Recensie

Recensie Muziek

Geen touw vast te knopen aan Daymé Arocena

Op basis van haar eerste album en haar kalme voorkomen zou je zangeres Daymé Arocena niet snel associëren met onrust. Toch is dat het woord dat het tweede album van de grote Cubaanse jazzbelofte het beste typeert. Ze talmt nog altijd niet naar het bekende recept van Cubaanse muziek, geen salsa of son, maar mengt haar klassieke opleiding met jazz en oude Afro-Cubaanse ritmes waar ze ook nog wat psychedelische pop bijvoegt in de vorm van overstuurde synthesizers. Verrassend is het nog steeds, maar op momenten is er geen touw aan vast te knopen.

Het album is verdeeld in een intro, een trilogie voor de Afro-Cubaanse santeriagoden, een vijfdelige suite van liefdesliedjes en twee hommages aan andere muzikanten. Dat is wat veel voor twaalf nummers die ook nog eens in stijlen elke twee minuten een andere kant op schieten. Arocena lijkt verdronken in haar eigen potentieel.