusiness in deze straten te maken. Dat leerde de zangeres al vroeg. „Daar”, wijst ze als we bij het pand van haar eerste platenmaatschappij Warner Music Nashville staan. „Zie je dat grijze blok daar op die hoek? Dat was een hotel. Daar kregen mijn ouders en ik een kamer toen we in Nashville kwamen voor de kennismaking met Warner. Het was een beetje afgeleefd, maar jongen, wat waren wij onder de indruk. Het had een zwembad in de vorm van een gitaar! Dat was wat voor ons nuchtere Twentenaren. Ik kom uit een gewoon arbeidersgezin. We waren niet veel gewend hè. Dit was een hele belevenis.”

Foto Paul Bellaart

The story

Hoe zat het ook al weer, toen in 1998? Een sensationeel muzieksprookje was het. Een jonge zangeres uit Almelo, die vroeger verkleed als Dolly Parton countryliedjes zong op talentenjachten en schoenen verkocht als bijbaantje, mocht ineens als eerste Europese artieste een countryalbum maken in Amerika. Ilse Annoeska de Lange (nog gewoon op zijn Nederlands geschreven), derde kind uit een gelovig gezin, was 19 toen ze voor het eerst naar Nashville ging, om er een jaar later een platencontract te tekenen.

Alom verrukt toonden hoge muziekbazen zich over haar, zag NRC in 1998. Ze had iets ‘exotisch’, die Nederlandse met haar toonvaste countrysnik. Dat accent, een soort Twents-Engels. Een beetje ongrijpbaar, maar goed, ook te promoten als iets uit de Midwest misschien. Charmant was ze, met haar blonde krullen en vrolijke, bescheiden uitstraling. En juist géén kerel met een cowboyhoed; zangeressen als Shania Twain en Faith Hill deden het goed. Een Nederlandse countrymeid, aan dat verhaal viel te bouwen, zagen ze bij haar label.

„Bruggenbouwster tussen Nashville en Nederland. Zo zagen ze me”, haalt DeLange terug. „The story. Daar waren ze dól op.” Het is alweer een tijd geleden, maar bepaalde momenten over hoe de buzz rond het Europese countrymirakel groeide, heeft ze nog scherp op haar netvlies. Hoe ze op voordracht van ontdekker Bob Saporiti, hoofd Warner Music Nashville, die haar eens hoorde zingen in Veenendaal, kennis moest maken met de allerhoogste Warner-president. „Voor Jim Ed Norman in me ging investeren wilde hij weten wat voor vlees hij in de kuip had. Gingen we een dag in de studio demo’s opnemen om te zien wat ik kon.”

Ilse (10) als Dolly Parton bij een talentenjacht.
Foto: Eigen collectie
In Paradiso tijdens een optreden in 2013.
Foto: Andreas Terlaak
Ilse (10) als Dolly Parton bij een talentenjacht en in Paradiso tijdens een optreden in 2013.
Foto’s Eigen collectie, Andreas Terlaak

Of hoe ze mee mocht naar de Country Music Awards, de grootste muziekceremonie van Nashville in de Grand Ole Opry. Liep ze daar in een lange witte jurk met wijde mouwen aan de arm van een van de directeuren van Warner Music.

Groteske momenten waren dat voor de schuchtere Twentse. Ze liet het allemaal over zich heen komen. „Groen als gras was ik. Ik dacht toen alleen maar: avontuur. Alles was nieuw en ik had nog niet vaak een studio van binnen gezien. Het was ook bizar. Enerzijds hoorde ik in Hilversum ‘nee’, want voor country was geen markt. Anderzijds ging in Nashville de deur plots wijd open.”

Eh, hallo?

Maar het zou anders lopen.

De in Nashville opgenomen debuutplaat World of Hurt scoorde weliswaar boven verwachting – meervoudig platina in Nederland (platina stond voor 100.000 verkochte albums, red.). Maar in Amerika is het album nooit uitgekomen.

Ze heeft er nooit precies een vinger op weten te leggen, zegt ze op Porter Road in haar favoriete koffietentje Cafe Roze. „Eerst zeiden ze: ‘Weet je wat we doen, Ilse? In tegenstelling tot wat in je deal staat, brengen we je eerst in je eigen land uit. Dan maken we je vanuit daar een ster.’ Toen het thuis losging was dat goed nieuws, zou je zeggen…” Ze pauzeert even, nipt van haar koffie. „Er kwam na alle investeringen eindelijk geld binnen; ik deed veel shows. Maar na twee jaar ging ik maar eens vragen. Eh, hallo?”

Ilse Delange in Nashville, 1998.
Foto Vincent Mentzel
Ilse Delange in Nashville, 2019.
Foto Judith Neyens
Nashville, in 1998 en 2019.
Foto’s Vincent Mentzel en Judith Neyens

Toch kwam er toestemming voor een tweede studioalbum. Dat werd Livin’ on Love, met iets stevigere popliedjes, wederom in Nashville opgenomen met Amerikaanse studiomuzikanten. Daarna gaf het label helemaal niet meer thuis. Hun suggestie om van stijl – lees: producer – te veranderen had ze resoluut afgewezen. Trouw bleef ze aan Barry Beckett, haar eerste succesbezorger.

Was het misplaatste loyaliteit, vraagt ze zich achteraf af. Ze had toch wat kunnen proberen? Maar ze was jong en begreep het niet. Ze hadden haar toch getekend om wie ze was en hoe ze klonk? Waarom wilden ze haar dan veramerikaniseren? Laten klinken als wat er al was? Gladder, meer sexy, anders? Mooi niet. „Ik denk dat ze dat niet echt meewerkend vonden”, stelt ze droogjes vast. „Het werd wel een ding. Ik was te eigenwijs.” De zangeres werd overgeheveld naar de Nederlandse tak van Warner Music. „Ik was een steen in hun maag geworden”, zei ze in 2000 in NRC. Alle gemaakte kosten moesten worden terugbetaald.

Songwriting

Ze likte haar wonden en koos een ander doel. Haar transformatie van uitvoerend artiest, die liedjes van anderen zingt, tot songwriter. „Voor mijn eerste albums shopten mijn producer Barry en ik bij liedjesschrijvers. Ik had er weinig benul van hoezeer songwriting een ambacht is.” Om zich te bekwamen vestigde ze zich negen maanden in Nashville met haar vriend, drummer Bart Vergoossen. „Als kuiken in een megaprofessionele wereld ben ik toen gaan schrijven met iedereen die maar wilde. Confronterend, want het lukte vaak niet. Maar ik moest er voor mezelf achter komen of ik ook een liedje kon schrijven.”

Haar derde album (Clean Up, 2003) werd geen uitblinker, vindt ze. „Over wat er allemaal was gebeurd kwam ik in mijn teksten nogal bozig over.” Maar ze groeide in het componeren. Steeds sneller kreeg ze de kern te pakken van wat ze wilde zeggen.

Home

Ze kon ervan dromen, een vrijstaand huis in een rustige, groene straat met een schommelbank op de veranda. Evengoed was het kopen van een eigen huis in Nashville in 2014 „een vrij impulsieve actie”, zegt ze schaterend. Na een aantal bezichtigingen was het bij dit huis raak. „Het stel dat er woonde wilde er graag vanaf, zonder de heisa van een open dag. Bart en ik voelden het meteen toen we binnenstapten: wat een ruimte. Veel slaapkamers, plek voor alle instrumenten. We doen het, zeiden we direct.”

In platenzaak Grimey’s New & Preloved Music. Foto Judith Neyens

In haar lichte, modern ingerichte huiskamer staan de vele, veelal vintage gitaren die ze verzamelt binnen handbereik. Hoe zal ze haar gevoel voor deze stad eens omschrijven, vraagt ze zich vanmiddag af op de bank. In Nashville ligt het anker van haar carrière. Ze voelt zich thuis, wordt er geïnspireerd. „Hier creëer ik constant. Muziek zit hier gewoon in het water. Elke Uber-driver of barman was of is eigenlijk ook muzikant. Elke dag is er door de hele stad livemuziek. Iedereen schrijft muziek, het niveau is hoog en je snapt elkaar.”

In het heuvelachtige East Nashville, ooit een ongure, ruige wijk, nu een hippe enclave met pastelkleurige houten huizen in Victoriaanse stijl, koffietentjes en restaurants, zit ze dichtbij alles. De stad zit in de lift, merkt ze. Los van het legio vrijgezellenfeestjes op Broadway, de levendige straat met alle honkytonks met livemuziek, komen er jonge, ambitieuze mensen wonen. Muzikanten vestigen zich, en lang niet alleen uit de hoek van country, americana of folk, maar zeker ook indierockers. Het muziekverleden van country-artiesten als Johnny Cash wordt geëerd, maar het imago van de stad krijgt mede glans door hippe hangouts.

Nashville, de serie

In de twintig jaar dat DeLange er komt, zag ze de verschuiving. Hoe de country-industrie, na artiesten als Garth Brooks en Shania Twain, een tijd geen grote sterren meer voortbracht. Dat zangeressen als Taylor Swift, die als tiener kwam wonen in Nashville en op haar vijftiende een platendeal tekende, en later ook Kacey Musgraves, Carrie Underwood en nu Maren Morris de muziekgemeenschap commercieel nieuw leven in bliezen.

Ilse DeLange: „Hier creëer ik constant”. Foto Judith Neyens

Maar vlak zeker het effect van de populaire tv-serie Nashville niet uit, ook in Nederland een tijd op Fox en Netflix te zien. Het leven van country-artiesten werd er tastbaarder door. Concerten van hoofdrolspelers als Lennon Stella (Maddy) en Charles Esten (Deacon) zijn nu trekkers. Net als setlocaties, zoals The Bluebird Cafe, de honkytonk Tootsies Orchid Lounge of concertzalen als de Grand Ole Opry.

Dat DeLange vorig jaar een rol als talentencoach in het laatste seizoen van de serie bemachtigde was indrukwekkend. Ze had een beetje mazzel, relativeert ze direct. De vrouw van haar producer T Bone Burnett bleek bedenkster van de tv-show. „Maar de auditie die ik mocht doen in LA deed ik zelf. Puur op adrenaline.” Uiteindelijk zat ze zes afleveringen in Nashville, en klonk ook haar muziek „Een geweldige exposure waar ik hopelijk nog wat vruchten van pluk.”

Ambitie

In Nashville is het leven anoniemer. Prettig, vindt ze. Niet dat haar bekendheid haar in de weg zit, maar ze is zich er overal bewust van. „Het is mijn tweede natuur geworden om altijd áán te staan. Hier kan ik meer ontspannen. Doe ik rustig mee met een spinning-klasje.” Het tijdverschil (zeven uur) brengt bovendien „meer rust in mijn donder”. Begrijpelijk, want als iets duidelijk blijkt, is hoeveel touwtjes ze nu zelf in handen houdt. Haar label Spark Records, haar countryfestival Tuckerville, haar twee bands, haar Songfestival winnende protegé Duncan Laurence en ander jong talent als Joe Buck dat ze coacht. En dan is er nog haar jurydeelname aan tv-programma The Voice. Vol ambitie grijpt ze alles aan. Ze weet wat ze waard is en op welke trein ze ook springt, ze wil die „zover mogelijk brengen”. Belangrijk ook: DeLange doet alles zelf. Ze wil van niemand meer afhankelijk zijn. „Mijn grootste succes komt voort uit afwijzing.”

Een meer ingetogen kant toont de zangeres nu in haar nieuwe muziek. Onder regie van muzikant en veelvuldig Grammy winnend producer T Bone Burnett nam ze vorig jaar Gravel & Dust op in de studio House of Blues, een soort hippiecommune in Nashville met beschilderde houten muziekgebouwen. Het is een persoonlijk rootsalbum, waarmee ze zich weer als solo-artieste presenteert. De afgelopen jaren stonden in het teken van succes met The Common Linnets. De gelegenheidsband was na het Eurovisie Songfestival in 2014 opgezet.

Foto Paul Bellaart
Foto Paul Bellaart
Foto’s Paul Bellaart

Pingelen

Eenvoud is altijd haar kracht geweest. De met Burnett uitgeklede kwetsbare sound heeft een verrassende authenticiteit. Ilse DeLange klinkt heel dichtbij. Ze zingt over een sobere gitaarinstrumentatie waarin de pedalsteel klaaglijk leidt. „T Bone ontdeed mijn liedjes van alle opsmuk. Hij wilde ze terugbrengen naar hun oorsprong. Dat zat ’m soms in tempo’s langzamer, toonhoogten lager, minder akkoorden. Alles om dichter bij een kern te komen met zo weinig mogelijk elementen die konden afleiden van de stem, de boodschapper. Alles in dienst van de song.”

Tijdens een sessie in muziekinstrumentenwinkel Carter Vintage Guitars. Foto Judith Neyens

Veel van die liedjes, zoals titelnummer ‘Gravel & Dust’, schreef ze toch weer samen. Co-writing ís nu eenmaal de standaard in Nashville. En als het stroomt, stroomt het. Graag host ze schrijfsessies bij haar thuis. Dan komen muzikanten ‘pingpongen’, zoals ze het noemt. Common Linnets Matthew Crosby en Jake Etheridge bellen vanmiddag aan. En ook gevierd muzikant Rob Crosby, de vader van Matthew. Hem kent DeLange al van optredens in het radioprogramma KRO’s Countrytime. Ze ging er als kind vaak met haar ouders naartoe.

De gitaren rusten op de schoot om wat te pingelen. De zangeres zet popcorn op tafel en schenkt witte wijn. „Nou,” begint ze dan, „ik dacht dus aan zoiets afgelopen week.” Ze laat een in de auto ingezongen schetsje horen van wat een break-up-song lijkt te worden. Ze zingt het meteen weer mee, begeleidt zichzelf. De anderen volgen haar handen voor de gitaarakkoorden. „Nu ja, zoiets dus.”

In een fascinerend proces wordt de weemoedige song in twee uur bijeen gepuzzeld. Steeds weer wint het beste idee voor een zin, een noot, een klank.

Bonus

„Als songwriter kijk je bovengemiddeld naar binnen, naar je emoties. Maar dat gevoel op die manier vangen, gaat lang niet met iedereen zo”, zegt ze later die avond. Soms schuif je aan bij schrijvers „die helemaal niet openstaan voor wat je zegt. Dan schakel je uit en is het uitzitten.” Ondertussen stuurt ze langs wegwerkzaamheden op de 155, een soort ringweg om Nashville. Ze heeft zich speciaal omgekleed en draagt een fraaie countryblouse op een wijde spijkerbroek met witte laarsjes.

Foto Judith Neyens

Op weg zijn we nu naar The Bluebird Cafe, een kleine muziekbar waar het werk van songschrijvers voor het voetlicht wordt gebracht – „The heroes behind the hits.” The Bluebird, blauwe luifel en rood tl-licht langs de ramen, is legendarisch. Al zou je dat zo op de parkeerplaats van een doorsnee winkelstrip niet zeggen. Maar Taylor Swift is hier ontdekt.

Een typische Bluebird-writersnight bijwonen – drie of vier liedjesschrijvers in een cirkel midden in het café – is een must in Nashville. Al is het maar om te voelen hoe klein de kans is dat liedjes uit dagelijkse schrijfsessies het halen, ‘make the cut’. Oftewel door artiesten worden geselecteerd voor een album, laat staan een single. Maar wie een hit schrijft, vindt de pot met goud. „They say Nashville is a ten year town”, lacht Kelly Archer tegen het publiek. Met haar song ‘Somebody Else Will’ scoorde Justin Moore een nummer-1-hit.

Het is laat als Ilse DeLange op uitnodiging van songwriter Marc Beeson ook een van de gitaren overneemt in de kring. Ze is jetlagged, heeft het koud door de airco, maar herpakt zich professioneel. „Dit liedje gaat over een te vroeg verlies. Het missen groeit, maar het enige mooie eraan is dat de liefde ook groeit. Deze gaat over mijn vader.” Zacht start ze het eerste couplet van ‘Love Goes On’. ,,Please don’t think that I’ve forgotten, Who you were and are to me.” Het liedje – klein in klank, groot in gevoel – ontroert.

Een Amerikaanse release blijft een onwrikbaar verlangen. Nu ook weer zoekt ze met haar team actief naar Amerikaanse partners. „Dit rootsalbum met grote naam Burnett zou interesse moeten wekken, zou je denken.” Veel gaat ook afhangen van haar optreden volgende week op het grote Americana-showcasefestival in Nashville. Dat haar naam op de eerste rij van de omvangrijke affiche prijkt is een onverwachte bonus. „Huh, wie heeft dat nu ineens bedacht? In deze scene ben ik toch nog niemand?”

Maar eerst terug naar Nederland. Zaterdag is voor de vierde keer haar eigen countryfestival Tuckerville in Enschede. Ze is de festivalopener. „Ook wel eens leuk, ben ik de rest van de dag niet zo gespannen.” Protegés Duncan Laurence en Joe Buck nemen het dan over. Bij hun concerten is DeLange de mentor in de coulissen die ze zelf altijd miste.