Kunstenares Kamala Ibrahim Ishag, Khartoum, Soedan. Foto: Mohamed Nureldin Abdallah

Mohamed Nureldin Abdallah

Prins Claus Prijs winnares Kamala Ishag: ‘Neem nooit een dag pauze’

Prins Claus Prijs Kamala Ibrahim Ishag (80) uit Soedan is een van de belangrijkste vrouwelijke hedendaagse kunstenaars uit Afrika. De hoofdlaureaat van de Prins Claus Prijs vertelt over haar kunst vol dromerige figuren en de revolutie in Soedan.

Ishag heeft honderden meters aan schilderkunst gemaakt, doek na doek, met daarop verhalen over alles wat dood is en leeft. Veel vervormde gezichten, planten en bomen. Al meer dan vijftig jaar doet ze dit iedere dag, kijk maar naar de verfvlekken op haar vingers, lacht ze. Ze begint om half vijf in de ochtend en zit er soms nog als het buiten donker is en haar dienstmeisje haar voor de zoveelste keer aantikt om haar eraan te herinneren dat ze tachtig jaar oud is en toch echt een keer naar bed moet.

De hoofdlaureaat van de Prins Claus Prijs loopt door haar villa in Khartoum, de hoofdstad van Soedan. De moskee-zang klinkt nooit ver. In haar deftige schoudertas zit alleen haar mobiel. „Zo raak ik ’m nooit kwijt”, zegt ze. Als een millennial zit ze gekluisterd aan haar telefoonscherm. Dit is het jaar van de revolutie in Soedan, waarin oud-president Bashir na dertig jaar is afgezet: ze mag niks missen. Haar getekende wenkbrauwen lopen parallel aan de drie lange groeven in haar voorhoofd. Haar ogen zijn klein, zitten diep. Als ze niet op haar telefoon kijkt, schildert ze, boven in haar werkkamer.

Honderden schilderijen heeft ze er gemaakt en toch zijn de muren in haar huis kaal. „Hier mijn werk ophangen?” – alsof het een rare vraag is – „Nee joh!” Thuis moet je kunnen ontspannen. „Een schilderij zou de sfeer te zwaar maken.” Daarom heeft ze in haar tuin een expositieruimte gebouwd, loop maar mee, zegt ze. Tegen de witte muur leunen gigantische schilderijen waar ze zelf zes keer inpast.

Ishag studeerde af aan de kunstacademie van Khartoum, ze was een van de eerste vrouwen. Later werd ze hier docent. Haar vader, geboren in 1908, was erg progressief, zegt ze. „Ik moest studeren wat ik zelf leuk vond.” Ze is nog altijd mentor voor vele generaties jonge kunstenaars en wordt gehuldigd vanwege haar „originele, levendige en indringende kunstwerken”, schrijft de jury van het Prins Claus Fonds, „die de toeschouwer inspireren om onder de objectieve fysieke verschijningsvormen van ons bestaan de diepere lagen te zien.”

Lees ook dit interview met winnaar Bill Kouélany: Als je regering de kunst haat, bouw dan een vrijhaven

Als een millennial zit Ishag gekluisterd aan haar telefoonscherm om niets te missen van de revolutie in Soedan

De dromerige figuren komen dichtbij wanneer hun indringende ogen je ineens aankijken. Haar fascinatie voor vervormde gezichten begon in 1964, in de Londense metro. Ze volgde in de Britse hoofdstad een master aan de Royal College of Fine Art. „Je gaat door een tunnel, heel snel, en ziet aan de overkant, in de weerspiegeling, de gezichten van jezelf en de mensen naast je. Ik vond dat zó fascinerend”, zegt ze. Soms stapte ze een paar haltes te laat uit, nam ze weer een metro terug, zodat ze er langer naar kon kijken. Diezelfde figuren maakt ze 45 jaar later nog steeds.

Wat fascineert u aan vervormde gezichten?

„Het is afwijkend. Waarom zou je iets maken wat een camera veel exacter kan? In een seconde! Als ik schilder wil ik iets nieuws zien: een hoofd waar planten uit groeien, of een gezicht met een oog, of drie…”

Wat bepaalt hoeveel ogen u schildert?

„Het is grappig, collega’s stellen mij deze vraag constant, maar voordat ik begin heb ik geen idee wat ik ga doen. Ik schets nooit iets, ik ga zitten en schilder. Alles komt regelrecht uit mijn ziel. Dan vragen, ze: ‘Het komt dus uit uw hart’. Nee, mijn hart is niet mijn ziel. Als je leeft heb je een ziel, je voelt het maar je kan ’m niet uitleggen. Ook niet als je tachtig bent, of honderd.”

Iedere ochtend staat Ishag op, om half drie. Ze knielt en bukt voor het gebed, leest wat uit de Koran, drinkt een kop thee, „minder zoet dan vroeger, maar nog steeds zoet”. Dan zegt ze tegen bepaalde planten in haar tuin – het lijkt alsof ze haar huis hebben omsingeld – dat ze beter moeten groeien. Tegen half vijf loopt ze de trap op naar haar werkkamer, schuift ze een plastic stoel voor een canvas en buigt naar voren. „Ik begin bijvoorbeeld ineens mijn geboorteplaats te tekenen. De herinneringen komen terug: ik zie de straten, de huizen binnen de compound, de bomen, de rivier met daarboven de lucht. Ik zie mijn grootouders en oudtantes en de kinderen die om hen heen zwieren, de buren…”

Is dat proces te vergelijken met een droom? Die speelt ook af, zonder dat je daar invloed op hebt.

„Ja, het komt op mij af als een soort droom.”

In dromen verwerk je ook momenten van bewustzijn.

„Dat gebeurt hier ook. In juni werd ik op een nacht wakker en hoorde schoten, gewoon hier om de hoek. Het was doodeng. Het klonk zó dichtbij, alsof het in mijn huis gebeurde. Ik kon natuurlijk niet slapen. Wat was hier aan de hand? Later in de ochtend bleek dat er een bloedbad had plaatsgevonden. Militairen hadden de burgerprotesten opgebroken. Meer dan honderd doden. Het was afschuwelijk, écht afschuwelijk. Hun lichamen werden in de Nijl gegooid. Toen ik begon te schilderen kwamen er blauwe cirkels op het doek, die cirkels staan voor de doden. Maar ik houd mij nooit ergens aan, andere kleuren zullen het schilderij binnendringen. Of planten.”

Komt er wel eens niks?

„Niks? Nee, zo leeg ben ik niet. Je zit voor een canvas en je hebt verf, dan schilder je toch? Ik kan dit 24 uur lang doen, zonder moe te worden. Maar ik weet dat ik moet uitrusten. Soms ga ik in de middag even liggen en daarna weer door.”

Ishags werk is verspreid over de wereld. Anderhalf jaar lang werkte ze aan de ingang van het Nationale Museum van Soedan. Haar werk is in handen van verzamelaars in de Verenigde Staten en de Verenigde Arabische Emiraten en tentoongesteld in Egypte en Oman. De prijzen van een schilderij lopen op tot 100.000 dollar. Een deel van haar kunst is tijdens overstromingen in Soedan verwoest. „Je maakt gewoon weer een nieuwe.”

Haar constante zoektocht naar het veranderlijke vormt de basis van haar werk. Met een aantal studenten ondertekende ze in 1976 de Crystalist Manifesto. Ze omschrijven de visuele wereld als oneindig en onbegrensd, zoals de veelhoekigheid en schitteringen van een kristallen kubus. Ze wilden zich niet conformeren aan de Khartoum School, die geloofde in een denkbeeldige Soedanese identiteit. „Het was niet dat ik die school afkeurde”, zegt ze. „Het gaat niet om het idee waar ik in geloof, maar om die continuïteit van ideeën. Je kunt niet hetzelfde blijven doen als jouw grootouders. Je moet met iets nieuws komen.”

Kunstenares Kamala Ibrahim Ishag, Khartoum, Soedan.

Mohamed Nureldin Abdallah

2019 is voor Soedan een belangrijk jaar als we het hebben over verandering. De president werd afgezet, de burgers kwamen in verzet.

„Ik heb zelf geen kinderen maar mijn neefjes en nichtjes zijn allemaal in het tijdperk van Bashir geboren, zij waren bij alle protesten. Ik voel de verschillen tussen onze generaties. Zodra ik iets zeg lachen ze me uit. Alsof ik van een andere planeet kom.”

Vindt u dat vervelend?

„Nee, ik vind het leuk wanneer ze mij uitlachen. Toen mijn man in 2015 overleed heb ik vier maanden gerouwd, in huis, ik mocht in die periode geen mannen zien, dat is onderdeel van onze religieuze traditie. Een neefje dacht dat ik in de gevangenis zat, hij begreep er niks van. Ik vind hun andere blik leuk. Mijn nichtjes en neefjes wilden dat ik meeging naar de demonstraties. Ik ben oud, zei ik steeds, ik kan geen kilometers lopen, het is veertig graden! Ze bleven aandringen, tot ik op een dag meeging. Ik liep heel langzaam, daar werden ze al ongeduldig van. Ik voelde me steeds slechter worden, mijn lichaam was helemaal koud van al het zweten. Ik was aan het flauwvallen. Ze zijn de straat op gerend en hebben mij in een aangehouden auto naar huis gebracht. Thuis zei ik meteen: ‘Zie je nou dat ik te oud ben.’”

Lachen ze u ook uit als u vertelt dat u tegen uw planten praat?

„Ze zeggen dat ik gek ben. De oude generatie vindt dat normaal. Je moedigt planten aan om sneller te groeien. Het gaat niet om taal, het gaat om het gevoel tussen de twee, de aandacht voor de natuur. Weet je dat sommige planten doodgaan wanneer hun verzorger sterft? Mijn studenten zijn inmiddels allemaal planten-idolaat.”

Is dat het belangrijkste wat u uw studenten meegeeft: in contact blijven met de natuur?

„Nee, het belangrijkste wat ik zeg is: neem nooit een dag pauze, zodat jouw relatie met jouw kunst goed blijft. Dat mag een tekening zijn op een klein stukje papier dat was gewikkeld in boodschappen die je op de markt hebt gehaald. Het maakt niet uit wat het is. Een goede kunstenaar legt nooit z’n werk opzij.”

CS andere winnaars