Eva interviewt Matthijs. Met zulke tv heb je geen wereld meer nodig

Zap Programma’s die in andere programma’s besproken worden. Dat gebeurt vaker. Maar Eva Jinek maakt het in haar talkshow wel heel bont.

Matthijs van Nieuwkerk oog in oog met zichzelf in Sterren op het doek.
Matthijs van Nieuwkerk oog in oog met zichzelf in Sterren op het doek. Beeld Omroep Max

‘Nog niet”, zei Matthijs van Nieuwkerk nauwelijks hoorbaar toen Eva Jinek vorige week in haar talkshow opmerkte dat er over háár salaris geen discussie was. Het gebeurde in een item dat hoge ogen zou gooien bij de (nog niet opgerichte) Spiegelpaleis Award voor het meest tv-gestuurde tv-fragment van het jaar.

Ga maar na: een televisieprogramma (Jinek) waarin een presentator (Özcan Akyol) komt praten over een programma (Sterren op het doek) waarin een andere presentator (Matthijs van Nieuwkerk) van weer een ander tv-programma (De Wereld Draait Door) te gast is. Daar had hij niet alleen een portret van zichzelf uitgezocht, maar bovendien had hij gereageerd op wat er door een televisiebestuurder over zijn salaris (voor televisiewerk) was gezegd. Met zo’n op zichzelf gerichte televisiecultuur heb je eigenlijk geen wereld meer nodig.

Ik heb dinsdag natuurlijk wel gewoon gekeken naar Sterren op het doek. Van Nieuwkerk zat onrustig op zijn poseerstoel tegenover drie kunstenaars die hem zouden schilderen. Van de weeromstuit begon hij de schilders (eentje vond dat hij ‘een leuke neus’ had) maar te interviewen: „Heb je een favoriete kleur?” En na het antwoord: „Geel. Dat hoor je niet vaak.”

Van Nieuwkerk hoopte op een goed gelijkend portret en toen de schilders een tijdje bezig waren, informeerde hij hoe het eruit zag. Waarop Akyol fraai antwoordde met: „Je moet nooit prematuur en zeker niet in dit stadium zeggen of het lijkt. Maar het lijkt niet.” Akyol is een slimme keus voor Sterren op het doek. Hij presenteert losjes en durft het ongemak van model en schilders nog wat aan te zetten. Precies in de MAX-traditie van Martine Bijl en André van Duin.

Bovendien is Akyol een vasthoudende interviewer. Halverwege nam hij zijn gast mee naar een apart tafeltje. Na een korte lofzang op de tv-geschiedenis die Van Nieuwkerk met DWDD heeft geschreven, ging hij recht af op de ‘negativiteit’ rondom het programma. Van Nieuwkerk schoof zijn hand voor zijn mond, informeerde naar wat Akyol met ‘negativiteit’ bedoelde, maar liet zijn plichtsbesef prevaleren boven zijn tegenzin en beantwoordde toch maar de onvermijdelijke salarisvragen.

Primeurs leverde het vijf minuten durende gesprek niet op. Zo uniek als zijn bazen zeggen dat hij is, vindt Van Nieuwkerk zichzelf niet. Wel vindt hij het terecht dat hij een hogere beloning krijgt dan anderen. Hij stoort zich aan de felle kritiek, maar: „Ik slaap er geen nacht minder om.” Een antwoord dat volgens Akyol een beetje makkelijk was.

Daarna volgde de vraag die boven de (overigens soepele) start van het DWDD-seizoen hangt: wordt het vijftiende seizoen Van Nieuwkerks laatste? „Dat weet ik niet.” En, eerlijk: „Als ik wegga, speelt het geld zeker een rol.” Een goede verstaander heeft aan een half woord genoeg, maar welk half woord was dit precies?

Intussen moest Van Nieuwkerk nog een portret kiezen, waarbij het de vraag was wat voor versie van zichzelf hij mee naar huis zou nemen: jong, oud, vrolijk, somber? Wat zou hij willen zijn? Eén zeer precies geschilderd doek ontlokte hem de opmerking: „Ik ben natuurlijk bijna zestig.” Dat schilderij vond hij uiteindelijk „te overweldigend”. Een tweede noemde hij ‘somberisch’, het gaf hem het idee dat er een donderwolk in de buurt was. Die werd het ook niet.

Zo belandde hij bij een collage van elementen uit zijn leven (van Het Parool tot Hard gras en Johan Cruijff), met daarvoor een rimpelloos portret in zwart-wit dat mij aan allerlei mensen deed denken, maar niet aan Matthijs van Nieuwkerk. Die werd het: „Ik kies voor de jeugd.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.