De beste acteur wint een andere prijs dan de beste actrice, waarom eigenlijk?

Toneelprijs M/V Op zondag 15 september worden de Louis d’Or en de Theo d’Or uitgereikt. Is bij acteursprijzen de opdeling in mannen- en vrouwencategorieën achterhaald?

Ramsey Nasr (rechts) is genomineerd voor een Louis d’Or voor zijn rol in het toneelstuk 'Een klein leven'.
Ramsey Nasr (rechts) is genomineerd voor een Louis d’Or voor zijn rol in het toneelstuk 'Een klein leven'. Foto Jan Versweyveld

Sinds de instelling van de Bouwmeesterprijzen in 1955 zijn de jaarlijkse onderscheidingen voor de indrukwekkendste theaterrollen opgedeeld in mannelijke en vrouwelijke categorieën. In het begin hadden de prijzen dezelfde naam (zoals de Oscars), maar later werden ze opgedeeld in de vier soorten die we nu kennen: de Louis d’Or en Arlecchino voor hoofd- en bijrollen van mannen en de Theo d’Or en Colombina voor vrouwen.

Lees ook Intiem drama en sensationele dans bij selectie belangrijkste prijzen voor jeugdtheater

Lang werd die opdeling van podiumprijzen niet of nauwelijks bevraagd. In vergelijkbare prijzenceremonies rommelt het de laatste jaren echter: de Grammy’s van de Amerikaanse muziekindustrie schaften het onderscheid in 2011 af, en in 2017 werd de discussie in het kader van de Emmy’s voor televisieprogramma’s aangezwengeld door de non-binaire acteur Asia Kate Dillon, die zich in een open brief afvroeg of die zich voor beste acteur of beste actrice moest inschrijven. In hetzelfde jaar maakten ook de MTV Movie & TV Awards niet langer onderscheid tussen mannen- en vrouwenprijzen – Emma Watson was in 2017 de winnaar van de eerste genderneutrale MTV Award For Best Movie Performance.

Lees meer over de nominaties: De beste acteurs en actrices van dit toneeljaar

Speelt die discussie ook bij de Nederlandse toneelprijzen? Enkele jaren geleden kwam de kwestie van gender even ter sprake rond de uitreiking van de Theo d’Or aan Abke Haring, die de prijs kreeg voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs. Hamlet van Toneelhuis/Guy Cassiers. De verwarring zat in het feit dat de Theo d’Or in de officiële bewoordingen de prijs voor „de meest indrukwekkende dragende vrouwenrol” is. Is de rol van Hamlet geen mannenrol, en had Haring daarom niet juist de Louis d’Or moeten krijgen? Volgens toenmalig juryvoorzitter Boris van der Ham leidde dat binnenskamers toen niet tot discussie. „Of een acteur een prijs voor vrouwelijke of mannelijke hoofdrol krijgt, was wat ons betreft afhankelijk van met welk gender de acteur zich identificeert. Uitgangspunt is de acteur, niet de rol.”

Emancipatie

Sowieso vindt Van der Ham de discussie „bevreemdend”. „Hamlet werd in 1899 al eens door een actrice gespeeld. Juist in het theater komen genderwisselingen al eeuwen voor. Daarnaast was het in het verleden zeker zo dat een aparte vrouwenprijs hielp als compensatie van het lagere aantal rollen dat er voor vrouwen werd geschreven. Gelukkig verandert dat, maar dan nog vind ik de Theo d’Or waardevol. Grote actrices als Ellen Vogel, Sacha Bulthuis en Mary Dresselhuys waren destijds al grote voorbeelden van vrouwenemancipatie. Hun Theo d’Or wordt zeker niet als minder gezien dan de Louis d’Or, integendeel – en ook tegenwoordig is er dikwijls meer aandacht voor de winnaressen dan voor de mannen.”

Huidig juryvoorzitter Hadassah de Boer vindt de discussie echter wel de moeite waard. „We zouden echt een rare jury zijn als we niet over deze kwestie in gesprek waren gegaan”, zegt ze op persoonlijke titel. „Dat we steeds minder binair over gender denken, stond dit jaar in enkele voorstellingen centraal, daar konden we niet omheen. Natuurlijk zijn de vrouwencategorieën er niet voor niets, omdat vrouwen in het verleden vaak niet dezelfde kansen of aanzien kregen als hun mannelijke tegenhangers. Maar bij heel veel prijzen blijft er toch een soort hiërarchie tussen onderscheidingen voor mannen en vrouwen, om nog maar te zwijgen van het feit dat de opdeling geen plek aan genderfluïditeit biedt.”

Binair

De Boer: „We hebben overwogen om dit bij de VSCD [de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, organisator van de prijzen, red.] aan te kaarten, maar ik denk dat zoiets vanuit het theaterveld moet komen. Ik ben eigenlijk vooral benieuwd hoe jonge én oude acteurs en actrices hier tegenaan kijken.”

Gabbi Mesters, directeur van de VSCD, is dit met De Boer eens. „Ik deel haar mening dat het belangrijk is om een bredere visie vanuit acteurs zelf te horen over dit vraagstuk – dus bij dezen de uitnodiging om daarover met de VSCD van gedachten te wisselen. Dit najaar willen we de prijzen en werkwijze van de jury gaan evalueren met onze partner het Nederlands Theater Festival. Daar zal overigens ook op de agenda staan hoe we voor een afgewogen representatie binnen de jury zorgen.”

Romana Vrede, die de Theo d’Or twee jaar geleden in ontvangst nam, denkt dat het in de tijdgeest past om de categorieën opnieuw te overdenken. „Het is een overlevering van een binaire manier van denken over gender – je kan net zo goed andere categorieën verzinnen. Ik denk dat het is ontstaan vanuit de discrepantie tussen het aantal goede mannen- en vrouwenrollen, maar in het hedendaagse theater zie ik steeds vaker dat vrouwen ook traditionele mannenrollen spelen – kijk naar Haring, maar ook naar Frieda Pittoors als Koningin Lear, of de genderqueer bewerking van Het Temmen van de feeks van Ira Kip het afgelopen jaar. Sowieso staan in het theater dat ik zie de traditionele rollenpatronen niet altijd meer centraal, en daar ben ik zeer blij mee.”