Foto David van Dam

In de muur van Doodencel 601 kerfden verzetsstrijders hun laatste woorden

Tweede Wereldoorlog Vrijdag opent het Oranjehotel als herinneringscentrum. Meer dan 25.000 Nederlanders zaten er in de oorlog vast.

Het meest indrukwekkende in het Oranjehotel zijn niet de Doodenboeken, met de namen van de 734 verzetsstrijders die tijdens of na hun gevangenschap in Scheveningen omkwamen. Vanuit hier gingen ze naar Amersfoort, Vught of een van de kampen in Duitsland of Polen.

Vrijdag opent het Oranjehotel, zoals de Scheveningse gevangenis werd genoemd omdat er zoveel verzetsstrijders zaten, als herinneringscentrum, 74 jaar na de bevrijding.

Ook het hekwerk, gevormd uit tientallen woorden in metaal, die de ‘vergrijpen’ weergeven waarvoor ruim 25.000 mensen in de oorlogsjaren in de Polizeigefängnis terechtkwamen, is niet het meest indrukwekkend. Grapjes over Hitler, staat er. En: verboden radiobezit. Hulp aan onderduikers. Maar ook: Bijbellezingen. Daarbij staat een regel uit het gedicht ‘Iemand stelt de vraag’ van Remco Campert: „Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden.”

Het meest indrukwekkend is zelfs niet Doodencel 601, de enige dodencel die bewaard is gebleven en waar terdoodveroordeelden op de muur de dagen hebben gekrast, het Onze Vader, een laatste boodschap aan een geliefde. Een brits staat tegen de ene muur, tegen de ander een klein bureautje met kruk, een ton dient als wc. Meer was er niet, de dood wachtte buiten de poort op de Waalsdorpervlakte. „Kop op!”, staat er op de muur geschreven.

Tot de opening als monument ging de dodencel eens per jaar open, in oktober bij de jaarlijkse herdenking. Bijna was dit deel van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden in 2009 gesloopt. Er was een overschot aan cellen en deze 500 waren naar de maatstaven van de jaren tien van de vorige eeuw al klein, toen het Scheveningse huis van bewaring werd gebouwd als noodvoorziening vanwege de toenemende kleine criminaliteit, vooral smokkel. Dankzij de Stichting Oranjehotel is de vleugel voor de sloop gespaard.

Nederland, Scheveningen, 15082019 - Gevangenis “Oranjehotel” gaat binnenkort open voor bezoek.
Foto: David van Dam
Nederland, Scheveningen, 15082019 - Gevangenis “Oranjehotel” gaat binnenkort open voor bezoek.
Foto: David van Dam
Doodencel 601 in het herinneringscentrum waar de getuigenissen van gevangen te horen zijn.
Foto’s David van Dam
Doodencel 601 in het herinneringscentrum .
Foto’s David van Dam

Het indrukwekkendst in het Oranjehotel is helemaal aan het begin te vinden. Als je als bezoeker in één van die krappe cellen zit – op een stoeltje in een ruimte van 1,90 bij 3,70 meter. Hier zaten de gevangenen soms met drie of meer tegelijk.

Ooggetuigen

De ruimte vult zich met de getuigenissen van hen die het overleefden, te zien en horen via een klein videoscherm. Helen Berman-Cohen, die acht jaar oud was toen ze met haar moeder hier terechtkwam. Maryke Margry-Roes, die als twintiger onderduikers hulp bood, en vertelt hoe je „gek werd van het nietsdoen”. Jos Hartman, een tiener toen hij werd opgepakt, vertelt dat hij wist wanneer het zaterdag was omdat hij dan de geluiden van het nabijgelegen hockeyveld hoorde. En hoe „heerlijk” het geluid van Engelse vliegtuigen was. Berman die het klopsysteem nog kent: A was één klop, B twee kloppen. Zo kon je met elkaar praten. „Je knokkels gingen ervan kapot.”

Gerrit Koele breekt als hij 75 jaar na dato vertelt hoe de gevangenen wisten dat er iemand zou worden gefusilleerd. „Om vijf uur, half zes gingen ze naar de Waalsdorpervlakte. In de D-gang [waar de dodencellen waren] begonnen ze dan het Wilhelmus te zingen. Het ging de hele gevangenis door. De bezetters konden niets doen om het te stoppen.” Een traan biggelt over zijn wang. En dan valt er eigenlijk niets meer te zeggen.

Met hun verhalen in het hoofd loop je als bezoeker door. Ook langs de na-oorlogse geschiedenis, toen de voormalige bezetters, en collaborateurs hier gevangen zaten, onder wie NSB-leider Anton Mussert, net als de oud-bewakers. Hun portretten, getekend door gevangene Henri Pieck (tweelingbroer van Anton), liggen in een van de vitrines.

Nederland, Scheveningen, 15082019 - Gevangenis “Oranjehotel” gaat binnenkort open voor bezoek.
Foto: David van Dam
Nederland, Scheveningen, 15082019 - Gevangenis “Oranjehotel” gaat binnenkort open voor bezoek.
Foto: David van Dam
Foto’s David van Dam

Langs afscheidsbrieven kom je, één ervan geschonken door iemand die twee was toen haar vader werd gefusilleerd. „Sinds mensen weten dat we opengaan als herinneringscentrum komen dingen los”, zegt directeur Anke van der Laan.

De vier originele houten kruizen van de Waalsdorpervlakte, die in 1946 bij de eerste 4 mei-herdenking werden neergezet, hangen in een gang. Het Fries Verzetsmuseum, waar ze sinds de jaren tachtig in het depot lagen, heeft ze geschonken aan het Oranjehotel.

Langs het Poortje loop je, waardoor de terdoodveroordeelden naar de Waalsdorpervlakte gingen. Een replica – Oorlogsmuseum Overloon heeft het origineel. Aan de straatkant hangt een plaquette met de woorden van schrijver Anthonie Donker, die ook in het Oranjehotel zat: „Gedenk hun laatste gang door deze lage poort. Hun leven voor vrijheid en voor recht gegeven. Zet hun strijd voort.”

Nationaal Monument Oranjehotel wordt op vrijdag 6 september geopend door koning Willem-Alexander. Vanaf zaterdag is het herinneringscentrum open voor publiek.